Schaakperversiteiten

Schakers denken wel eens dat alle mensen in de wereld hun spel spelen. Dat is niet zo. Miljoenen mensen spelen shogi, het Japanse schaak. Tientallen of misschien wel honderden miljoenen spelen xiangqi, het Chinese schaak.

En dan is er nog het Koreaanse schaak, het Thaise, Cambodjaanse, Vietnamese, Birmese, Perzische, Indiase en Batakse schaak en wie weet nog hoeveel andere lokale varianten. Spruiten van één stam, in de loop der eeuwen uit elkaar gegroeid, maar nog steeds met onmiskenbare familiegelijkenissen. Veel groter is nog het aantal schaakvormen dat in de loop der eeuwen door individuele knutselaars is bedacht. Tienduizenden bestaan er, volgens sommige schattingen honderdduizenden. Met een paar ervan komen de meeste schakers wel eens in aanraking. In het schaakcafé op het Amsterdamse Leidseplein werd vroeger vaak een vorm van schaken gespeeld die wij Can I? noemden en beter bekend is als Kriegspiel, waarbij de spelers alleen hun eigen stukken kunnen zien en niet die van de tegenstander. Het alcoholschaak, waarbij de stukken flesjes zijn die moeten worden leeggedronken door de speler die ze slaat, is een intellectueel oninteressante schaakvorm, slechts goed voor feestavonden. Heel anders is het gesteld met progressief schaak, waar wit begint met één zet, zwart antwoordt met twee zetten, wit speelt er drie, zwart vier, enzovoort. Koning slaan in de loop van een zet mag niet. Er bestaat een uitgebreide openingstheorie van. Databanken met vele partijen. Een tijdschrift dat de nieuwste ontwikkelingen bijhoudt. De Italianen zijn in deze schaakvorm zo superieur als de Russen in het gewone schaak. De partijen zijn uiteraard kort. Een voorbeeld.

Wit Murphy-zwart Fierek, correspondentiepartij 1988. 1. d4 2. d5, Ph6 (twee zwarte zetten) 3. Pc3, Pf3, Lxh6 4. Lg4, Lxf3, Lxe2, Lxd1? 5. Pb5, Lc4, Lb3, La4, Pxc7 mat.

Je kan je voorstellen dat er een keer een geforceerde winst in de uitgangsstelling gevonden zal worden, en dan is het gedaan met dit spel, waarin John van der Wiel erg goed is.

Maar wie kent het berenschaak, het biljartschaak, bombalot (deze eeuw heeft ons vele schaakvormen geschonken waarin door de inslag van een al of niet nucleaire bom hele sectoren van het bord vernietigd worden), het Brecht-schaak (waar in de geest van Bertolt Brecht de stukken in de loop van de partij aan kracht winnen of verliezen), of het bloedbroederschaak? U ziet dat mijn kennis die is van een trage autodidact die in zijn naslagwerk net bij de B is gekomen. Het naslagwerk is een boek dat in 1994 verscheen, The Encyclopedia of Chess Variants door D.B. Pritchard, uitgegeven door Games & Puzzles Publications. De Bijbel van de schaakperversiteiten. Monument van geleerdheid. Duizenden vormen van schaken zijn er in beschreven. Tienduizenden zijn weggelaten omdat de auteur ze niet belangrijk genoeg vond. Wie bladert door dit boek, beseft dat hij als orthodox schaker in een heel klein hoekje woont van een onmetelijk schaakuniversum, bevolkt door vreemde stammen waar hij geen weet van heeft. Het schaakstuk de beer combineert de mogelijkheden van het paard en van de eekhoorn. Toenemende belangstelling voor het berenschaak is waargenomen onder de jeugd, vooral die in centraal Rusland. Het biljartschaak, ook bekend als reflectieschaak of snookerschaak, is ook vrij populair. Natuurlijk kunnen verschillende perversies gecombineerd worden. De AISE (Associazione Italiana Schacchi Eterodossi) heeft toernooien georganiseerd voor Progressief biljartschaak en voor Biljart-weggeefschaak. Beproef uw krachten eens op het volgende biljartschaakprobleem.

Wit geeft mat in twee zetten. F.F.L. Alexander, 1932. De lopers mogen spelen als gebruikelijk, maar ze mogen ook via de band als een biljartbal teruggekaatst worden. Zo kan Lh6 in één zet op alle velden van de diagonaal a3-f8 komen. In dit probleem mag (om nevenoplossingen uit te schakelen) per zet maar één keer via een band gereflecteerd worden.

En nu komt Fischer dus met zijn Fischerandom waarin de stukken op de eerste rij willekeurig door elkaar gehutseld worden. Het zal u na het vorige niet verbazen dat de gedachte allerminst nieuw genoemd kan worden. Op tientallen verschillende manieren zijn in het verleden al hutselschaakvormen voorgesteld. Het enige nieuwe van Fischer is misschien een klein detail: dat de koning in zijn spel altijd tussen twee torens staat en dat in alle configuraties een soort rochade mogelijk is. Maar verder staat hij met beide benen in een misschien niet erg respectabele, maar in ieder geval wel rijke traditie. Zie bijvoorbeeld de volgende partij, die in 1903 in Brighton werd opgetekend. Eerst de stukken opzetten. De uitgangsstelling is zo:

Wit De Kerstman-zwart Sinterklaas, Brighton 1903

1. e2-e4 e7-e5 2. f2-f4 e5xf4 3. g2-g3 f4xg3 4. Tf1xf7 Ke8xf7 5. Dd1-h5+ Pf8-g6 6. Te1-f1+ Pg8-f6 7. e4-e5 d7-d6 8. e5xf6 g7xf6 9. Lh1-d5+ Lc8-e6 10. Tf1xf6+ Kf7xf6 11. b2-b3+ Pg6-e5 12. Dh5-h6+ Kf6-f7 13. Dh6xe6+ Kf7-g7 14. De6-f7+ Kg7-h6 15. Df7-f6+ Pe5-g6 en hier kondigde de Kerstman mat in twee aan (door Pf3 of Ph3 gevolgd door Dg5 mat). Briljant gespeeld door de kerstman, en sinterklaas kan het vergeven worden dat hij in de ongewone omstandigheden de gevaren niet tijdig onderkende.

Zelfs een groot schaker als Paul Keres heeft zich wel eens met het hutselschaak bezig gehouden, zij het in een minder extreme vorm. In 1935 deed hij mee aan een correspondentietoernooi waarin in alle partijen de witte koning en dame van plaats verwisseld waren. Die van zwart stonden gewoon. Het toernooi werd gewonnen door ene E. Ancsin uit Boedapest met 10 uit 11 en Hans Müller (meester in het gewone schaak) en Paul Keres deelden de tweede plaats met 9,5 punt. Jammer genoeg geeft Pritchard, mijn bron voor vrijwel alles in deze rubriek, geen partijen van Keres.

Wit Ancsin-zwart Müller, correspondentie 1935, wit met Kd1 en De1.

1. e2-e4 c7-c5 2. e4-e5 Pb8-c6 3. Pb1-c3 d7-d5 4. f2-f4 Lc8-g4+ 5. Lf1-e2 Lg4xe2+ 6. De1xe2 e7-e6 7. Pg1-f3 Pg8-h6 8. 0-0-0 De lange rochade lijkt in deze schaakvorm niet aanbevelenswaardig 8...Ph6-f5 9. d2-d3 Lf8-e7 10. Pc3-d1 0-0 11. c2-c3 Dd8-c7 12. Pd1-e3 Pf5-h4 13. Pf3xh4 Le7xh4 14. g2-g3 Lh4-e7 15. Kf1-g2 Ta8-d8 16. c3-c4 Pc6-d4 17. De2-f2 d5xc4 18. d3xc4 Dc7-c6+ 19. Kg2-h3 Td8-d7 20. Lc1-d2 Pd4-f3 21. Te1-d1 f7-f6 22. Pe3-d5 Pf3xd2 23. Pd5xe7+ Td7xe7 24. Df2xd2 f6xe5 25. f4xe5 Dc6-e4 26. Dd2-d6 Tf8-f2 27. Td1-g1 De4-e2 Wit gaf op.

Oplossing van het biljartschaakprobleem: