Vlaktaks en huizen

In bijna alle westerse landen zijn in de jaren tachtig belastinghervormingen doorgevoerd waarbij de grondslag, het bedrag waarover belasting wordt betaald, is verbreed en de tarieven zijn verlaagd. In de Verenigde Staten is de afgelopen maanden veel gediscussieerd over de vraag of deze lijn moet worden doorgetrokken naar één tarief. Zo voerde de Republikeinse presidentskandidaat Steve Forbes campagne voor één tarief van 17 procent in de inkomstenbelasting.

PvdA-staatssecretaris Willem Vermeend (Financiën) is geen voorstander van één tarief. “Ik heb wel eens wat globale berekeningen gemaakt achter de pc en dan kom ik uit op een Nederlandse flat tax van 33 procent”, zei Vermeend onlangs in een vraaggesprek met deze krant. “Omdat alle aftrekposten en bijzondere regelingen sneuvelen werkt zo'n tarief zeer ongunstig uit voor de ouderen en de lagere en sommige middeninkomens; vooral de topinkomens profiteren.”

De economen Caminada, Goudswaard en Vording van de Rijksuniversiteit Leiden hebben de excercitie ook gemaakt en zij komen tot een 'vlaktaks' van 33,2 procent. In hun berekening zijn ze uitgegaan van één tarief over een zeer brede heffingsgrondslag, waarbij alleen de belastingvrije som nog op het bruto inkomen in mindering wordt gebracht. Alle aftrekposten (zoals kosten eigen woning, reis- en verwervingskosten, rente op schulden, premies voor lijfrente) worden geschrapt. Het belastbaar inkomen neemt hierdoor met circa 22 procent toe en dat wordt via een premieverlaging teruggegeven. Het tarief van 33,2 ligt een fractie onder het huidige belasting- en premietarief van de eerste schijf (35 procent).

De (zeer) lage inkomens gaan er volgens de Leidse wetenschappers (fors) op vooruit. Rond het minimuminkomen treden nauwelijks koopkrachteffecten op. Tussen de 25.000 en 75.000 gulden daalt de koopkracht met één tot vijf procent. De (zeer) hoge inkomens gaan erop vooruit. Zo bedraagt de koopkrachtstijging bij een besteedbaar inkomen van 100.000 gulden circa vijf procent.

De koopkrachteffecten variëren ook per sociaal-economische groep. De grootste verliezers zijn de 65-plussers. Dat is een gevolg van het feit dat de vlaktaks geen speciaal bejaardentarief kent. De koopkrachteffecten voor de werkende zijn - gemiddeld genomen - vrij klein, zelfstandigen blijven gelijk, en ambtenaren gaan er iets op achteruit. De winnaars zijn de mensen met een werkloosheids-, arbeidsongeschiktheids- of VUT-uitkering.

“Op grond van onze verkennende simulatie concluderen we dat het meest genoemd nadeel van de vlaktaks, de onrechtvaardige inkomensgevolgen, bij invoering in Nederland beperkt blijft”, schrijven de Leidse wetenschappers in het economenblad ESB.

De koopkrachteffecten blijven binnen de marges die de commissies Oort en Stevens aanvaardbaar achtten bij hun voorstellen voor belastinghervorming. Het schrappen van aftrekposten zal volgens de wetenschappers in veel gevallen als onrechtvaardig en onlogisch worden beschouwd en brengt overgangsproblemen met zich mee. Daartegenover staat de voordelen van aanzijnlijke tariefverlaging, één tarief en lager uitvoeringskosten.

Maar welke politiek partij durft het streven naar één tarief op te nemen in het verkiezingsprogramma. De PvdA, als het aan Vermeend ligt, in ieder geval niet, “In Nederland hechten we aan gelijkmatige inkomensverhoudingen en die realiseer je niet met één tarief. Het strookt ook niet met het begrip draagkracht. Op zich een moeilijk te hanteren begrip, maar het zal wel altijd een onderdeel blijven in ons fiscaal systeem.”

Huiseigenaren die in het verleden de waarde van hun woning te laag hebben opgegeven voor de belasting behoeven niet bang te zijn voor een naheffing. Dat heeft staatssecrataris Vermeend (Financiën) de Tweede Kamer laten weten. Begin volgend jaar wordt op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) de waarde van huizen opnieuw bepaald. Sinds de vorige taxatiedatum zijn huizen over het algemeen sterk in waarde gestegen. De aanslag in de onroerend-zaakbelasting (OZB) valt hierdoor vele honderden tot enkele duizenden guldens hoger uit dan waaraan burgers gewend waren.

Bij de hertaxatie wordt duidelijk dat huiseigenaren in het verleden de waarde van hun woning hebben onderschat en dus te weinig belasting hebben betaald. “Ik zal de Belastingdienst meedelen dat de eerste waarderingen in het kader van de WOZ als zodanig in de regel geen aanleiding vormen om - bij gebleken afwijking - onherroepelijk vaststaande aanslagen te herzien door navordering”, schrijft Vermeend aan de Belastingdienst. In gevallen waarin een belastingplichtige evenwel in het verleden te kwader trouw de waarde van een woning voor een veel te laag bedrag in zijn aangifte heeft opgenomen, kan de inspecteur toch de te weinig geheven belasting navorderen.

Voor degenen met wie de fiscus toch nog een appeltje te schillen heeft, komt er een extra argument om de hoek kijken.