Schotse huizen in Veere bedreigd

Tentoonstelling Veerse Schilders. De Schotse Huizen, ma-za 12-17u. Boek: Veere, van vissersdorp tot vestingstad, Tiny Polderman en Peter Blom.

VEERE, 6 JULI. Het is feest in Veere, dat dit jaar zijn 700-jarig bestaan viert. Prins Willem-Alexander heeft de festiviteiten ingeluid en er is een fraai jubileumboek uitgekomen, waarin de geschiedenis van het schilderachtige stadje op Walcheren staat beschreven. Maar juist nu pakken zich donkere wolken samen boven twee van de belangrijkste monumenten van de vroegere vissersstad. De Schotse Huizen, twee mooie, middeleeuwse panden aan de Kaai, waarin een klein museum is gevestigd, zijn per 1 januari wegens geldgebrek gesloten. Een groep bewoners heeft uit eigen bezit een tentoonstelling van Veerse schilders samengesteld, waardoor de deur weer even open mocht. Maar als na 28 juli de tentoonstelling is afgelopen, moet deze waarschijnlijk opnieuw dicht.

De Schotse Huizen zijn eigendom van de Rijksgebouwendienst. De overheid keerde jaarlijks een exploitatiesubsidie van 55.000 gulden uit. De voormalig minister van WVC d'Ancona besloot echter drie jaar geleden te stoppen met de financiering van een aantal kleinere instellingen, waaronder de Schotse Huizen. Per 1 januari 1996 was het zover. De gemeente, die 10.000 gulden bijdroeg, is bereid dat bedrag te blijven geven, zegt cultuurwethouder M. Brouwer. Dat geld is nodig voor water, licht en beveiliging; het museum kan er niet van bestaan. Bovendien eist de Rijksgebouwendienst vanaf 1997 een jaarhuur van 35.000 gulden. Volgens de wethouder wordt er druk gezocht naar een oplossing, die in ieder geval 'iets cultureels' moet inhouden. “Het moet passen bij Veere, maar er moet ook aan verdiend kunnen worden.”

Er is al gedacht aan een klederdrachtenmuseum, een dépendance van het Zeeuws Museum, er is gepraat over de vestiging van een zogenoemde Erfgoedwinkel, er ligt een voorstel voor een museum van lokale schilders - maar tot nu toe is alles afgeketst. Een complicerende factor is dat het stichtingsbestuur in liquidatie is gegaan, een procedure die volgens het bestuur nodig was om gelden vrij te maken voor het pensioen van een ex-conservatrice.

De Schotse Huizen zijn laat-gotische gebouwen. Het mooiste van de twee heet 'Het Lammeken' naar een gevelsteen met een lam, dat verwijst naar de wolhandel met Schotland. Het andere, met een dodo op de gevel, wordt 'De Struys' genoemd. Veere had van oudsher banden met de Schotten. De stad kreeg in 1541 het stapelrecht voor aanvoer, opslag en verhandeling van Schotse wol. In ruil hiervoor kregen de Schotten bepaalde voorrechten in Veere, zoals eigen rechtspraak, een eigen kapel in de Grote Kerk en woonruimte. De Schotse Huizen zijn de laatste gebouwen die aan dat verleden herinneren. Ze hebben dienst gedaan als woonhuis en zakenpand voor Schotse wolhandelaren, tot in de napoleontische tijd een eind kwam aan de handelsbetrekkingen.

'Het Lammeken' is gebouwd in 1539. Het heeft een trapgevel en mooie vensterbogen met versieringen boven ramen en deur en wordt beschouwd als een van de belangrijkste monumenten van de Nederlandse bouwkunst uit de 16de eeuw. In 1881 is 'Het Lammeken' van sloop gered door jhr.mr. Victor de Stuers, de grondlegger van de Nederlandse monumentenzorg. Hij kocht het voor 800 gulden en schonk het later aan de staat, met de verplichting het als monument in stand te houden. De kelder en de tuin zijn verpacht aan een restaurant.

'De Struys' is in 1561 gebouwd als spiegelbeeld van het andere huis, maar er is in de loop der jaren veel aan verbouwd. Het verloor onder meer zijn trapgevel. Aan het begin van deze eeuw werd het huis een ontmoetingsplaats van kunstenaars en werden er door de toenmalige bewoner, de Londense miljonair Albert Ochs, voor het eerst exposities georganiseerd. De laatste bewoonster, zijn dochter Alma Frances Oakes, verzamelde meubelen, porselein, klederdrachten en scheepsmodellen die nog steeds de basis vormen van het huidige museum. In 1947 deed zij haar huis en antiekcollectie over aan de staat, met als voorwaarde dat beide huizen als museum zouden worden geëxploiteerd. Haar collectie is de loop der jaren aangevuld met voorwerpen die verband houden met het verleden van Veere en Zeeland, waaronder de beelden van de Heren en Vrouwen van Veere, die vroeger het stadhuis sierden.

De Amsterdamse beeldend kunstenaar Willem Vaarzon Morel, die net als zijn vader en grootvader in Veere heeft gewerkt, kreeg onlangs in Middelburg de handen op elkaar toen hij ervoor pleitte een museum van Veerse schilders in de Schotse Huizen te vestigen. Dit in navolging van het Mondriaanmuseum in Domburg, dat ook gericht is op kunstenaars die in Domburg hebben gewerkt. “Vanaf het eind van de vorige eeuw hebben tientallen schilders uit West-Europa in Veere gewerkt,” zegt Vaarzon Morel en hij somt een lange reeks namen op waaronder de Hongaar Maurice Goth, de Belg Constant Permeke, Jan en Charlie Toorop en Jan Heyse.

“Je kunt beginnen met bruiklenen. Met hulp van sponsors zou een aankoopfonds moeten worden gevormd waaruit in tien jaar een collectie van veertig in Veere gemaakte schilderijen wordt opgebouwd. Meer heb je niet nodig. Verder moeten er goede publicaties en tijdelijke exposities komen. Met zo'n museum kun je een schitterend beeld geven hoe mooi Veere altijd is geweest. Ik denk dat tien- tot twintigduizend bezoekers per jaar voor zo'n museum haalbaar is. De viering van Veere 700 jaar was een mooie aanleiding geweest om uit te pakken,” aldus Vaarzon Morel, die vindt dat vooral voorkomen moet worden dat er “wéér een souvenirwinkel, een antiquariaat of een patatzaak inkomt.”

Waarnemend bestuursvoorzitter ir. P.C. Dekker vindt het plan van Vaarzon Morel 'prima'. “Maar het moet wel financieel rond te krijgen zijn. Je vindt wel sponsors voor activiteiten, maar niet voor de exploitatie van een museum. Voorlopig zie ik nog geen duidelijke oplossing, maar we blijven zoeken.”

    • Gerda Telgenhof