Onderwijs op Pabo's aanzienlijk verbeterd

ROTTERDAM 8 JULI. Het onderwijs op de Pabo's, de pedagogische acadamies voor het basisonderwijs, is aanzienlijk verbeterd, maar er zijn nog essentiële wensen voor de toekomst. Dat staat in het onlangs gepubliceerde visitatierapport van de commissie Eijndhoven, dat spreekt van een “aanmerkelijke vooruitgang”.

Op basis van bezoeken aan 41 Pabo's concludeert de commissie in haar rapport 'Koers gekozen' onder meer dat “de afstemming tussen de opleidingen en de basisscholen is toegenomen”, en dat op veel scholen een gemotiveerde vernieuwingsdrang heerst. Het vorige visitatierapport over de Pabo's uit 1993 was nog vernietigend. De opleidingen hadden het contact met de basisscholen verloren en leverden studenten af die slecht voorbereid waren op de praktijk. De situatie was zo zorgwekkend dat binnen twee jaar een nieuwe inspectieronde werd uitgevoerd. Normaal wordt eens in de vijf jaar gevisiteerd.

Volgens de commissie is er een duidelijker beeld van het beroepsprofiel en de nieuwe eisen waaraan een leraar moet voldoen - zoals bijvoorbeeld het omgaan met kinderen (en ouders) van verschillende allochtone afkomst en het werken met moderne communicatie- en informatietechnologie.

De opleidingen besteden nu veel tijd aan 'het werkveld': “de basisschool als opleidingsdoel en inspiratiebron (...) is kennelijk herontdekt,” schrijft de commissie. Het programma voor de kleutergroepen is verbeterd, maar er is nog te weinig aandacht voor de overgang tussen groep 2 en 3, terwijl juist die breuklijn “grotere pedagische en didactische aandacht verdient,” aldus de commissie.