Laatste trek naar Transvaal; Louis Trichardt en het raadsel van Zuid-Afrika

Zuid-Afrika lijkt bedwelmd door zijn eigen succes. De rassenverhou- dingen zijn verbeterd, de economie groeit voor het eerst in jaren - maar de vrucht van twee jaar democratie is vooral immaterieel gebleven. Met een bezoek aan het dorp Louis Trichardt neemt correspondent Peter ter Horst afscheid van Zuid-Afrika, dat er maar moeilijk aan kan wennen dat het een 'gewoon' land is geworden. Hoe houdbaar is het wonder?

In de hoofdstraat van Louis Trichardt hebben zwarte kooplieden hun waren op het trottoir uitgestald: drie plastic borden met tomaten, vijf horloges uit Taiwan en een tube tandpasta. Met felgekleurde woorden op de ramen schreeuwen de winkels hun koopjes naar de massa zwarte wandelaars. De eethuizen bieden gerechten uit de zwarte keuken, pap en vleis, pap en sous. Bij de Trust Bank staat een lange rij voor de kassa. Nog maar twintig procent van de klanten is blank, de rest zijn zwarten uit de omgeving.

Louis Trichardt is een dorp in Afrika. Wie om zich heenkijkt, stuit meteen op het raadsel van Zuid-Afrika. Hoe heeft de blanke minderheid ooit kunnen geloven dat dit dorp een blanke enclave in Noord-Transvaal zou blijven? En het land een blanke enclave in Afrika?

De rekenmeesters van de apartheid konden zo mooi deelverzamelingen van de bevolking maken, om ze onder te brengen in de zwarte 'thuislanden' voor etnische groepen. Maar in hun ideologische blindheid en hebzucht verloren ze de simpelste rekensom uit het oog. Vijf miljoen blanken tegenover 35 miljoen zwarten, kleurlingen en Indiërs. Wie winst wil maken, heeft de arbeid en de koopkracht van de meerderheid nodig. Hoezeer de premiers Malan, Verwoerd en Vorster het ook probeerden, hoe neutraal 'afzonderlijke ontwikkeling' ook klonk, hoe vaak het leger de zwarte townships introk om opstanden te onderdrukken, het viel niet te ontkennen. Zuidafrikanen waren niet te scheiden.

Ze hebben het geprobeerd, ook in Louis Trichardt. Een paar kilometer buiten de gemeentegrenzen ligt Tshikota. Het is de zwarte schaduw van het blanke dorp, zoals iedere gemeente in Zuid-Afrika buiten oogbereik een reservaat voor huishoudsters, tuinmannen en consumenten er op nahoudt. Volgens de regels van de apartheid woonden de zwarten in Tshikota te veel door elkaar. In het begin van de jaren tachtig greep de regering in. De Venda-sprekers werden verhuisd naar Vleyfontein, een woongebied in het 'onafhankelijke' zwarte thuisland Venda. De Shangaan-sprekers moesten naar de plaats Waterval in het thuisland Gazankulu. Voor de Sotho-stam was een plek gevonden in het thuisland Lebowa. Wat eens een levendige gemeenschap was, werd een spookdorp voor de tachtig families die achterbleven en het sociale laboratorium van de apartheid trotseerden.

Vroeger, toen de Zuidafrikaanse politiek nog blank was en makkelijk in te delen in verlig en verkramp, stond Louis Trichardt bekend als een conservatief dorp. De Indiërs waren in de jaren zeventig uit hun winkels in het centrum gesmeten en verhuisd naar een wijk buiten de stad. Zwarten konden zich 's avonds beter niet op straat vertonen. In 1990 was Louis Trichardt even in het nieuws. Nadat president De Klerk de afschaffing van de apartheid had aangekondigd, joeg een groepje blanken met hun leren zwepen, de sjambok, zwarte schoolkinderen uit het park. Ziet u wel, racisme is nog lang niet dood in Zuid-Afrika, lieten de media de wereld weten.

Twee jaar later volgde een laatste oprisping van verzet. De Klerk vroeg de blanke bevolking in een referendum om steun voor zijn hervormingen. Het dorp stemde massaal tegen. Maar Noord-Transvaal was de enige regio die tegenstemde en de hervormingen gingen door, zo snel en zo ingrijpend dat ook Louis Trichardt moest capituleren.

Bij de algemene verkiezingen van 1994 kwam er niets van het verzet dat extreem-rechts had aangekondigd. Het dorp is nog niet vergeten dat At Engelbrecht van de fanatiek-rechtse Afrikaner Weerstandsbeweging doodging terwijl de verkiezingen aan de gang waren. At had gezegd dat de verkiezingen alleen over zijn lijk zouden worden gehouden. Hij kreeg een hartaanval, 44 jaar oud, en het ANC kwam aan de macht.

Ik was naar Louis Trichardt gereisd om na bijna vijf jaar afscheid te nemen van Zuid-Afrika. Ik wilde zien hoe het land er voorstond na de politieke en sociale omwenteling die ik heb meegemaakt, en hoe een voorheen verkrampt dorp op het platteland die heeft doorstaan. Na de apartheid is Zuid-Afrika het thuisland van alle Zuidafrikanen - van de zwarte, de blanke en de Indiër. Voelt iedereen in Louis Trichardt zich er ook thuis?

Het dorp ligt aan de weg naar Zimbabwe, honderd kilometer voor de grens. Op het monument bij de ingang van het dorp staat 'De poort naar Afrika'. Mensen uit Zimbabwe komen hier hun boodschappen doen. De lokale krant, de Zoutpansberger, is al met een Zimbabweaanse editie begonnen.

De Nederlandse kolonisten die in de vorige eeuw met ossewagens hun Grote Trek ondernamen vanuit de Kaap naar het binnenland, kwamen niet verder dan hier, aan de voet van de Soutpansbergen. De eerste groep kwam in 1836 onder leiding van Louis Trichardt. Hij nam het rampzalige besluit door te reizen naar de kust, naar Delagoa Bay, het huidige Maputo in Mozambique. De 46 trekkers stierven één voor één aan malaria.

Even buiten het dorp liggen de resten van Schoemansdal, het noordelijke eindpunt van de Voortrekkers die op zoek waren gegaan naar grond en vrijheid van Britse overheersing. Schoemansdal kende een korte bloeiperiode tussen 1848 en 1867, toen het vanwege conflicten met zwarte stammen in de omgeving moest worden ontruimd. Het Afrikaner nationalisme blies de zwerftocht op tot epische proporties. De blanken brachten met God aan hun zijde de beschaving naar Afrika.

Op het desolate kerkhofje is het veel gewoner, Hollandser. Daar ligt onder de enige gedenksteen Josina van Warmelo, geboren in Rotterdam, gestorven op 28 januari 1865, echtgenote van dominee N.J. van Warmelo, 'eerste predikant van Zoutpansberg'.

Als een keizer na de overwinning is Solly Noor teruggekeerd in het dorp. Vroeger had hij een kleine platenwinkel in het dorpscentrum. De Indiërs waren sinds mensenheugenis deel geweest van het leven in Louis Trichardt. Hun grootouders, winkeliers en handelaren, waren vanuit de steden naar de plattelandsdorpen getrokken. Toen de apartheid de verste hoeken van het land bereikte, moesten de Indiërs weg uit het centrum. Hun winkels werden geconfisqueerd, hun huizen verwoest. Aan de overkant van de snelweg kregen ze hun eigen buurt.

Achter een façade van blanke stromannen breidde Solly Noor zijn conglomeraat uit tot 39 bedrijven in detailhandel, projectontwikkeling en financiering. Zijn bedrijf in huishoudelijke apparatuur is nu het economisch zenuwcentrum van Louis Trichardt. Met een onwankelbaar vooruitgangsgeloof opent Solly Noor het ene nieuwe winkelcentrum na het andere. Ook het politieke leven wordt hier bepaald. Noor is de voorzitter van het dagelijks bestuur van de stad. Als Indiër, multimiljonair en lid van het Afrikaans Nationaal Congres is hij de ideale schakel tussen zwart en blank in het dorp. Voor de zwarten is hij bevlogen genoeg, voor de blanken een kapitalist die ook iets te verliezen heeft.

Aan de muren van zijn kantoor hangen vergulde spreuken uit de Koran. Blanke zakenlieden lopen binnen om te onderhandelen over de huurprijs van een nieuw kantoor. Noor, gekleed in een Engels maatpak, heeft de zaktelefoon permanent in de hand. “Zoals de meeste zwarten voel ik absoluut geen bitterheid over het verleden. Het park voor het gemeentehuis was vroeger alleen voor blanken. Nu zitten wij in het gemeentehuis, en dezelfde mensen die ons toen uit het park weghielden, moeten nu aan ons rapporteren. Een kerel die mij vroeger heeft opgesloten kwam een paar weken geleden naar me toe. 'Waarom ben jij zo rustig?' vroeg hij. 'Waarom zoek jij geen wraak?' Ik zei tegen hem: 'Denk je werkelijk dat ik me wil verlagen tot het niveau waarop jullie ons hebben behandeld?”'

In het dorpsbestuur heeft het ANC nu de meerderheid, maar het zijn nog de blanke ambtenaren die de politiek onder controle hebben, meent Noor. Zij bereiden de besluiten voor, de nieuwe machthebbers zonder ervaring mogen hun handtekening zetten. “Maar dat is een spel dat ze maar beperkte tijd kunnen spelen.”

Extreem-rechts is in Louis Trichardt tot zwijgen gebracht, net als in de rest van het land. In 1988 kreeg Noor nog een bommelding van de Afrikaner Weerstandsbeweging toen hij een nieuw winkelcentrum opende. Zijn huis werd omsingeld, en de AWB'ers dreigden het plat te branden. Nu kopen dezelfde mensen in zijn winkel. “Een paar jaar geleden kocht ik een boerderij buiten het dorp, voor wat ontspanning in het weekeinde. De boerderij lag midden in het land van rechtse boeren, die niet blij waren met al die Indiërs om hen heen. Maar toen er in mijn boerderij werd ingebroken, kreeg ik midden in de nacht een telefoontje van de buren. Dezelfde boeren beschermden met hun geweren mijn huis. Dat is het raadsel van de Afrikaner: aan de ene kant meedogenloos, aan de andere kant vriendelijk en behulpzaam.”

Noor is meer dan optimistisch over de toekomst van zijn dorp. Hij verwacht een grote migratie vanuit Venda, Lebowa en Gazankulu. De economietjes van de zwarte thuislanden, die vooral draaiden op staatsuitgaven en overbodige ambtenaren, storten ineen als de kaartenhuizen die ze waren. Volgens Noor hebben 250 zwarte gezinnen inmiddels hun intrek genomen in voormalige blanke buurten. Waar de gemeente voorheen dertig erven per jaar uitgaf, zijn het er nu zestig in de maand. Nu de handel met Afrika en het toerisme aantrekken, moet Louis Trichardt mee kunnen floreren. “Maar het belangrijkste is dat we de mensen basisvoorzieningen geven: een dak boven hun hoofd, water, onderwijs. Dat gaat veel tijd kosten, en het dorp zal het niet zelf kunnen betalen. Ik weet niet hoe, maar we gaan het doen.”

Het zou het motto kunnen zijn van de regering-Mandela. Toen het ANC in mei 1994 aan de macht kwam, dreef het op de roes van bevrijding en internationale goodwill. Zuidafrikanen hadden de apartheid relatief vreedzaam verruild voor democratie - een goed-nieuwsvoorbeeld voor Rwanda, Bosnië en andere conflicthaarden in de wereld. Buitenlandse investeringen zouden binnenstromen. De regering zou met haar eigen Marshall-plan voor Wederopbouw en Ontwikkeling de zwarte bevolking in hoog tempo geven waar zij recht op had: een miljoen huizen in vijf jaar, werk, schoon drinkwater, elektriciteit, klinieken en scholen. Het ANC wist niet hoe, maar ging het doen.

Maar de weg naar het paradijs bleek lang. De vrucht van twee jaar democratie is vooral immaterieel gebleven: het land is redelijk stabiel uit de turbulente overgangsfase gekomen, het politiek geweld is behalve in KwaZulu/Natal afgenomen en dank zij de Mandela magic zijn de rassenverhoudingen verbeterd. Maar als het tot daden moest komen, liep het ANC vaak vast op de nalatenschap van de apartheid, de diepe kloof tussen Eerste en Derde Wereld in één land.

Er zijn nog steeds twee Zuid-Afrika's. De Eerste Wereld is blank en kan zich meten met de beste levensstandaard in het westen. De meeste zwarten verblijven in de Derde Wereld. Ze leven in absolute armoede, hebben geen toegang tot de formele economie, zijn nauwelijks geschoold en missen de faciliteiten die de blanken tot hun beschikking hebben. Ze wonen in krotten zonder elektriciteit, water en toilet. Het gemiddeld inkomen van een blanke is nog steeds negen keer hoger dan dat van een zwarte. De rijkste tien procent van de bevolking verdient meer dan de helft van het totale inkomen, de armste veertig procent van de bevolking slechts vier procent. Ondanks de opkomst van een multi-raciale middenklasse en een zwarte politieke en zakelijke elite blijft de afstand tussen de twee werelden levensgroot.

Zuid-Afrika heeft het mondiale probleem van rijk en arm, Noord en Zuid, binnen de landsgrenzen. Het ANC worstelt met zijn goede bedoelingen om de kloof te dichten. De mensen uit de Derde Wereld zien de faciliteiten van de Eerste Wereld - schijnbaar - binnen handbereik. Maar het is moeilijk huizen te bouwen voor mensen die geen geld hebben om de aflossing van de hypotheek te betalen. Hoe geef je mensen die hun studiebeurs niet kunnen aflossen toegang tot de universiteit? Hoe breng je elektriciteit en water naar de krottenkampen, waar de meeste mensen er niet voor kunnen betalen? De regering-Mandela, beperkt door de noodzaak van monetaire en fiscale discipline, raakte in de eerste twee jaar meer dan eens in dit dilemma verstrikt.

In Louis Trichardt is het niet anders. Buiten het dorp, niet ver van Solly Noors winkelcentra, begint het platteland van Zuid-Afrika's armste provincie, Noord-Transvaal. Lemen hutten in het veld, opwaaiend stof in de straten. Het straatbeeld toont een reservaat voor mannen. Alleen de vrouwen brengen met hun werk als bediende in de blanke woningen wat geld in.

De verbeteringen sijpelen maar langzaam door naar deze uithoek van het land. Het township Thsikota is bezaaid met witte toiletpotten die verdwaald staan te wachten tot er huizen naast worden gebouwd. In het dorp Tshikwarani is een witte krijtlijn langs de straten getrokken. Een graafmachine schept dieprode aarde op, terwijl veertig mannen en vrouwen in de geul staan te scheppen. Hier moet de waterleiding komen te liggen die zeventigduizend mensen drinkwater moet brengen. De eerste blauwe kranen voor collectief gebruik staan tweehonderd meter van elkaar te blinken.

De kliniek van zuster Violet Maboko en haar zes verpleegsters bedient een gebied met veertigduizend inwoners. Er is al zes jaar geen dokter. Veel patiënten trekken naar ziekenhuizen in de omgeving. Ze weten dat de medicijnkast in de Madombija-kliniek meestal leeg is. De kliniek heeft geen telefoon en moet via een walkie-talkie de ambulance oproepen. Aan de overkant staat een huis dat wel telefoon heeft. Daar woonde vroeger een blanke priester.

Zuster Maboko probeert de patiënten zo goed en kwaad als het gaat te helpen. “We krijgen veel mensen die overspannen zijn. Dat komt door de stress, het roken en de alcohol. En we krijgen veel mensen met geslachtziekten. Ik weet niet of ze aids hebben, want we kunnen hier geen aids-test doen. Een ander probleem is dat de ambulance vaak te laat komt. Door de slechte communicatie zijn er al heel wat patiënten overleden. We kunnen onze patiënten niet naar het ziekenhuis in Louis Trichardt sturen, want we hebben geen samenwerkingsverband met de specialisten daar. Ze gaan nu naar een ziekenhuis twintig kilometer verder weg, in het voormalige Venda. Zwarten horen nog steeds bij zwarten.” Haar glimlach lijkt op een verontschuldiging.

Zo heeft Eccles Matotzi op microschaal de plannen en de problemen van zijn ANC-collega's op nationaal niveau. De vice-burgemeester van Louis Trichardt wil water, riolering en elektriciteit naar de zwarte gebieden brengen, maar stuit bij zijn aanhang op de onwil om ervoor te betalen. In de apartheidsjaren deden de meeste townships mee aan een politieke boycot. Zwarten weigerden hun huur en gemeentelijke rekeningen te betalen. Zolang die cultuur van gratis leven blijft voortbestaan, kan de regering moeilijk de levensomstandigheden van zwarten verbeteren.

“We moeten de mensen uitleggen hoe het werkt, wat de gemeente doet, en waarom ze moeten betalen”, meent Matotzi. “Maar het probleem blijft: voor hen betekent het afstand doen van hun geld.” President Nelson Mandela slaagde er niet in met een dure nationale campagne van bijeenkomsten, televisie-advertenties en posters in de townships het volk weer aan het betalen te krijgen. Operatie Masakhane, 'laat ons samen bouwen', stierf een stille dood. Dat is genoeg reden om te betwijfelen of het Eccles Matotzi in Louis Trichardt wel zal lukken.

Verzoening tussen blank en zwart staat vanzelfsprekend op zijn agenda, en als het echt moet wil hij wel over het racisme van vroeger vertellen, maar Matotzi maakt zich vooral druk over de toekomst van de lokale economie. De 35-jarige ANC'er, die zichzelf 'activist en oud-stenengooier' noemt, wil onderzoeken of Louis Trichardt met lagere belastingen bedrijven kan weglokken uit het industriële hart van het land, de provincie Gauteng, met Johannesburg als centrum. “De economie van Zuid-Afrika is geconcentreerd in Gauteng. Kaapstad doet een beetje mee, maar buitenlandse investeerders kijken vooral naar de omgeving van Johannesburg. De rest van Zuid-Afrika bestaat voor hen niet. We moeten proberen hen naar het noorden te lokken.”

De vice-burgemeester wil verder het stadhuis 'representatief' maken, volgens de positieve discriminatie voor zwarten waarmee het ANC de staatsdienst bijkleurt. Het is de grote angst van blanke ambtenaren. “Het stadhuis gaat gebukt onder de onzekerheid. De ambtenaren vragen me: wanneer ga je me ontslaan? De blanken zijn verbaasd dat we geen wraak hebben genomen, en geloven eigenlijk dat het nog steeds gaat gebeuren. Je ziet ze denken: 'Misschien heeft mijn familie de grond van Eccles' grootouders wel afgepakt'. Er werken hele goede blanken bij de gemeente, echte patriotten die de nieuwe orde in het land steunen. Maar de ambtenarij kan in het nieuwe Zuid-Afrika niet blank blijven. Tegelijk moeten we onze eigen mensen opvoeden, want zij willen alleen maar een baan bij de overheid.”

Na de revolutie drong Eccles Matotzi door tot het politieke establishment. Nu hij in het pluche zit, ziet hij de beperkingen van de politiek. “Ik wil in zaken. Alles draait om economische macht.”

Veel blanken in Zuid-Afrika geloven dat de toekomst achteruitgang zal betekenen: als de Derde Wereld niet naar de Eerste Wereld kan komen, zal het omgekeerde gebeuren. In Louis Trichardt houden de raadsleden je een simpele rekensom voor. Vroeger had het dorp een begroting van vijftig miljoen rand voor achtduizend mensen. In de nieuwe opzet heeft Louis Trichardt ook de verantwoordelijkheid gekregen voor de omliggende zwarte gebieden Sinthumule en Kutama. Nu moet de vijftig miljoen rand worden verdeeld over 103.000 inwoners. De nieuwe dorpelingen betalen nauwelijks gemeentebelastingen en van financiële steun uit Pretoria is nog niets gebleken.

De verschillen tussen het blanke dorp en zijn zwarte omgeving zijn schrijnend. De laerskool Louis Trichardt is ruim opgezet en heeft een groot rugbyveld en tennisbanen voor de deur. In Sithumule zijn de klassen zo overvol dat kinderen in tenten naast de school les krijgen. Sommige kinderen slepen hun stoel als een trofee voor één dag van klas naar klas, de rest zit op de grond.

Een eerlijker verdeling van middelen zal onvermijdelijk ten koste gaan van de blanke levensstijl. Het verzet daartegen lijkt op een achterhoedegevecht. Zo willen de veertig leden van de blanke rugbyclub hun veld niet afstaan aan de zestig zwarte voetbalclubs in de omgeving, met het excuus dat het te ingewikkeld zou zijn om ieder weekeinde de doelen te verplaatsen. De blanken van Louis Trichardt zijn al een heel eind van rechts opgeschoven. Maar de laatste stap, naar de positie die hoort bij een minderheid, gaat velen emotioneel nog te ver.

Alida Brits, 51, is een Afrikaner vrouw die alle veranderingen in het dorp heeft meegemaakt. Ze herinnert zich nog hoe in 1963 iedereen een paar straten omreed om te kunnen stilstaan voor het eerste stoplicht. Al jarenlang is Alida Brits bevriend met Solly Noor en zijn familie. Ze is al vijftien jaar managing director van Noors bedrijf. “Mijn familie is hier met de Grote Trek gekomen. Wij hadden een boerderij op Levubu, hier in de buurt. We verbouwden groenten en vruchten. De landarbeiders waren Venda's. We spraken Venda en Shangaan, we speelden als kinderen met hetzelfde speelgoed als de zwarte kinderen, we dachten hetzelfde. Op zondagen hadden we een kerkdienst aan huis. De zwarte kinderen zaten met ons op de vloer. We keken als kinderen niet naar huidskleur.

“Het leek wel of er toen meer tijd was. Er bestond geen morgen. Nu heeft iedereen de boerderij verlaten. Ik ben in 1956 in het dorp komen wonen. We hadden een groep van 25 jonge vrienden, Solly hoorde er ook bij. Ik kreeg altijd de posters van Elvis uit zijn platenwinkel, mijn hele kamer hing vol met Elvis. Mijn man en ik werkten bij het postkantoor. Als we uit ons werk kwamen, gingen we eerst bij Solly langs. Hij was onze beste vriend. Zijn ouders waren onze ouders. Toen we hoorden dat de Indiërs uit het dorp moesten verdwijnen, hebben we nog geprobeerd er wat tegen te doen. Brieven aan de minister, protesten bij de stadsraad, maar het hielp niets. Ik heb 's nachts zitten huilen op straat met de laatste Indische koopman die uit zijn winkel werd gezet. Wij raakten onze ouders kwijt.

“Bij mij thuis was iedereen van de Nationale Partij. Ik dus ook. Ik had nooit naar huidskleur gekeken. Maar toen de Indiërs werden weggejaagd, begon het me te dagen. Ik vond het verschrikkelijk: we geloven in één God, we spreken dezelfde taal, en alleen vanwege de huidskleur gebeurde dit. Solly kent geen wrok, hij aanvaardt dat het is gebeurd. Wij blanken zouden een oorlog zijn begonnen.

“Ik ben eerst overgestapt naar de Democratische Partij. Bij de laatste verkiezingen heb ik net als heel wat blanken in het dorp op het ANC gestemd. Veel ogen zijn opengegaan. Nelson Mandela heeft dat voor ons mogelijk gemaakt. Hij is de meest standvastige politicus die ik ooit heb gezien. kalm. Als ik hem ooit tegenkom, krijgt hij twee dikke zoenen.

“Het dorp is veranderd. De rechtsen zijn stil, zij hebben geen leidend beginsel meer. Maar de mensen hebben lang in een cocon geleefd, je kunt ze niet in een dag veranderen. In de gemeenteraad zijn er telkens spanningen tussen rechtse blanken en ongeletterde mensen van het ANC. Maar het is onze eigen schuld dat de ANC'ers die kennis niet hebben. Nu moeten we hun de kans geven om het te leren.”

I k heb er in vijf jaar honderden van ontmoet: Zuidafrikanen in alle tinten die overlopen van vergevingsgezindheid en optimisme. Mede dank zij hun energie en pragmatisme is het rassenconflict dat de apartheid schiep niet geëxplodeerd. Maar sindsdien lijkt het land bedwelmd door zijn eigen succes. Het is stil geworden rondom de ambitieuze plannen van het ANC om de zwarte bevolking huizen en banen te geven. De economie groeit voor het eerst in jaren - zij het maar een beetje meer dan de bevolkingsgroei van een miljoen mensen per jaar - maar nieuwe banen zijn nauwelijks geschapen. De criminaliteit blijft bloeien, en jaagt doodsbange blanken naar de uitgang.

Zuidafrikanen kunnen er maar moeilijk aan wennen dat ze een 'gewoon' land zijn geworden. De Nationale Partij van De Klerk is onlangs uit de 'grote coalitie' - de regering van nationale eenheid - gestapt, het ANC moet nu bewijzen dat het als meerderheidspartij alleen kan regeren. Het ziet zich plotseling geconfronteerd met de gewone normen die voor gewone landen gelden. Zuid-Afrika heeft een groot gebrek aan geschoolde werknemers. De economie is onder de apartheidsregeringen kunstmatig beschermd met hoge import-tarieven. Bovendien zijn de arbeidskosten hoog en de produktie laag.

Maar zodra der regering met plannen komt om de economie op gang te krijgen en concurrerender te maken, stuit zij op het verzet van de vakbeweging Cosatu. Cosatu vormde een alliantie met het ANC en de Zuidafrikaanse Communistische Partij in de strijd tegen de apartheid. Nu de bevrijdingsbeweging regeringspartij is, kan zij geen afstand nemen van de oude bondgenoot. Als zij voorzichtig plannen aankondigt om delen van staatsbedrijven te privatiseren of import-tarieven te verlagen, marcheren de ANC-kiezers onder het Cosatu-banier op naar het parlement.

Het schept twijfel over de houdbaarheid van het Zuidafrikaanse wonder. Als Mandela de Verlosser is vertrokken en de arme bevolking geen vooruitgang ziet, kan er een aantrekkelijke machtsbasis van miljoenen zwarten ontstaan voor politici die extremer zijn dan de huidige generatie ANC-leiders. Dan zal het regenboogsentiment snel plaatsmaken voor polarisatie. Het zou even tragisch als onverdiend zijn, voor Zuid-Afrika en Louis Trichardt, en voor de talloze Solly Noors, Eccles Matotzis en Alida Britsen die het wonder hielpen creëren.

    • Peter ter Horst