Pensioen is meer dan lijfrentepolis

Pensioen is geen leuk onderwerp”, moet zelfs drs. Lex Visser van Tromp de Haas & Visser pensioen- en vermogensadviseurs te Nieuwegein toegeven. “Je moet er òf dertig jaar op wachten òf je moet ervoor doodgaan. Ik spaar ook liever voor aardigere dingen.” Visser verwoordt de algemeen heersende weerzin onder werknemers en zelfstandigen om over hun financiële toekomst na te denken.

Zo'n houding staat overigens vaak haaks op iemands wensen, weet hij. “Als je vanaf je zestigste een pensioen wil van tachtigduizend gulden per jaar, heb je een miljoen nodig. Dat soort getallen begrijpen mensen vaak niet.”

Wie een goed pensioen wil, moet nadenken over de financiering van een toekomstig leven met minder of geen arbeidsinkomen. Iemand die daarin inzicht wenst, zet te verwachten baten en lasten uit langs een denkbeeldige tijdlijn tussen nu en z'n pensioenleeftijd. “Wij noemen dat een financieel tijdpad”, zegt Vissers collega Paul Tromp de Haas. Voor werknemers begint zo'n overzicht met gegevens over het bedrijfspensioen. Visser: “Als je het jaarlijkse afschrift niet begrijpt, vraag dan bij personeelszaken eens na wat het precies inhoudt, en wat je krijgt als je bijvoorbeeld volgend jaar weggaat.” Naast arbeidspensioen zet een pensioen(zelf)planner andere verwachte inkomsten op de tijdlijn zoals uitkeringen van verzekeringspolissen, de geschatte hoeveelheid spaargeld ten tijde van het pensioen, verwachte erfenissen, en de geraamde waarde van een eigen huis of van andere bezittingen.

Gedegen pensioenplanning lukt niet iedereen zonder adviseur. “Ons vak is vooral vragen stellen”, zegt Tromp de Haas. “Wat bezit je? Wat wil je met je leven in de toekomst? Pas als dat duidelijk is, kun je gaan plannen.” Hoeveel pensioen iemand nodig heeft, is namelijk zeer persoonsgebonden. Visser: “Een man die op z'n zestigste stopt, z'n hypotheek heeft afbetaald, volwassen kinderen heeft, graag vogels kijkt en met z'n vrouw thuiszit, behoeft waarschijnlijk geen zeventig procent van z'n laatstgenoten salaris. Maar er zijn ook mensen die het er juist na hun pensioen ècht van willen nemen. Ze willen paarden fokken of een zeiljacht kopen. Dat zijn overigens verdrietige situaties. Wij raden ze vaak aan: Ga nu leven!”

Iemand wiens financiële middelen na z'n werkzaam leven ontoereikend zijn, heeft een pensioentekort. De manier waarop hij dat moet en kan aanvullen is uiterst persoonlijk, legt Tromp de Haas uit. Dat hangt onder andere af van zijn levensfase, zijn inkomen nu en straks, zijn wensen, hobbies, en ook van wat fiscaal verstandig is. Visser: “Wie nu een dubbel inkomen heeft en straks dure studerende kinderen, doet er wellicht goed aan vast extra geld voor z'n pensioen weg te zetten.” De via advertenties veel aangeprezen lijfrenteverzekering is daartoe lang niet altijd de beste oplossing, beklemtoont hij. “Je kunt heel lang niet meer aan je geld komen zonder veel kosten te maken. Vooral voor jonge mensen kan een spaartegoed of een aandelenportefeuille veel interessanter zijn. Het benutten van je rente- en dividendvrijstelling is ook fiscaal gunstig en dat geld is met weinig of geen kosten beschikbaar.”

Voor degenen die wèl een lijfrentecontract afsluiten, heeft Visser het volgende kostenbesparende advies. “Leg nooit in je polis vast dat je begint met hoge premies. De eerste kosten en de provisie voor tussenpersonen zijn namelijk afhankelijk van de premiestortingen in de eerste vijf jaar. Iemand die met lage bedragen begint en incidenteel een extra storting doet, is veel goedkoper uit.” Ook de pensioenpolis laten aflopen op 60- in plaats van 65-jarige leeftijd scheelt geld. Visser: “Tussenpersonen sluiten contracten graag af op 65 jaar, want hoe langer de polis loopt des te hoger hun provisie. De polis na de afloopdatum langer laten doorlopen, is voordeliger.”

De pensioengenieter in spe moet alert zijn op 'gratis adviezen', waarschuwt Visser. “Uurtarieven zijn in onze branche nog niet gebruikelijk; adviezen zijn nog te veel bepaald door provisiebelangen. Een pensioenpolis levert een intermediair vaak duizenden guldens op. Voor dat bedrag moet een klant niet schromen tot aan z'n pensioen een beroep op z'n adviseur te doen.” Visser illustreert de negatieve effecten van het provisiesysteem aan de hand van de huidige jacht van lijfrenteverkopers op bedrijfsspaarregelingen. Die omzetten in een lijfrentepolis zou niets kosten. “Dat is boerenbedrog”, vindt Visser. “Die redenering gaat niet op voor werknemers die slechts 38 procent belasting betalen. Daarnaast vermindert het omzetten van netto spaargeld in een belaste lijfrentepolis je mogelijkheden om het geld te gebruiken als toekomstvoorziening. Als je na een paar jaar stopt met werken, heb je vooral kosten gemaakt.”

Pensioenplanning doe je met beleid. “Ga nooit af op het eerste voorstel”, tipt Tromp de Haas. En zie je pensioen nooit los van de rest van je financiële situatie, voegt Visser toe. “Geld is geen doel op zich. Wij proberen er inhoud aan te geven door na te gaan welke vrijheden een cliënt ermee kan kopen.”

    • Erica Verdegaal