Ariel Sharon; Strijder tegen de Palestijnen

TEL AVIV, 8 JULI. Israels meest omstreden generaal-politicus, Ariel Sharon (68), keert vandaag als minister terug met als drijfveer de uitvoering van het autonomie-akkoord van Oslo met de Palestijnen op te houden en zo mogelijk te torpederen. Hij is er stellig van overtuigd dat de Palestijnse leider Yasser Arafat “een oorlogsmisdadiger is die ter dood moet worden veroordeeld”.

Strijd tegen de Palestijnen, in allerlei variaties, loopt als een rode draad door de militaire en politieke carrière van deze Israelische oorlogsheld. Hij klom op van strijder in de beruchte 'Eenheid 101' van Tsahal, het Israelische leger, die zeer omstreden wraakacties uitvoerde tegen Palestijnse doelen in Jordanië en de Gazastrook in de jaren vijftig, tot commandant van Zuid-Israel na de Zesdaagse oorlog in 1967. In die functie maakte Sharon naam als onderdrukker van het gewapende Palestijnse verzet in de Gazastrook tegen de Israelische bezetting. Nog steeds gelooft hij dat hij in staat was geweest om de Palestijnse intifadah neer te slaan indien die taak hem zou zijn toevertrouwd.

Sharon is één van de architecten van de verkiezingszege van Likud-leider Benjamin Netanyahu. Daardoor wordt hij nu één van de sterke mannen in diens nationalistisch-religieuze regering. Door de manier waarop David Levy, de minister van buitenlandse zaken, Netanyahu ertoe heeft gekregen Sharon in zijn regering op te nemen, wordt het duo Sharon-Levy zelfs een geduchte rivaal van de eerste rechtstreeks gekozen Israelische premier. Diens vrijheid van handelen in het vredesproces is daardoor minder groot dan waarop hij had gehoopt en gerekend.

Ooit heeft Sharon overwogen met Jossi Sarid, de leider van de linkse Burgerrechtenpartij, een partij te vormen waarvan één van de programmapunten de stichting van een Palestijnse staat naast Israel was. Opportunisme is hem niet vreemd, maar zijn anti-Palestijnse denkbeelden hebben het van al zijn andere politieke instincten gewonnen. Dat idee van een Palestijnse staat speelde voordat Sharon als minister van defensie in de Likud-regering van Menahem Begin de architect was van de in 1982 begonnen Libanese oorlog tegen Arafats Palestijnse ministaat in Zuid-Libanon. Het Israelische artillerievuur verdreef de Palestijnse leider ten slotte uit Beiroet naar Tunesië. Als het daarbij was gebleven zou Sharon met lauwerkransen behangen in Israel zijn binnengehaald.

De strijd tegen de Palestijnen was echter zwaar en zo'n 700 Israelische soldaten verloren het leven. Met het dagelijks aanzwellende verliescijfer groeide in Israel het verzet tegen de oorlog in Libanon. Toen Falangisten (christelijke strijders) een slachting in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila aanrichtten, onder het oog van Israelische militairen, volgde de grootste anti-oorlog demonstratie uit Israels geschiedenis. In deze sfeer oordeelde de commissie-Kahane dat Sharon indirecte verantwoordelijkheid droeg voor de massamoord in de Palestijnse vluchtelingenkampen en nooit meer minister van defensie zou kunnen zijn.

Nooit heeft Sharon zich bij die uitspraak neergelegd. Tijdens de kabinetsformatie kon hij het niet nalaten te zeggen dat hij zichzelf geschikt achtte voor het ministerie van defensie. Sharons internationale reputatie is echter dermate besmet dat Netanyahu verstandig genoeg was om niet onmiddellijk Washington, Kairo en Gaza te bruskeren door Sharon het ministerie van defensie terug te geven.

Netanyahu krijgt een zware dobber aan Sharon als de premier het vredesproces volgens de in Oslo uitgezette richtlijnen voortzet. Netanyahu, 22 jaar jonger, is niet alleen in politiek opzicht veel aan Sharon verschuldigd, ook diens militaire prestige overschaduwt hem. En dat zal erger worden indien de moslim-fundamentalistische Palestijnse organisatie Hamas weer in Israel toeslaat en Sharon weer precies denkt te weten wat er moet worden gedaan. Onder deze omstandigheden heeft Netanyahu groot geluk dat hij als de eerste direct gekozen Israelische premier constitutioneel relatief sterk staat tegenover opstandige ministers, Sharon incluis.

Het zal Sharon, die in de Likud-regeringen sedert 1977 diende als minister van landbouw, defensie, woningbouw en handel en industrie niet gemakkelijk vallen de autoriteit van Netanyahu te aanvaarden, zeker niet als deze het vredesproces zou willen sturen langs banen die volgens Sharon Israel naar de afgrond brengen. Sharon heeft altijd moeite gehad met discipline. Zijn roem is de afgeleide van het negeren van militaire orders ten tijde van de Grote Verzoendagoorlog in 1973. Op eigen gezag stak hij met zijn eenheid het Suezkanaal over. Hij stichtte dermate verwarring op het Egyptische hoofdkwartier dat deze eigenzinnige en zeer gewaagde operatie als een keerpunt in de oorlog kan worden aangewezen. Sedertdien gelooft Sharon alleen maar in Sharon.

Sharon beschikt over een onuitputtelijk vermogen om door te vechten, zelfs als de strijd verloren lijkt - niet alleen op het slagveld maar ook in de politiek. Op zijn verschillende ministeries heeft Sharon zich tot het uiterste ingespannen om de nederzettingenpolitiek in bezet gebied te bevorderen. Hij heeft niet verhuld dat hij dit deed om de stichting van een Palestijnse staat in die gebieden te voorkomen. Nu krijgt hij een nieuwe kans als minister van infrastructuur omwegen op Palestijns land voor Israelische nederzettingen in bezet gebied aan te leggen.

Het komt Sharon goed uit dat hij inmiddels is bevrijd van de bij Likud bittere gevoelens oproepende beschuldiging dat hij als minister van defensie premier Begin in 1982, tijdens de Libanese oorlog, heeft bedrogen. Sharon zou Begin onkundig hebben gelaten van zijn plannen om het aanvallende Israelische leger verder dan 40 kilometer diep in Libanon te laten opereren. De verovering van Beiroet zou van het begin zijn oorlogsdoel zijn geweest. “Nee”, verklaarde Yehiel Kadishai, de directeur van het bureau van Begin, vorige maand. “Als dat zo zou zijn geweest, had ik het geweten”. Volgens Kadishai was Begin zeer tevreden toen het leger de 40-km lijn passeerde. Met zo'n vrijbrief in zijn hand had Sharon geen betere rentree kunnen maken in de regering.

    • Salomon Bouman