Over Richard Krajicek

Richard Krajicek kan zich vandaag via de Australiër Jason Stoltenberg plaatsen voor de finale van Wimbledon, het belangrijkste tennistoernooi ter wereld. Bondscoach Stanley Franker, de oud-tennissers Henk Timmer en Tom Okker, en vriendin Daphne Dekkers over de beste tennisspeler van Nederland.

Deckers: lotusbloem

DAPHNE DECKERS, de 27-jarige vriendin van Richard Krajicek: “Dit is mijn eerste Wimbledon. Twee jaar geleden was ik onderweg naar Londen, maar ik was nog niet geland of ik kon al weer naar huis. Ik zit hier niet voor de tennisser Richard, maar voor de mens Richard. Wat ik enorm in hem bewonder is zijn mentale veerkracht. Veel mensen hebben hem al afgeschreven en gezegd of geschreven dat hij mentaal niet goed in elkaar steekt. Het tegendeel is waar. Richard heeft zich altijd weten terug te knokken.

“Tennis is spijkerhard, winnen of verliezen. Een middenweg bestaat niet. Het is niet zoals met het Nederlands elftal. Dat mocht met 4-1 verliezen en ging toch door naar de kwartfinales van het EK.

“Bij de Australian Open kreeg ik een goed gevoel. Het ging als een raket. Richard riep al maanden dat hij de ballen op de training fenomenaal stond te raken. Het ging ook goed, maar helaas kreeg hij in derde ronde last van zijn rug. Op Roland Garros had hij gewoon de pech dat hij tegen die Russische trein (Kafelnikov, red.) opliep, zoals hij zelf zei.

“Wij praten weinig over tennis. Zijn hele leven is tennis, dus hij is blij als hij even niet over tennis hoeft te praten. Achter ieder racket zit een mens. Het lijkt mij wel prettig als iemand als bliksemafleider fungeert. Mijn bijdrage? Dat weet ik niet. Maar een vaste relatie brengt stabiliteit in iemands leven, dat is zeker waar.

“Richard is nu a man on a mission. Hij bekijkt het van wedstrijd tot wedstrijd. Morgen begint een nieuwe dag, morgen begint een nieuwe geschiedenis. Dat is de Zen-filosofie waar hij zich zo nu en dan in verdiept. Ik weet bijvoorbeeld zeker, dat hij vergeten is dat hij hier de afgelopen twee jaar in de eerste ronde verloor. De rol van underdog bevalt hem goed, is me opgevallen. Hij ziet zichzelf ook niet als favoriet, ook al noemt iedereen hem zo.

“Hij is heel gespannen, maar positief gespannen. Op de baan komt hij tot ontlading. Dan lijkt het soms net alsof hij het niet is. Zoals hij tegen Stich en Sampras tekeerging, dat was een display van zelfvertrouwen. Buiten de baan is hij heel nuchter en bescheiden. Richard is volwassen geworden. Vroeger wilde hij altijd mooi winnen, nu kan hij zich erbij neerleggen als het even wat minder gaat. Als hij maar wint.

“Richard is lang een wolf in schaapskleren geweest. Als hij staat te winnen zoals hij nu doet, is hij niet meer te stoppen. Hij is jarenlang een rups geweest, nu is hij ineens een vlinder. De Aziaten hebben daar een mooi spreekwoord voor: een lotusbloem groeit uit de modder en hoe dieper de modder, hoe mooier de bloem. Ik ben al voorzichtig met mijn gedachten bij zondag geweest. Richard niet.”

Franker: lui supertalent

STANLEY FRANKER, technisch directeur van de tennisbond: “Krajicek kwam met zijn moeder naar de tennishal in Amsterdam. Hij wilde de schoolbanken verlaten en prof worden. Hij was zestien. Ik vroeg hoe zijn cijfers waren, tennis mocht geen vlucht zijn, hij moest het echt willen. Als hij overging, zou ik hem opnemen in Jong Oranje.

“Als ik hem niet al op zijn twaalfde had zien spelen, had ik hem toen die kans niet gegeven. Op zijn twaalfde - hij sloeg niet hard, maar had wel inzicht en gevoel voor de bal - was hij een groot talent. Op zijn zestiende was hij net fors aan het groeien. Het talent was nog latent aanwezig, maar hij had geen volley's en geen backhand. Dat was gunstig, want er viel nog veel te verbeteren.

De eerste twee jaar presteerde hij niets, het derde jaar won hij een satelliettoernooi. En dan te bedenken dat talenten nu na een jaar al worden afgemaakt als ze geen punten halen.

“Richard was een bijdehante gozer. Hij was niet ondeugender dan de anderen in het team. Dat waren Paul Dogger, Jan Siemerink, Glenn Schaap. Hij hield zich aan afspraken, maar ik hield hem scherp in de gaten. Eufemistisch uitgedrukt kan je zeggen dat hij effectief trainde. Met andere woorden: hij was lui. Ik moest ervoor zorgen dat hij werkte. Maar hij had respect voor me: als hij mijn hoofd zag, begon hij al te rennen. Dat is nu wel anders.

“Hij is natuurlijk een supertalent, een artiest. Je moet alleen genoegen nemen met een Richard die wisselvallig is. De laatste dagen speelt hij erg goed, al ben ik tijdens de partij in de derde ronde tegen Brett Steven weggelopen. Het is ook jammer dat hij niet tegen Ivanisevic of Becker speelt, maar tegen spelers waar hij geacht wordt van te winnen. Tegen topspelers is hij op zijn best.”

Timmer: herboren

HENK TIMMER, kwartfinalist op Wimbledon in 1927 en 1929: “De oude Timmer zegt dat Krajicek, een aardige, wat verlegen jongen, het hele toernooi gaat winnen. Gelooft u mij maar, die meneer Stoltenberg en ook die meneer Martin of Washington - ik heb ze op tv zien spelen - maken niets klaar tegen Krajicek.

“Krajicek was als jongetje van drie turven hoog al een aardige tennisser. Maar hij is enorm gegroeid, hij is herboren. Vroeger was het alleen een service, maar hij heeft nu ook groundstrokes. Vroeger kon hij geen rally volhouden van meer dan vijf slagen, maar hij heeft nu een forehand en een backhand. En hij heeft leren lopen.

“Vroeger liet hij snel zijn koppie hangen. Ik noemde hem unreliable, onbetrouwbaar. Het was een mentale kwestie. Ik dacht dat hij daar nooit bovenop zou komen. Maar ik moet mijn mening herzien. Hij is verdomd sterk gaan spelen. Het begon dit jaar in Rome - ik heb nog een weddenschap van 25 gulden verloren, omdat ik dacht dat hij zou winnen van Muster.

“Als Krajicek op dreef is, is er geen vent die hem kan slaan. Hij heeft Stich en Sampras echt afgedroogd, met een enorm overwicht. Tom Okker was absoluut de beste speler die we ooit gehad hebben, maar Krajicek is nu misschien wel beter aan het worden. Okkertje heeft de finale gehaald van de open Amerikaanse. Hij verloor daarin van Arthur Ashe.

Ik heb de kwartfinale gehaald op Wimbledon. Maar wij waren niet goed genoeg om het toernooi te winnen, zo simpel is het. Krajicek heeft natuurlijk het voordeel van zijn enorme service, vooral op een grasbaan waar die bal doorschiet. Maar zo blijven spelen, ondanks al die regenpauzes, dat had hij vroeger nooit gekund.''

Okker: zelfvertrouwen

TOM OKKER, halve-finalist op Wimbledon in 1978: “Wat mij opvalt als ik Richard Krajicek op de baan aan het werk zie? Nou, heel simpel. Dat hij vreselijk goed staat te spelen. En dat over de hele linie: serveren, volleren, retourneren. Aces, forehand, backhands. Alles is raak. Hoe zijn techniek plotseling zo verbeterd kan zijn? Ach, het zat er altijd al wel in. Nu komen al die trainingsuren er plotseling uit. Ik heb hem in het verleden wel eens aan de gang gezien dat ik dacht: dat kan toch veel beter. Hij speelde wisselvallig, nu staat hij steady op de baan. Alles is terug te voeren op zijn zelfvertrouwen, dat nu enorm moet zijn.

“Richard heeft een perfect spel voor tennis op gras. Hij beheerst het service-volleyspel tot in de kleinste details. Als ik hem zo zie en zijn lichaamstaal bekijk, valt me één ding in het bijzonder op: hij staat weer met enorm veel plezier op de baan. Hij begint het langzaam maar zeker weer leuk te vinden. Hij staat rustig op de baan. Rustig en beheerst. Hij blaakt van het zelfvertrouwen. Hij beseft dat hij van iedereen kan winnen. Met die instelling gaat hij ook de baan op en als het dan eenmaal loopt, ja dan...

“Bovendien weet Richard dat hij Wimbledon kan winnen als hij zo blijft spelen. Wimbledon is het hoogste wat een tennisser kan bereiken. Hoger bestaat niet. In de kleedkamers hoor ik dat hij plotseling de grote favoriet is. Dat was ik destijds tegen Borg beslist niet. Of hij in een overwinningsroes verkeert? Ach, dat weet ik niet. Richard is heel nuchter, hij laat zich het hoofd niet op hol brengen. Iedere wedstrijd is een wedstrijd op zich. Dat weet Richard inmiddels ook.”