'Toppers kunnen parcours van klimtijdrit dromen'

De klimtijdrit is een bijzondere discipline, met altijd mooie winnaars. Morgen gaan de Tourrenners van Bourg naar Val d'Isère: duizend meter stijgen op een afstand van dertig kilometer.

AIX-LES-BAINS, 6 JULI. De klimmers kunnen beter bergop, de tijdrijders rijden sneller in hun eentje. De gecombineerde discipline heeft weer haar eigen specialisten. De klimtijdrit behoort tot de mooiste onderdelen in de wielersport. “Het geeft een kick”, zegt Steven Rooks. “Het is net een Formule I-race”, lacht Stephen Roche.

Morgen wacht de renners een relatief eenvoudige klimtijdrit. Het gemiddelde stijgingspercentage is nog geen zes en moet voor de meeste coureurs geen problemen opleveren. Maar hoe groot worden de verschillen tussen de favorieten? Wie is de specialist van 1996?

Volgens ex-Tourwinnaar Roche (1987) komt het in bovenal op concentratie aan. “Je moet heel goed nadenken over welk verzet je rijdt. Zonder zwaar verzet red je het niet. De vraag is ook wanneer je schakelt. Daarom moet je het parcours goed verkennen, zodat je het blindelings kunt rijden. Alle toppers kunnen de weg morgen dromen.”

In 1987 kreeg Roche in de klimtijdrit naar de kale, hete top van de Ventoux een enorme inzinking. “Ik verloor twee minuten op Bernard, hoewel ik in die Tour verder heel goed naar boven ging. Achteraf denk ik dat ik de krachten verkeerd verdeelde. Dat is het grootste probleem in een klimtijdrit.”

Voor Hennie Kuiper was de klimtijdrit geen favoriet onderdeel. Hij was geen klimtalent, zijn karakter hield hem in het hooggebergte op de been. Hij klampte zich vast aan zijn concurrenten. Rijdend in zijn eentje miste Kuiper de rust om in zijn ritme te komen. “Vroeger was een tijdrit veel meer een gevoelskwestie dan tegenwoordig met al die wetenschappelijke kennis. Ik kon mijn krachten niet goed verdelen. Ik was hier aan het fietsen en wilde daar al zijn. Nee, leuk is anders. Je zat tegen een muur te rijden. Joop kon dat veel beter dan ik”, vertelt Kuiper.

Zoetemelk bewaart goede herinneringen aan de Puy de Dôme, waar hij in 1978 zijn rivaal Hinault met groot verschil versloeg, terwijl de Fransman in dat jaar veel sterker was in het hooggebergte. Rooks (1989) en Erik Breukink (1990) zijn twee andere Nederlanders die een klimtijdrit op hun naam hebben geschreven. Vooral Rooks verbaasde de wielerkenners, die hem nog nooit een goede tijdrit hadden zien rijden.

“Vergis je niet in het verschil tussen een vlakke tijdrit of eentje bergop. Ik vond het laatste lekkerder, zag er minder tegenop. Je moet meer nadenken met schakelen, buitenblad en binnenblad gebruiken. Een gewone tijdrit vond ik vaak geestdodend: 60 kilometer op één blokje rijden, niks voor mij. In Villard de Lans klopte alles. Merckx gaf me nog advies met welk verzet ik naar boven moest.”

Morgen geven de favorieten elkaar naar verwachting niet veel toe. Kuiper noemt Zülle favoriet, Rooks tipt Indurain, Roche weet het niet.

De Ier noemt deze tijdrit een momentopname. “Ik weet wèl dat iedereen dood aankomt.”