Justitie moet meer zichtbaar op straat; Sorgdrager kiest andere aanpak

DEN HAAG, 8 JULI. Het kabinet wil dat niet alleen de politie, maar ook justitie meer zichtbaar wordt op straat. Alleen de bouw van meer cellen is geen adequaat antwoord op de stijgende criminaliteitscijfers en de “verharding van de samenleving”.

Dat schrijft minister Sorgdrager (Justitie) in een rapport over rechtshandhaving en veiligheid. “Zonder preventieve maatregelen zal repressie slechts tot nog meer repressie leiden”, aldus de minister. Preventieve projecten zoals de stadswacht in de steden moeten op grotere schaal worden voortgezet. In de grote steden moet de politie terug naar de wijkbureaus om door zichtbare aanwezigheid en nauw contact met de buurtbewoners “verloedering tegen te gaan”. Om “rechteloosheid in bepaalde problematische wijken” tegen te gaan moet ook justitie zichtbaar worden op straat. Sorgdrager wil volgend jaar in Arnhem en Amsterdam gaan experimenteren met justitiebureaus in de wijken. Burgers kunnen hier terecht voor slachtofferhulp of voor een snelle aanpak bij geschillen of ruzies.

Het kabinet wil verder het aantal taakstraffen uitbreiden. Sorgdrager zal daartoe binnenkort met een aantal wetswijzigingen komen. De taakstraf - werken in plaats van 'zitten' - moet een zelfstandige hoofdstraf worden, vindt het kabinet. Het openbaar ministerie krijgt de bevoegdheid om een werkstraf voor te stellen aan de verdachte. Als die daarmee akkoord gaat wordt de zaak waarvoor hij terecht zou moeten staan geseponeerd. Verder wordt het mogelijk een combinatie van een taakstraf, een celstraf en een boete op te leggen. Uit cijfers van Justitie blijkt dat het cellentekort mede is ontstaan doordat rechters langer straffen en meer straffen opleggen.

Om de overlast van drugsverslaafden in de grote steden tegen te gaan zullen veelvuldig recidiverende verslaafden langer worden vastgezet in speciale cellen. Dit leidt tot celstraffen van 1,5 tot 2 jaar; nu gaat het meestal om twee of drie maanden.

Minister Sorgdrager wil verder een penitentiair programma invoeren dat gedetineerden de gelegenheid geeft de laatste fase van hun straf thuis door te brengen. Met speciale zendertjes kan justitie de gangen van deze 'gedetineerden' nagaan. Het aantal cellen zal tot het jaar 2000 toenemen met 1.200, tot een totale capaciteit van 16.000.

Minister Sorgdrager wil dat het openbaar ministerie het aantal detentiejaren dat wordt geëist tegen verdachten enigszins 'beheerst'. Daartoe worden zogenoemde requireer-richtlijnen voor officieren van justitie opgesteld. Daarin staat welke straf de officier voor de rechter moet eisen bij een bepaald delict. De minister wil dat de strafeisen voor sommige categorieën delicten worden aangepast als opnieuw een cellentekort dreigt.