Verzekeringskamer ijkt pensioensysteem

ROTTERDAM, 6 JULI. De overgang van de Nederlandse pensioenuitkeringen van een systeem dat gebaseerd is op het laatst verdiende salaris naar een koppeling aan het gemiddelde loon levert bij een geringe reële loongroei een besparing op van 1 procent van de salarissom per jaar. Als de reële lonen harder stijgen dan in dit gematigde economische scenario, nemen de bespaarde pensioenpremies toe. De pensioenuitkeringen zullen door deze verandering op lange termijn (25 jaar) met 10 tot 13 procent dalen.

Dat blijkt uit becijferingen van de Verzekeringskamer op basis van een nieuw model waarin de ontwikkelingen bij de Nederlandse pensioenfondsen zijn samengebald.

Minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft zich de afgelopen weken ontpopt als pleitbezorger van een soberder pensioensysteem en overschakeling op het middelloonsysteem bij de pensioenuitkeringen. Bij het eindloonsysteem hebben gepensioneerden recht op 70 procent van het laatste loon. Van de pensioenregelingen bestaat al 12 procent uit middelloonregelingen.

In het weekblad ESB doen twee medewerkers van de Verzekeringskamer, W. Eikelboom en A. van Herwaarden, verslag van de uitkomsten van enkele becijferingen, waaronder de overstap op een middelloonsysteem en de bevriezing van de AOW. De Verzekeringskamer houdt toezicht op pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen.

Als de pensioenfondsen hun uitkeringen aanpassen aan de meest recente cijfers over de levensverwachtingen kost dat de fondsen op korte termijn 25 miljard gulden. Een verhoging van de levensverwachting van Nederlanders bij de geboorte met drie jaar kost 40 miljard gulden.

Daardoor moeten de premies op korte termijn (1 tot 5 jaar) met 3 procentpunt van de salarissom stijgen, maar op langere termijn (25 tot 30 jaar) neemt de invloed af.

Bevriezing van de AOW kost de pensioenfondsen extra geld omdat zij tot nu toe de verslechtering van de AOW-uitkeringen opvangen.