Pierement

Mr. R. DE WAARD: Draaiorgels. Hun geschiedenis en betekenis

128 blz., geïll., De Alk 1996, ƒ 47,50

Soms staat er, bij ons in de buurt, onder het raam een draaiorgel te spelen - tamelijk luidkeels en te langdurig - en dan mopperen wij over de opdringerige polka's, marsen en walsdeuntjes die ons het werken bijkans onmogelijk maken. Maar omdat de gemeente voorschrijft dat zo'n orgel maximaal een kwartier op dezelfde plek mag staan, is het leed weer gauw geleden. En als ik op straat een pierement tegenkom, prijs ik me alleen maar gelukkig over het feit dat ze nog bestaan en hun vrolijke muziekconfetti blijven uitstrooien over het winkelende volk.

Het grootste wonder is misschien wel dat er nog orgeldraaiers zijn. Van de honderden die er vóór de oorlog moeten zijn geweest, zijn er immers nog maar enkele over. Hun broodwinning is nu uitsluitend te vinden in winkelstraten met veel passanten en niet meer in de woonwijken waar vroeger de stuivers en dubbeltjes uit de ramen naar beneden werden geworpen (mijn grootmoeder verpakte zo'n muntje altijd in een stevig propje papier, zodat het recht op straat zou vallen). Maar de werkomstandigheden zijn sindsdien ernstig verslechterd, schrijft mr. R. de Waard in het ruimschoots geïllustreerde boek Draaiorgels, door “de toename van het autoverkeer en het straatlawaai, minder mogelijkheden om geschikte standplaatsen te vinden, nieuwbouwwijken met brede straten en hoge flatgebouwen waar draaiorgelmuziek verwaait, en de geldontwaarding waardoor het vanouds gebruikelijke kopergeld dat in de mansbakjes werd ontvangen, niet meer voldoende was voor het levensonderhoud van de orgelhuurder, zijn helpers en hun gezinnen.”

Er is, kortom, veel veranderd. En dus zou over verleden en heden, de muzikale ontwikkelingen, de sociaal-economische omstandigheden en de sociologische context van het draaiorgel veel te vertellen zijn. Zeker door Romke de Waard, die er als aartsvader van de Nederlandse pierementologie alles van weet en zijn boek de ondertitel 'Hun geschiedenis en betekenis' heeft gegeven. Maar al op de tweede tekstpagina is hij uitgeschreven over de vooroorlogse historie, en dan gaat het verder voornamelijk over de geschiedenis en de betekenis van de mede door hem opgerichte instituten: de Kring van Draaiorgelvrienden, het bezienswaardige Museum van Speeldoos tot Pierement, en de plaatselijke en regionale stichtingen die de afgelopen jaren succes hebben geboekt met het redden van authentieke draai- en kermisorgels.

Het boek is verschenen bij het veertigjarig bestaan van die Kring en heeft ook een ledenwervende strekking. Links en rechts deelt de auteur pluimpjes uit aan de vele vrijwilligers die er hun ziel en zaligheid aan hebben gegeven, met als gevolg dat de geïnteresseerde buitenstaander af en toe het gevoel krijgt dat hij een samenvatting van de jaarverslagen zit te lezen. De Waard is bovendien te zeer verweven met zijn onderwerp om veel aandacht te schenken aan het ongecompliceerde plezier dat het pierement teweegbracht (en -brengt) bij degenen die niet tot in de finesse op de hoogte zijn van registers, disposities, balgen en windladen.

En toch valt er, tussen de beschrijvingen van de orgeltypes en de activiteiten van de orgelliefhebbers, nog heel wat op te steken over de positie van het draaiorgel. Interessant zijn bijvoorbeeld de passages over de belangstelling van vermogende buitenlanders, die allerlei belangrijke orgels uit Nederland hebben weggekocht. De Waard introduceert in dit verband het woord 'adieu-orgels'. Gelukkig kon eind 1991 een bescheiden dam tegen die leegloop worden opgeworpen, nadat de Kring van Draaiorgelvrienden bij het toenmalige ministerie van WVC had gevraagd of de Wet tot Behoud van Cultuurbezit óók op draaiorgels van toepassing was. Vijf orgels werden toen op de lijst geplaatst van kunstvoorwerpen die het land niet mogen verlaten.

Maar nog vele andere waardevolle orgels zijn door de wet niet beschermd. Wijzend op de talentvolle orgelbouwers die in Nederland nog bestaan, zegt De Waard dan ook dat die buitenlanders hier beter nieuwe orgels kunnen komen kopen dan antieke. Dat is de beste oplossing.