Limburgse politieman in wild water

Frits Sins komt ruim 200 kilometer ten noorden van Atlanta uit op het onderdeel wildwatervaren, in de K1-klasse. “Als iedereen normaal vaart heb ik geen kans op een medaille. Een plaats bij de eerste tien moet mogelijk zijn”, zegt de politieman.

Als Frits Sins in Nederland traint, blijft het behelpen. Stroomversnellingen zijn hier schaars. Zijn trainingsterrein op de doorgaans tamme Maas die een paar kilometer van zijn woning in het Limburgse Urmond stroomt, is niet te vergelijken met snelstromende rivieren over de grens. Het kanaal bij Born waar hij zichzelf regelmatig met zijn kano te water laat evenmin. De poortjes die boven een wedstrijdparcours hangen, ziet hij daar alleen in zijn verbeelding. De stroomversnellingen die Sins hier ter beschikking staan, vallen in de categorie wildwater twee. Op het olympisch parcours op de rivier de Ocoee in Tennessee wordt er in de vierde categorie gevaren.

Na Barcelona dacht Sins dat hij zijn eerste en laatste Spelen achter de rug had. De toen 27-jarige Limburger had besloten zijn maatschappelijke carrière voorrang te geven. Voor Barcelona had hij anderhalf jaar vrijwel niets anders gedaan dan in een kano gezeten. Die periode sloot naadloos aan op zijn opleiding tot leraar en zijn militaire-diensttijd. Zijn voornemen om na Barcelona te stoppen werd doorkruist door een opnamestop bij de politie. Dat stelde hem in staat zijn kano-carrière voort te zetten. De Kanobond drong er bij Sins op aan om aan het WK van 1995 deel te nemen. “Toen kwamen de Spelen in beeld en heb ik er nog maar een jaar aan vastgeknoopt.”

De voorbereiding op zijn tweede Spelen verliep wezenlijk anders dan in '92. In de eerste maanden van dit jaar moest Sins een trainingskamp van zes weken in Chili laten schieten. Omdat hij zijn opleiding tot politieagent moest voltooien, genoot hij niet van de Chileense zon, maar was hij veroordeeld tot strenge vorst in een kikkerland. “Het was ijskoud. Het kanaal waar ik train is breed, dus het water was er niet bevoren. Maar je stapt in en na 100 meter heb je overal ijs zitten. Als het dan waait, houd je het niet langer dan 30 minuten vol”, zegt Sins, nu politieman in Maastricht.

Op vrije dagen zit hij twee keer anderhalf uur op het water. Vanaf april trainde hij weer op echt wild water. “Sindsdien heb ik veel gevaren en dan merk je dat het niveau met sprongen omhoog gaat.” In het voorjaar trainde Sins op de Ocoee in Tennessee, straks olympisch strijdperk. Hij spreekt van een lastig parcours, vooral vanwege een aantal kunstmatige ingrepen.

Met de Spelen van 1968 in Mexico werd de kiem gelegd voor de kanocarrière van de nu 31-jarige Sins. Zijn vader werkte destijds aan de sportopleiding CIOS, in Sittard. Kanoër Jan Verhaart, een van de studenten, vroeg Sins senior vrijaf om in Mexico mee te kunnen doen. “Zo is 't gekomen”, zegt Sins. Dankzij Verhaar, in 1988 in Seoel bondscoach van de Nederlandse kano-équipe, ontstond bij de familie Sins het enthousiasme voor de kano. Frits was een jaar of zes. Als tiener drong hij al snel door tot Jong Oranje. Was ook niet zo moeilijk, geeft hij eerlijk toe, omdat er weinig kano-senioren waren. Nog steeds is de top in eigen land smal: Nederland kent volgens Sins niet meer dan vijf goede senioren, die elk jaar drie tot vier maanden in het buitenland trainen, tien tot vijftien maal in de week, en twee hele goede junioren.

Op de Spelen gaat Sins op zondag 28 juli het water op. Net als de Holland Acht, die bij het roeien favoriet voor goud is. “In Barcelona waren we een halve minuut op de tv te zien. Nu moeten we concurreren met de Holland Acht en ik ben bang dat we het daartegen moeten afleggen. Jammer.” Terwijl wildwatervaren als kijksport spectaculairder is dan roeien. “Bij ons is zat actie te beleven. Je kan mooie plaatjes schieten.” Anderzijds hangt de charme van de sport voor Sins juist samen met die matige populariteit. “Het is niet zo commercieel. We trainen veel met buitenlanders, we kennen elkaar allemaal. Het is één grote kliek, heel gezellig.”

Op de Spelen leggen de wildwaterkanoërs een slalom-parcours af van 600 meter, langs 25 poortjes. Op één dag worden twee manches gevaren, het beste resultaat telt. Het is de kunst zo kort mogelijk langs de poortjes te manoeuvreren, die tien centimeter boven het water hangen. Een poortje raken levert strafseconden op. “Als je met een te grote boog om een poortje heen vaart, ben je ook gauw een seconde kwijt.” Toen Sins op de WK in '91 een poortje raakte, kostte hem dat brons. In Barcelona viel hij daardoor terug van de zesde naar de negentiende plaats. “Een foutje kan dodelijk zijn.”

De vrijdag voor de wedstrijd mag hij één keer het parcours verkennen, in maximaal drie minuten. Trainer, fysiotherapeut en bondsofficial staan op verschillende plaatsen op de wal om deze generale op video vast te leggen. Sins probeert dan zo snel en zo foutloos mogelijk te varen, “van boven naar beneden”, stroomafwaarts. “Ook de tijd zou opgenomen moeten worden, maar daar hebben we de mensen niet voor.”

Sins vertelt dat hij deze keer minder “gefixeerd” is op de Spelen dan in '92, juist omdat hij nu een baan heeft. “Toen had ik oogkleppen op. Nu is mijn blikveld veel breder.” Pas een maand voor Atlanta plaatste Sins zich, in Augsburg. In Duitsland is hij naar eigen zeggen “nog één keer diep gegaan”. Hoewel behalve techniek en reactiesnelheid kracht een onmisbare factor is bij het wildwatervaren, heeft Sins in de aanloop naar de Spelen geen tijd gehad om aan krachttraining te doen. Het politiewerk ging voor. “Ik moest kiezen tussen fitnessen en varen. Ik heb me alleen wat opgedrukt.”

FRITS SINS 31 jaar Wildwaterkanoër Nam deel aan de Olympische Spelen in Barcelona, waar kanovaren weer voor het eerst sinds München (1972) op het programma stond. Grootste olympiër aller tijden? “Jesse Owens.”

Welke boeken neem je mee naar Atlanta? “Twee boeken van Tom Clancy: De Colombia Connectie en Golf van Ontzetting.”

Naast wie wil je daar aan het ontbijt zitten? “Maakt me niet uit. Ik vind het wel leuk om elke ochtend naast iemand anders te zitten.”

Wat mag er in Nederland niet gebeuren als je in Atlanta bent? “Dat anderen in het korps bevorderd worden en ik niet.”

Wie verdient er een gouden medaille? “Ik.”