Kanoet

BRIAN HARRINGTON: The flight of the red knot

192 blz., geïll., Norton & Co 1996, ƒ 60,50

The flight of the red knot is een boektitel die veel Engelsen en zeker de meeste Nederlanders ietwat raadselachtig zal voorkomen. The red knot, wat is in vredesnaam de rode knoop? Een knoop die je in een touw legt? De nautische snelheidsmaat, een mijl per uur? Maar wat moet dat rood dan? Staat red knot soms voor communistische beul, de heerser over de Goelag archipel? Nee, dat is knout, de Russische knoet die erover werd gelegd.

Alleen een goed woordenboek en vogelkenners weten dat knot kanoetstrandloper betekent (Calidris canutus), een vogel van de kust die in het hoge noorden broedt en op het zuidelijk halfrond overwintert. Het Engels kent nog meer van die prachtige korte strandlopernamen: dunlin voor bonte strandloper, stint voor kleine strandloper, sanderling voor drieteenstrandloper. (Gelukkig voor het Nederlands wordt deze overmacht aan poëtische termen weer geheel teniet gedaan door het Engelse woord voor merel: blackbird.)

Er zijn op de wereld een stuk of vijftien strandlopersoorten, in grootte variërend tussen een mus en een spreeuw. De kanoetstrandloper is een van de grootste. Het is een soort die op trek bij voorkeur in grote aantallen opereert - in grote wolken kunnen ze opstijgen wanneer een valk of een andere verstoorder in de buurt komt.

Strandlopers zijn kosmopolitische trekkers en kanoeten vormen daarop geen uitzondering. Ze nestelen in het uiterste noorden, in de toendra's van Siberië, Alaska, Canada en Groenland. Een deel van de populatie trekt over Europa naar Zuid-Afrika, een ander deel vliegt langs de kust van de VS naar Patagonië en Vuurland. Terwijl de drieteenstrandloper als een professionele toerist alle stranden van de wereld kent, geeft de kanoetstrandloper de voorkeur aan wadgebieden.

The flight of the red knot gaat over de Amerikaanse kanoetstrandloper. Door ringonderzoek weet men dat een kanoetstrandloper de afstand van New England naar Jamaica in enkele dagen aflegt. Ze vliegen soms twee dagen zonder te stoppen, waarbij hun gewicht met eenderde afneemt. Brian Harrington, de schrijver van The flight of the red knot, heeft heel wat ringonderzoek gedaan aan de kanoetstrandloper en hij weet zijn ontroering goed te beschrijven als hij in Patagonië de vogeltjes terugvangt die hij enkele maanden daarvoor als kuiken in Noord-Canada geringd heeft.

Voor die krachtsinspanning heeft de kanoetstrandloper wadgebieden nodig om weer aan te sterken. Het zijn er maar enkele, tussen de Arctis en Patagonië en stuk of vijf. Zonder die tussenstations kunnen deze vogels hun imposante tocht nooit volbrengen. Het probleem is nu dat veel wadgebieden in hun bestaan bedreigd worden: landaanwinning, recreatie, industrie, vervuiling. Harrington schrijft: één behoorlijke olieramp en de Amerikaanse kanoetstrandloper is gedecimeerd.

The flight of the red knot is volledig Amerikaans. Als je het boek met een half oog zou lezen, wist je niet dat er ook een Eurazische populatie kanoetstrandlopers was. Maar wat Harrington over Amerika schrijft, geldt ook voor Europa. Ook hier moet ieder stukje wetland door natuurbeschermers tegen recreanten, olieboorders, inpolderaars en louche tankreders beschermd worden. De aandacht richt zich tegenwoordig op het zuiden, zoals de bank voor Mauretanië (West-Afrika), terwijl de Amerikanen zich richten op Argentinië. Ook in dit opzicht is de kanoet kosmopolitisch.

    • Rob Biersma