Strijd tegen drugs wekt gevaarlijke illusie

In een land ten zuiden van het onze is een stof voorradig waarvan de overheid aldaar de verspreiding wil tegengaan in verband met de schadelijke gevolgen daarvan voor de levende wezens die een bijzondere band hebben met die stof. De regering van dat land maakte daarom het bezit en de handel van die stof strafbaar en zette een krachtig opsporings- en vervolgingsbeleid in gang.

Helaas voldeed dit niet aan de verwachtingen. De handel nam niet af maar bloeide op. De beleidsmakers gingen in beraad en kwamen tot de slotsom dat de criminalisering van bezit en handel van de stof de beschikbaarheid van de stof in eerste aanleg sterk had verminderd. Aangezien de vraag naar de stof niet was gedaald, was de prijs ervan gestegen. Zo werd, ondanks de strafbaarheid daarvan, het verhandelen van de stof zó aantrekkelijk, dat de handel erin weer opbloeide. Om die handel terug te dringen zou het daarom beter zijn een vergunningenstelsel in te voeren dan de opsporing, de vervolging en de straffen op het bezit en de handel van de stof op te voeren.

Aldus geschiedde. En zie, de prijs van ivoor in Zimbabwe daalde, zelfs zoveel dat het voor stropers op olifanten niet meer loonde zich aan de risico's van opsporing, vervolging en bestraffing bloot te stellen.

Einde van deze parabel. De gelijkenis van de drugsproblematiek is treffend. Een overeenkomstige benadering van het probleem van de illegale handel in die stof stuit echter op grote weerstanden.

De kans op consensus over het ten aanzien van gebruik en handel van drugs te voeren beleid is klein. Dat wordt niet beter, wanneer niet door kennis van de feiten gehinderde buitenlanders zich uit de hoogte van hun functies kritisch over ons ten minste even zorgvuldig als het hunne ontwikkelde beleid menen te moeten uitspreken.

Het voornaamste effect van zulke uitspraken is, dat zij aandacht opeisen voor onderlinge meningsverschillen en daardoor afleiden van de hoofdzaak: de drugsproblematiek zelf. Zo werd onlangs veel gesproken over het verschil dat Nederland maakt tussen de zogenaamde zachte en harde drugs en over de last die dit beleid zou veroorzaken voor onze buurlanden. Het over de hele linie falen van de strijd tegen handel en gebruik van drugs bleef intussen volledig buiten schot. Zulke vernauwingen van de aandacht scheppen ruimte voor de mening, dat de wereldwijd gevoerde strijd tegen drugs successen boekt en dat alles op alles moet worden gezet om die strijd tot een goed einde te brengen. Dit is een schrijnende en gevaarlijke illusie.

Schrijnend, omdat zij degenen die begaan zijn met het lot van drugsverslaafden een vals gevoel geeft, dat hun steun aan de strijd tegen drugs helpt het lot van die verslaafden te verlichten. Gevaarlijk, omdat het prohibitionistische beleid tegen drugs de illegale handel daarvan op een overeenkomstige manier in leven houdt als het repressieve beleid tegen de ivoorhandel dat deed in Zimbabwe. Helaas staan ijver en gevoelens aandacht voor de feiten in de strijd tegen drugs in de weg.

Op dit moment zijn het vooral twee rapporten die aandacht verdienen, omdat zij de feitelijke ontwikkeling van de drugsproblematiek en haar bestrijding betreffen. Zij beschrijven de ontwikkelingen in twee landen die met veel kracht en overtuiging de strijd tegen de drugs hebben aangebonden: Frankrijk en de Verenigde Staten.

Het eerste rapport is opgesteld door een door de vorige Franse regering ingestelde Commission de réflexion sur la drogue et la toxicomanie. Het tweede rapport is afkomstig van een Committee on Drugs and the Law, die in 1986 werd ingesteld door de Association of the Bar of the City of New York. Beide rapporten verschenen in 1994. Beide melden dat de strijd tegen handel en gebruik van drugs averechts uitpakt.

De Franse commissie meldt dat sedert 1970, het jaar waarin het gebruik van drugs strafbaar werd gesteld, het probleem een flinke schaalvergroting heeft ondergaan. Tussen 1972 en 1993 is het aantal wegens gebruik aangehouden personen verzeventienvoudigd. De gezondheidstoestand van de verslaafden is ernstig verslechterd. Het druggebruik heeft zich verbreid tot alle kringen en lagen van de Franse bevolking. Het is niet meer alleen een stedelijk, het is ook een plattelandsverschijnsel geworden. Douane en politie erkennen niet meer dan 10 à 15 procent van de in Frankrijk ingevoerde drugs te vangen.

De Amerikaanse commissie is nog een graad krasser in haar conclusies: “Our nation's institutions, as well as those of our South and Central American neighbours, are undermined by the immense wealth accumulated illegally under the current prohibition policy, that the costs of drug prohibition are symply too high and the benefits too dubious”.

Het debat over het drugsbeleid wordt vertroebeld, wanneer volledige vrijlating van gebruik en handel van drugs wordt opgevoerd als het alternatief voor het nu geldende prohibitionisme. De onhaalbaarheid van dat alternatief maakt dat met zulke voorstellen niet verandering van het beleid, maar immobilisme wordt bevorderd.

Het gaat er nu om een beleid te ontwikkelen waarin stap voor stap de schadelijke effecten van het huidige beleid worden weggenomen en het accent wordt verlegd van repressie naar preventie van het gebruik. Dat is nog een lange weg, maar in ieder geval een waarvan het plaveisel niet bestaat uit louter goede bedoelingen.