Bruyneel rijdt zonder angst verder na duik in ravijn

VAL D'ISÈRE, 8 JULI. Volgende week is het een jaar geleden dat Fabio Casartelli verongelukte in de Tour de France. De dodelijke valpartij van de Italiaanse wielrenner heeft een hoop emoties losgemaakt in het peloton, maar consequenties heeft het ongeval niet gehad. De renners blijven coureurs zonder helm, piloten in een scherpe bocht. De Belg Johan Bruyneel kon het zaterdag gelukkig navertellen.

“Ik werd afgeleid door iemand voor mij die een ruime bocht nam. Daardoor ging ik rechtdoor en ging ik over de kop. Ik viel zeker tien meter naar beneden, maar had het geluk dat een boomstronk mij tegenhield. Als die kruin er niet was geweest, lag ik er nu nog. Ik zag de rotsen onder mij al naderen. Toen heb ik hard geroepen, ik was bang dat niemand mij had gezien. Mensen langs de kant hebben mij naar boven getrokken, samen met onze ploegbazen.”

Voor Bruyneel wordt geen standbeeld opgericht op de Cormet de Roselend, zoals Casartelli wel wordt herdacht op de Col d'Aspet. De Belgische kopman van de Raboploeg voltooide de etappe naar Les Arcs en verscheen gisteren aan de start voor de klimtijdrit. Hij heeft nog last van zijn schouder maar in zijn hoofd is geen angst geslopen. Bruyneel rijdt vandaag waarschijnlijk zonder helm naar beneden op de Col du Galibier. Misschien dat Rabo-topman Wijffels dan weer de helpende hand kan toesteken, zoals hij zich zaterdag na de bijna fatale val had onderscheiden.

Behalve Bruyneel kwamen de Zwitsers Tony Rominger en Alex Zülle ten val op het natte wegdek. Vooral Zülle mocht van geluk spreken dat hij door kon fietsen. De eerste keer vloog hij uit de bocht op de Cormet de Roselend. Hij kwam een paar meter lager tot stilstand. De tweede keer probeerde hij in de afdaling zijn regenjas uit te trekken, met weer een uitglijder tot gevolg. Zülle knokte zich terug naar de kopgroep, maar moest in de laatste klim terrein prijsgeven. Gisteren reed hij een tegenvallende tijdrit.

Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc toonde zich opgelucht dat alle renners heelhuids waren gearriveerd. Hij sprak van een prachtige wielershow die niet gauw zal worden vergeten. Geconfronteerd met de levensgevaarlijke valpartijen houdt Leblanc zich op de vlakte. “Wij zorgen voor een veilig parcours. De renners nemen natuurlijk risico's, zeker met slecht weer. Ze dragen zelf de verantwoordelijkheid om een helm op te doen.”

Hein Verbruggen, de Nederlandse voorzitter van de internationale wielerunie, pleit al jaren voor een verplichte helm. Hij wordt tegengewerkt door de Franse en Italiaanse bonden die de klachten van de renners serieus nemen. Vooral bij warm weer is het dragen van een valhelm geen pretje. Ze klagen dan over hoofdpijn en verkiezen het gevaar voor eigen leven.

Afgelopen weekeinde bleef de temperatuur beneden de vijftien graden. Voor Bruyneel, Zülle en Rominger was het koele weer geen reden om een helm op te doen. Ironisch genoeg droeg Rominger een dag later wel een helm in de ongevaarlijke klimtijdrit. Veiligheid legt het af tegen aerodynamica.

Valpartijen horen bij de Tour de France, weet Hennie Kuiper. De assistent-ploegleider van de Amerikaanse Motorola-ploeg nam als wielrenner alle risico's. Hij kwam een paar keer zwaar ten val zonder dat zijn angst vergroot werd. Sinds de dood van zijn pupil Casartelli heeft Kuiper zijn mening bijgesteld. “Valhelmen moeten worden verplicht. Ik reed zaterdag achter een groepje renners en zag voor m'n neus een giftige slang. Ze gingen kronkelend naar beneden met een snelheid van tachtig kilomter per uur. Eigenlijk onverantwoord.”