Kapsels en pop van dertig jaar terug

Metropolis Festival met Kula Shaker, 12 Rounds, Fu Manchu, Eboman, The Roots, Ken Ishii, DJ Krush en anderen. 7/7 Zuiderpark, Rotterdam.

Ouderwets is de nieuwste trend in de popmuziek. Die conclusie konden de naar schatting 80.000 bezoekers trekken na een dagje Metropolis, het gratis toegankelijke festival dat zich wenst te onderscheiden door een vernieuwend programma. Minstens de helft van de aanwezige rockgroepen nam echter de jaren zestig en zeventig als uitgangspunt voor muziek met een uitgesproken retrospectief karakter. Het meestbelovende voorbeeld was de Engelse groep Kula Shaker, die zich zo liet meeslepen door de sixties van The Beatles, Small Faces en psychedelische rock van de Amerikaanse westkust dat zelfs hun kapsels dertig jaar oud leken. De groep van zanger en gitarist Chrispian Mills speelde zich in de kijker met wilde gitaarsoli, lieve koortjes en een eb en vloed van Hammond-orgelklanken.

Als peuter werd Mills gefotografeerd op de knie van George Harrison toen hij met zijn moeder, een gevierd actrice, bij de Beatles in India verbleef. De popmuziek van de jaren zestig heeft hem nooit meer losgelaten en het is opvallend hoe goed de zweverige liedjes van Kula Shaker passen bij de hedendaagse Britpop van groepen als Oasis en Ocean Colour Scene. De mantra-achtige rocksong Tattva staat hoog in de Engelse top tien en op de Nederlandse radio kreeg Kula Shaker al enige bekendheid met Grateful When You're Dead, een nummer dat verwijst naar de dood van hippie-goeroe Jerry Garcia van The Grateful Dead.

Metropolis brak doelbewust met de traditie om dans- en rockmuziek door elkaar op hetzelfde podium te presenteren. Een aparte dans-arena met geluid van vier kanten moest de sleur doorbreken van een rockpubliek dat naar het podium staat te gluren, waar bij dans-acts meestal niet veel te zien valt.

Het publiek was zelf de blikvanger bij optredens van discjockeys en rapgroepen als de gedisciplineerde, maar daarom ook een beetje voorspelbare Amerikanen van The Roots. Bij daglicht kwam de sfeer van een bruisende house-club er moeizaam in, maar na de preciese techno-symfonieën van de Japanse knoppendraaier Ken Ishii bracht vooral Eboman (de enige Nederlander op Metropolis) een enerverende show met wilde bewegingen, drukke sample-collages en een live gespeelde rockgitaar. De gerenommeeerde Japanner DJ Krush viel daarbij een beetje in het niet, juist omdat hij zich beperkte tot het zorgvuldig mixen van platen op een akelig leeg podium.

De Amerikaanse groep Fu Manchu riep een stoffig soort hardrock in herinnering en het Zweedse Millencolin speelde springerige punkmuziek van een type dat al vijftien jaar overal ter wereld wordt gespeeld. De zangeres van 12 Rounds maakte zich druk om het gebrek aan bijval uit het publiek, maar met haar waterige new wave-aftreksel gaf ze weinig aanleiding voor enthousiasme.

Hoewel er geen geëikte publieksfavorieten op het programma stonden, werd er door een harde kern van liefhebbers driftig op en neer gesprongen bij de grimmige gitaarpunk van Pro-Pain. De organisatie van Metropolis verslikte zich bij deze negende editie in het feit dat veelbelovende jonge groepen nog niet per definitie rijp zijn voor een festivaloptreden. Uitbundige taferelen bleven daarom uit, en afgezien van een enkele openbaring was het een lauw dagje in het park.

    • Jan Vollaard