Almere kan nog dubbel zo groot worden

Dit najaar bestaat Almere twintig jaar. Minister Westerterp overhandigde op 30 november 1976 de sleutels aan de eerste inwoners van Almere-Haven, de oudste kern van de stad in Zuidelijk Flevoland. Later volgden Almere-Stad en Almere-Buiten. In het totaal zijn er nu 45.000 woningen gebouwd en wonen er circa 116.000 mensen, maar de groei van de polderstad is nog niet ten einde.

Aan alles is merkbaar dat Almere een produkt is van de tekentafel: Wie de stad voor de eerste keer bezoekt, bekruipt het gevoel een wat groot uitgevallen maquette te betreden. Keurige nieuwbouwwoningen, overal opschietend groen en strakke asfaltwegen. Het winkelcentrum is nieuw en weinig opwindend.Almere dankt zijn bestaan aan planmatige, stedebouwkundige ingrepen en niet aan organische groei.

Behalve voorspelbaar en saai, is Almere op sommige plaatsen ook een stad van architectuur. In de Filmwijk van Almere kregen architecten volop de ruimte om nieuwe, opwindende woningen te ontwerpen. Verder schreef Stichting de Fantasie twee keer een prijsvraag uit voor 'fantasie-woningen'. Dat resulteerde in de bouw van allerlei bizarre onderkomens op twee tereinen in Almere: De Fantasie en De Realiteit.

Almere is bedoeld als een zogeheten overloopgemeente. De stad biedt woonruimte aan mensen die voornamelijk in de Randstad werken, maar die uit eigen beweging of gedwongen door het gebrek aan woningen in Amsterdam, het Gooi en Utrecht, uitwijken naar de polder. Almere is een Nederlandse variant op Britse 'new towns'. Critici van het overloopbeleid noemden de stad in het begin spottend 'Los Almeres'.

Het overloopbeleid werd eind jaren vijftig ontwikkeld. In die jaren bleek dat verdere uitbreiding van de woningbouw in de Randstad noodzakelijk was. Amsterdam en de Gooistreek moesten een keuze maken: Of verdere verdichting van de woningbouw in de stad en de daarop direkt aansluitende bebouwingsgebieden, of elders bouwen. Het werd het laatste: Purmerend, Alkmaar en vooral de nieuw te bouwen stad Almere zouden in de toekomstige behoefte aan woningen moeten voorzien.

“Het groeikernenbeleid kwam voort uit de gedachte dat Amsterdam, het Gooi en Haarlem ontlast moesten worden. We wilden niet dat het groene hart helemaal opgeslokt zou worden door de expanderende steden. Uit die gedacht is Almere ontstaan”, zegt drs. R. de Wit, een van de founding fathers van het overloopbeleid. De Wit, nu voorzitter van de Raad voor het Korps Landelijke Politie Diensten, was in drie hoedanigheden betrokken bij de ontwikkeling van het overloopbeleid: Als wethouder stadsontwikkeling en agglomeratievraagstukken van de gemeente Amsterdam, later als burgemeester van Alkmaar en weer later als Commissaris van de Koningin van Noord-Holland.

Hij verdedigt het beleid nog immer vastbesloten: “Ik ken de huidige kritiek op het overloopbeleid: het zou geleid hebben tot de sterk groeiende automobliteit. De ongunstige woon-werk balans zal mijns inziens echter bijtrekken. Ik verwacht dat steeds meer bedrijven zich in Almere zullen gaan vestigen. De grond is in de polder relatief goedkoop en het dichtslibben van de Randstad maakt Almere tot een aantrekkelijke vestigingsplaats”, aldus De Wit.

Het bijzondere van Almere ten opzichte van de andere groeikernen is volgens De Wit dat er een totaal nieuwe stad werd gebouwd: “In de groeikern Alkmaar werden nieuwe wijken rond het oude centrum gebouwd. De infrastructuur en een gezellig stadscentrum waren al aanwezig. De mensen die uit Amsterdam wegtrokken, konden aan Alkmaar veel makkelijker wennen dan aan Almere. Een volstrekt nieuwe stad als Almere blijft heel lang een nieuwe stad.”

Tot en met het jaar 2005 groeit Almere jaarlijks met drieduizend woningen. Inmiddels wordt ook al nagedacht over de groei na 2005. In een verkennende nota uit december 1995 schetsen B en W van Almere drie verschillende scenario's voor de toekomst: Stoppen met bouwen in Almere, het bouwen van duizend woningen per jaar zodat de stad in de eigen woningbehoefte kan voorzien of doorbouwen in het huidige tempo van drieduizend woningen per jaar.

In het laatste geval groeit Almere door tot een stad met 250.000 inwoners in het jaar 2020, zoals oorspronkelijk ook altijd de bedoeling is geweest. Almere zou daarmee de vierde stad van Nederland worden.

In het najaar zal de gemeenteraad van Almere een keuze maken tussen de drie verschillende scenario's. B en W van Almere hebben een duidelijke voorkeur voor het derde scenario, zij het onder voorwaarden. Zo moet de infrastructuur verbeterd worden en zal de werkgelegenheid in Almere moeten toenemen.

Sommige inwoners van Almere zien de explosieve groei met gemengde gevoelens aan. “Vroeger was het hier een soort klein-Amsterdam: je kende alles en iedereen. Nu is het zo massaal geworden, je kent je eigen buren niet meer.” Mevrouw M. de Jong woont al achttien jaar in Almere en heeft de opbouw van de stad van nabij meegemaakt. Ze kwam met haar gezin naar de polder, omdat er in Amsterdam geen woningen te krijgen waren. “We kwamen noodgedwongen naar Almere. Dat was de enige plek waar we een groter huis konden krijgen”, zegt ze.

“In het begin was er veel saamhorigheid onder de inwoners van Almere. Je moest wel: er was hier helemaal niets. Een kale vlakte met wat huizen. Je had elkaar nodig.” Van de saamhorigheid tussen de eerste inwoners van Almere-Haven is volgens mevrouw De Jong niet veel meer over.

Mevrouw D. Wildenburg is het er niet mee eens. Zij woont al twaalf jaar in Almere in hetzelfde huis: “Ik kan heel veel regelen met mijn buren. Je moet gewoon niet van hot naar her verhuizen.” Mevrouw Wildenburg vindt Almere geweldig en wil nooit meer weg. “Er is hier veel ruimte en je kunt van alles doen. Zelf werk ik als vrijwilliger in een verzorgingstehuis. Je moet het hier zelf maken, net als overal elders.” Oud-burgemeester van Almere H. Lammers zei ooit dat een nieuwe stad pas waarlijk een gemeenschap wordt als zij haar doden bij zich houdt. In de beginjaren van Almere werden de doden naar Amsterdam vervoerd om daar te worden begraven. Inmiddels is de begraafplaats van Almere redelijk vol, maar een echte gemeenschap lijkt Almere nog niet te zijn. Volgens directeur H. Sterenborg van de stichting voor welzijnswerk De Schoor is het gebrekkige gemeenschapsgevoel een gevolg van de opzet van de stad: “Almere-Haven ligt toch als snel een kilometer of vijf van Almere-Buiten. De bewoners van deze stad voelen zich door de afstanden niet echt met elkaar verbonden. Bovendien waren er in het begin te weinig voorzieningen en kroegen. Almere is toch vooral opgezet als plek om te wonen, niet als plek om samen te leven.”

Mevrouw De Jong en haar vriendin W. Alles zijn ambivalent over Almere. Ze vinden de stad saai: “Er is hier niets te doen. We draaien in een kringetje rond. Je loopt altijd weer tegen dezelfde mensen op. Er zijn wel kaartclubs voor ouderen, maar daar hebben we geen zin in”, zegt mevrouw Alles. Terug naar Amsterdam willen ze echter ook niet: “Ik verlang soms terug naar Amsterdam zoals het vroeger was. Zoals het nu is, hoef ik er niet meer naar terug: junks, drukte, troep, het is er onveilig en er is veel te veel verkeer. Bovendien krijg ik in Amsterdam nooit zo'n mooie woning als hier”, zegt mevrouw De Jong.

Volgens Sterenborg klagen de inwoners van Almere steevast over de stad: “De meeste inwoners vinden de stad ongezellig en zegt dat er te weinig te doen is.” De klachten zijn volgens Sterenborg terecht: “De voorzieningen in deze stad konden de bevolkingsgroei nooit bijhouden. Men heeft altijd heel veel nagedacht over stedebouwkundige ontwikkelingen, maar niet over de sociale en culturele gevolgen van het bouwen van een nieuwe stad.”

Sterenborg ziet overigens wel verbeteringen: “Recent heeft de gemeente bijvoorbeeld een belangrijke nota uitgebracht over de jeugd in Almere. De budgetten voor sociaal jongerenwerk worden aangepast en dat moet ook wel als je je bedenkt dat in de komende vijf jaar het aantal jongeren zal verdubbelen.”

De bevolking van Almere is relatief jong. Ruim achtenzestig procent van de inwoners van de stad is jonger dan veertig jaar. Ter vergelijking: Van de totale Nederlandse bevolking is bijna achtenvijftig procent jonger dan veertig.

Almere kampt in toenemende mate met problematische jeugd. De 18-jarige Patrick voldoet aan het signalement van de zogeheten randroepjongere. Met school is hij opgehouden en werken doet hij ook niet. Hij vult zijn dagen vooral met het roken van hash. Een uitkering heeft hij naar eigen zeggen niet nodig: “Geld is geen enkel probleem.” Waar hij zijn geld mee verdient, wil hij niet zeggen.

Zijn vader is twee jaar geleden overleden en met zijn moeder kan hij niet overweg. Hij logeert bij vrieden. Over Almere is hij niet te spreken: “Almere is een shitstad. Er is hier niets te doen voor jongeren. Voor die kinderdisco in de buurthuizen hier ben ik te oud. Verhuizen? Nee, dat wil ik ook niet. Waar je ook bent, je zult er zelf iets van moeten maken.”

In de reguliere horeca van Almere is Patrick gedurende drie maanden niet meer welkom wegens een knokpartij. Hij wil daarom zelf het heft in handen nemen: “Er is een gebouw in Almere-Buiten dat niet meer gebruikt wordt. Misschien dat we daar iets voor onzelf gaan maken. Er is al elektriciteit.”

    • Lucien Wopereis