Bingo

LOTING BEPAALT in Nederland de toegang tot de schaarse plaatsen bij bepaalde universitaire studierichtingen. Het is een gewogen loting, waarin de eindexamencijfers een zekere rol spelen, maar daar blijft het dan ook bij. Op zichzelf valt te verdedigen dat een plaats dient te worden ingeruimd voor andere selectiecriteria, zoals etnische achtergrond.

Zie de Amerikaanse universiteiten. Dat heeft dan niet zozeer te maken met de universitaire opleiding als zodanig maar meer met verdergelegen overwegingen van sociale politiek. De etnische factor staat bij de Amerikaanse universiteiten trouwens de laatste tijd sterk onder druk.

De huiver voor speciale toelatingsexamens is niet alleen een kwestie van twijfel of de universiteiten dit praktisch wel kunnen opbrengen, maar evenzeer van twijfel over de waarde van de beschikbare meetinstrumenten op het gebied van inzicht of persoonlijke eigenschappen. Een gewogen loting dus. Maar verbiedt dit nu ook de toelating van een scholiere met uitzonderlijke resultaten tot de studie geneeskunde door de Erasmusuniversiteit buiten de wettelijk voorgeschreven loting?

De kritiek is dat zo'n intuïtief besluit de stand van de wetenschap op het gebied van de selectiepsychologie en onderwijskunde tart, nog afgezien van de geldende regels voor de studiefinanciering. Dit verwijt is een staaltje van hybris. Dat de huidige stand van de selectiewetenschap niet tot een werkelijk gewogen oordeel in staat is, vormt een praktische reden vrede te hebben met het systeem van loting als het minste van alle kwaden. Maar het is en blijft een beperkt selectiemechanisme, dat per definitie niet een in alle opzichten afdoende antwoord geeft.

DE UNIVERSITEIT IS bij alle vermaatschappelijking een instelling van hoger onderwijs. Dat impliceert een binding aan bepaalde - zo men wil “schoolse” - eisen. Een recept voor wetenschappelijk of zelfs maatschappelijk succes vormen deze niet, maar het valt niet te ontkennen dat ze tot de historische aspiratie van de academische opleiding behoren. Degenen die het hoger onderwijs verzorgen, worden niet door loting geselecteerd (al kan men daar in academische kring smakelijk over schamperen) en alleen al deze omstandigheid stemt tot bescheidenheid ten opzichte van het exclusieve systeem van loting van studenten bij de numerus-fixusstudierichtingen. Dat loting de aangewezen hoofdpoort is, betekent nog niet dat een bescheiden zijpoortje ongepast zou zijn. De lotingwet kent ook een hardheidsclausule. Maar dat blijft een kwestie van kansberekening.

Aan de oude universiteiten van Europa leerde men al: summa ius, summa iniuria. Het hoogste recht is soms het hoogste onrecht. Het besluit van de Erasmusuniversiteit - de naam is veelzeggend - vormt een aansporing nog eens na te denken of Nederland met het o zo logische systeem van de gewogen loting toch niet iets belangrijks dreigt te missen. Juist hier past een, gewogen, academische vrijheid.