Onthoofding Wereldomroep staat haaks op globalisering

In de 85 pagina's van het rapport van de commissie-Ververs over de toekomst van het publieke omroepbestel zijn precies acht zinnen gewijd aan de Wereldomroep maar die acht zinnen hebben dan ook een dodelijke lading: na het jaar 2000 moet de helft van het budget overgeheveld worden naar de binnenlandse omroep.

Met de overblijvende 40 miljoen kan dan worden gedaan wat de commissie ziet als de primaire taak van de Wereldomroep, het uitzenden van Nederlandstalige programma's voor landgenoten over de grens. Het is de commissie niet helemaal ontgaan dat de Wereldomroep nog wel iets meer doet maar de middelen daarvoor zouden moeten komen uit de fondsen voor internationaal cultuurbeleid en ontwikkelingssamenwerking.

Het is een redenering op laag niveau. De commissie gaat voorbij aan het nieuwe verschijnsel van de globalisering van de media-markt. Wil een klein land als Nederland op die nieuwe markt de aandacht van de wereld hebben en houden dan moet het heel wat meer doen dan landgenoten over de grens op de hoogte houden van het wel en wee in het vaderland. De van overheidswege opgestelde statuten van de Wereldomroep schrijven dat ook voor: niet-Nederlanders in de hele wereld een realistisch beeld geven van Nederland als Europese natie en informatie verschaffen aan het publiek in landen met een informatie-achterstand.

Er zijn internationale omroepen met min of meer vergelijkbare doeleinden. Het standaardrecept is meestal: veel uitzenden en vooral datgene wat volgens de eigen binnenlands-politieke norm belangrijk is. Werkend volgens die formule zou de Wereldomroep dus Argentijnse luisteraars lastigvallen met het aftreden van een Nederlandse staatssecretaris. In het omvangrijke en pijnlijke reorganisatieproces van enkele jaren geleden heeft de Wereldomroep gekozen voor een wat subtielere aanpak: relevante en hoogwaardige informatie verstrekken aan geselecteerde doelgroepen over de gehele wereld. Op die manier worden Nederlandse waarden en opvattingen duidelijk gemaakt aan een ontvankelijk publiek.

Zo wordt een netwerk opgebouwd dat zijn waarde niet exact in guldens laat uitdrukken maar dat er wel voor zorgt dat Nederlandse kwaliteiten bekend zijn bij heel wat buitenlandse programmamakers. Ook al omdat de korte golf als transportmiddel langzamerhand aan betekenis inboet en omdat commerciële stations zich steeds meer richten op de massa-markt is deze formule van 'shared information' van grote betekenis. Uit Nederland getransporteerd per satelliet en door locale zendgemachtigden elders verwerkt en uitgezonden in FM-kwaliteit.

Internationale omroepen hebben veelal hun ontstaan te danken aan de behoefte aan communicatie met koloniale rijken overzee. Ze hebben zich nadien veelal sterk ontwikkeld als propagandamiddelen tijdens de Koude Oorlog. Daarom ook zijn de meeste internationale omroepen staatsomroepen (Deutsche Welle, Voice of America). Die ontstaansredenen hebben hun betekenis verloren. Het gaat er nu om de eigen identiteit en de eigen waarden in de wereld bekend te maken en te houden. Internationale oriëntatie van de programmamakers en journalistieke onafhankelijkheid zijn daarvoor wezenlijke voorwaarden. Tijdens de Falkland-oorlog bleek dat duidelijk: Argentinië luisterde naar de Wereldomroep en niet naar de eigen propagandazender noch naar de op voorhand verdachte BBC. Een vergelijkbaar verschijnsel doet zich voor in het Caraïbisch gebied waar de Wereldomroep de enige onafhankelijke publieke omroep is.

Als het programmabudget niet meer wordt gefourneerd uit een vast aandeel in de omroepbijdragen maar afhankelijk wordt van jaarlijks politiek te bepalen fondsen - zoals de commissie-Ververs voorstelt - en bovendien een verlengstuk wordt van de binnenlandse omroep zal de Wereldomroep aan geloofwaardigheid en kwaliteit verliezen. Het financiële voordeel van het verlengstuk is overigens betrekkelijk: de tijdzones in de wereld vergen een 24-uurs uitzending en zelfs het doorgeven van binnenlandse programma's is onmogelijk zonder de distributie-infrastructuur die de Wereldomroep nu voor dertig miljoen per jaar op z'n begroting heeft staan. Bovendien zijn de produktiekosten per uur van de binnenlandse omroep nogal wat hoger dan die van de Wereldomroep (voorzichtig geschat: ongeveer 25 procent).

De opvatting dat onze internationale omroep gefourneerd zou moeten worden uit de jaarlijkse rijksbegroting geeft blijk van een veel te beperkte visie. Als wij in de globalisering van de volgende eeuw nog opgemerkt willen worden is handhaving van de bestaande opzet en financiering van wezenlijke betekenis. Onze naaste concurrent, de Deutsche Welle, heeft een budget dat negen maal zo groot is als dat van de Wereldomroep.

De betekenis van de Wereldomroep is moeilijk exact te bepalen maar wel van grote waarde. Het probleem is evenwel dat vooral buitenlanders die waarde beseffen. Wij luisteren vooral tijdens de vakantie en zijn onkundig van de 100.000 brieven die de Wereldomroep jaarlijks ontvangt. Maar daarmee valt de onthoofding van de Wereldomroep nog niet te rechtvaardigen.

    • J.J. Vis