Jacht op limieten mislukt in geur van worst en bier

HECHTEL, 8 JULI. Een handjevol Nederlandse atleten was zaterdagavond naar het vlak over de grens liggende Belgische Hechtel getogen om nog een laatste poging te wagen zich voor Atlanta te kwalificeren. Tijdens die fameuze 'Nacht van de Atletiek' wordt er altijd gelopen en gesprongen in een geur van worst en bier, maar desondanks zijn, zo bleek deze keer ook weer, de omstandigheden gunstig voor het leveren van goede prestaties. Voor de Nederlanders op limietenjacht mocht dat echter niet baten.

Zodoende blijft de atletiekploeg voor Atlanta vooralsnog beperkt tot tien leden. Bert Paauw, technisch directeur van de atletiekunie KNAU, had op minimaal twaalf gerekend. De kwalificatietermijn is nu gesloten. Alleen verspringster Sharon Jaklofsky krijgt nog een week uitstel omdat ze langdurig geblesseerd is geweest. Zij haalde gisteravond in Padova met een sprong van 7.59 meter voor de derde keer de limiet, maar wederom met te veel rugwind, al was het dit keer erg weinig te veel. De windsterkte bij Jaklofsky's poging was 2,07 meter per seconde, terwijl twee meter precies wel is toegestaan.

“Het zou”, oordeelde Paauw, “toch van de zotte zijn als Jaklofsky nu niet naar Atlanta mag. Ze kan moeilijk gaan terugblazen. Als de rugwind steeds net iets te veel is, heeft ze toch geen kans?” Paauw beschuldigde al in Hechtel de olympische bestuurders van starheid.

De KNAU droeg de afgelopen weken vier atleten voor die óf met minimaal verschil van de limiet verwijderd bleven, óf die het wel haalden, maar reglementair geen recht hadden op een toewijzing. Afgezien van Jaklofsky (te veel rugwind) waren dat discuswerper Ben Vet (limiet gehaald bij een regionale wedstrijd), steeple-atleet Marcel Laros (achthonderdste van een seconde te langzaam in erbarmelijke weersomstandigheden) en Kamiel Maase op de 10.000 meter (1,4 seconde boven de 28 minuten).

Alle vier kregen een afwijzing in de brievenbus. “Het heeft iets weg van wantrouwen”, zei Paauw. “Het lijkt nu net of wij als bond maar iedereen voordragen. Maar we zijn niet lichtzinnig geweest. We hebben elk geval juist secuur bekeken, besnuffeld, afgekloven.”

Paauw vraagt zich af of het bestuur van NOC*NSF wel genoeg kennis in huis heeft om de atletiekprestaties op hun waarde in te schatten. “Ik denk niet dat men zich er makkelijk van heeft afgemaakt. Het zijn zeker ook wel goede en integere bestuurders. Maar ze zijn wel allemaal zelf teamsporter geweest. En elke sport staat op zich. Als ik hoor dat een kleiduivenschutter bij de eerste 24 moet eindigen om zich voor de Olympische Spelen te plaatsen, dan frons ik hoogstens mijn wenkbrauwen. Verder zeg ik niets, want ik heb er geen verstand van.”

Ronduit vreemd is de brief die lange-afstandsloper Kamiel Maase van NOC*NSF kreeg. Daarin wordt hij er op aangesproken dat hij dit seizoen maar weinig 10.000-meterraces heeft gelopen. Men wist blijkbaar niet dat er bijna geen wedstrijden op deze afstand worden georganiseerd. Maase deed mee aan een 10.000 meter in Moskou, maar liep daar de halve wedstrijd alleen voorop omdat hij geen tegenstand had. “Ik werd wel Russisch kampioen. Het leverde me een medaille op, maar wat koop ik daar voor?” Paauw: “Maase heeft gewoon geen eerlijke kans gehad. Dat is ons wel duidelijk.”

Maase liep in Hechtel min of meer uit nood een 5.000 meter en wist eigenlijk bij voorbaat dat hij bij deze laatste poging kansloos zou zijn voor Atlanta. “Het was een hopeloze zaak”, zei Maase na zijn tiende plaats. Hij droop teleurgesteld af, want hij moet nu vier jaar wachten voor de volgende olympische kans.

Waar Maase niet naar Atlanta gaat, daar mag Marko Koers er zelfs op twee nummers starten, de 800 en 1.500 meter. De 23-jarige atleet zal er echter één kiezen. Het olympisch programma is niet geschikt om beide te lopen. Koers heeft er niet tegen geprotesteerd. De Amerikaan Michael Johnson lukte het wel om in Atlanta genoeg tijd tussen de 200 en 400 meter te krijgen. “Als ik op zijn niveau zou zitten, had ik het waarschijnlijk ook wel geprobeerd”, zei Koers lachend.

Het is niet eenvoudig voor hem om te kiezen. Koers liep anderhalve week geleden in Parijs een vele jaren oud Nederlands record op de 1500 meter aan flarden en in Hechtel was hij ook niet ontevreden over zijn 800 meter. Hij werd in een sterk deelnemersveld derde en zijn tijd, 1.44,99, was de tweede uit zijn carrière. Koers denkt er na overleg met zijn trainer Theo Joosten binnen een week uit te zijn. Hij liet echter al voorzichtig doorschemeren dat zijn voorkeur naar de 800 meter uitgaat.

Koers verwacht dat het makkelijker is om op de 1500 meter de finale te halen dan op de 800 meter, maar eenmaal in de eindstrijd zou de wedstrijd op de 800 meter weer meer open zijn. “Dan is het een loterij en is alles mogelijk.” Dus wie weet, zal Koers denken. Misschien zou hij dan zelfs wel kansen op een medaille hebben. Bovendien zou Koers als hij op de 800 meter al in de eerste ronde wordt uitgeschakeld alsnog ook de 1500 meter kunnen lopen.