Pilaarbijters en maîtresses

Politici in Nederland en België weten hun privé-leven in de regel goed af te schermen van het publieke belang. Ze gaan, in tijden van Sturm und Drang, discreet te werk en de pers wroet niet te veel. Er wordt wel eens een toespeling gemaakt, maar die begrijpt alleen een insider die de code kent. Het 'thuis' van de politicus is zijn of haar zaak en dat moet vooral zo blijven.

Sommigen doorbreken dit cordon sanitaire zèlf, zoals onlangs Johan van Hecke (41), de voorzitter van de Vlaamse christen-democraten (CVP). Hij deed dat op een dramatische wijze, en nog vrijwillig ook: hij maakte van zijn huwelijksproblemen een publieke zaak. Van Hecke zorgde voor de ingrediënten van een eigentijdse 'Romea en Julia': de partijvoorzitter ontmoette een geëngageerde journaliste (in casu: Afrika-correspondente Els de Temmerman), raakte verliefd, verliet zijn vrouw en vloog regelmatig naar Afrika. De voorzitter, die tevens Kamerlid is en burgemeester van het Oostvlaamse Oosterzele, trad af en verliet het CVP-hoofdkwartier via de brandladder om de wachtende pers te ontlopen. Hij liet nog weten te zijn afgetreden “wegens privé-problemen” en vloog met stille trom naar Afrika. Nooit heeft een jonge politicus met zo'n glansrijke carrière - Van Hecke was de gedoodverfde opvolger van premier Jean-Luc Dehaene - z'n loopbaan zo snel en grondig verprutst als Van Hecke.

De hele affaire is vooral een drama voor Van Hecke zelf, die niet in de gaten had wat hij over zich afriep toen hij z'n huwelijk tot 'publieke zaak' verklaarde. De sluizen werden daarmee opengetrokken voor delen van de pers om alles eens goed uit de doeken te doen, inclusief foto's van de blonde geliefde. En in zijn eigen CVP greep de nogal traditioneel-katholieke vleugel, de zogenoemde pilaarbijters, de val aan om aan de vernieuwing van Van Hecke een einde te maken. Van Hecke had allemaal nieuwlichters in de partij gehaald, van milieuactivisten tot artiesten. Zij moesten een toontje lager zingen. Bovendien voegde ex-minister Mark Eyskens er nog fijntjes aan toe, dat een “gescheiden man” geen CVP-voorzitter kan zijn. Daarmee was Van Hecke's lot definitief bezegeld in de wurgkamertjes van de Wetstraat, het Brusselse Binnenhof.

Hoe droevig het ook uitpakt voor Van Hecke, zijn val was wel logisch. Hij kampte zelf met de spagaat tussen z'n privé-moeilijkheden en zijn publieke uitspraken. Hij wilde de CVP profileren als “gezinspartij”, noemde zichzelf graag de “ethische oppositie” en beschouwde de 'C' als zijn bakermat. Op de CVP-familiedag zette hij “het gezin” voorop en zong hij uit volle borst een lied met de woorden: “De Afrika-zon schijnt door het raam; ik heb zin om op te staan”. Bij hen die de hele achtergrond al via de fluistercampagne hadden gehoord, ging gegniffel op.

Je kunt Van Hecke zelfs prijzen voor zijn eerlijkheid. Hij wilde geen dubbelleven en ergens stiekem een “maîtresse” aanhouden, zoals enige wat meer ervaren politici hem hadden aangeraden. Een deuxième bureau (zoals het verschijnsel maîtresse wel wordt genoemd) is in een 'biechtcultuur' niet zo erg, zolang de buitenwereld het niet weet. De methode is beproefd in België, evenals in Frankrijk en ook een beetje in Nederland. Het voorkomt dat van de 'burgerlijke status' een issue wordt gemaakt. Premier Dehaene zou er geen moeite mee hebben gehad. Hij is een 'machtsmens', voor hem telt of de voorzitter goed functioneert. Maar toen Van Hecke meer in Afrika zat dan op zijn Brusselse kantoor, gingen ook bij hem rode lichtjes branden. 'Allez, wat zal het nu zijn? Den politiek of 't vrouwmens?', zo moet hij Van Hecke hebben voorgehouden. De innerlijk verscheurde Van Hecke koos voor zijn geliefde. De Wetstraat heeft hem afgeschreven, voorlopig althans.

In dat lot zit toch ook iets van predestinatie, want in elke politieke cultuur raak je in moeilijkheden als het privé-gedrag haaks staat op het bestaansrecht van de partij. Bij christelijke poitici is dat de 'C'. Een gokverslaafde zal niet snel CDA-leider worden; een 'rokkenjager' niet snel de leider van het GPV. Bij de socialisten en liberalen is het de financiële moraal. In 1993 moest PvdA-staatssecretaris Roel in 't Veld het veld ruimen omdat hij als professor nog had bijgeklust, net voordat zijn eigen partijleider dat tot doodzonde had verheven. En VVD-staatssecretaris Henk Koning werd 'politiek beschadigd' omdat hij het belastingformulier van een bevriend tv-journalist hielp invullen, terwijl de VVD de 'vriendjespolitiek' van het CDA verafschuwde. Wie tegen de vaandels van de partij ingaat, rijdt zich vroeg of laat klem. Van Hecke viel over zijn geloofwaardigheid; niet over de uitgestoken voetjes van de 'pilaarbijters'.

    • Derk-Jan Eppink