Juichen

Met de apocalyps op de hielen en toch winnen, tja dan mag je janken van geluk. Dat deed Michael Boogerd dan ook. Intens huilen, in de Tour kan het. Op het Centre Court van Wimbledon niet. Daar wordt geluk weggeslagen: balletje naar de tribune. Sommigen gaat dat al te ver, zij houden het bij een lichtjes gebalde vuist die de lucht klieft.

Emotie op maat van de sponsor? Zelfs na zijn memorabele wedstrijd tegen Pete Sampras ging Richard Krajicek van de baan met de grijns van het déja vu. Alsof hij een partijtje op Internet had gespeeld, tegen een mannetje zonder ogen.

Volgens Pia Dijkstra was Krajicek wereldnieuws: de tenisser kwam nog voor de Russische premier in het journaal. Ze horen wel een beetje bij elkaar, Krajicek en Tsjernomyrdin. Gesteven gezichten waar het strijkijzer net overheen is gegaan. Dodelijke ernst. Natuurlijk was de Nederlandse toptennisser niet het enige grijze jongetje op Wimbledon. Sampras is ook op zijn achttiende uit de moederschoot gekomen en zelfs Edberg heeft op zijn oude dag nog zo'n angelieke uitstraling dat ik al boos wordt op zijn polsbandjes. Alles wat materie is wordt bij Stefan een catastrofe.

Bandeloos juichen lijkt mij voor een topsporter een mensenrecht. Zo niet in Wimbledon waar een huppeltje, een vibrerend vuistje, een achterwaartse elleboogstoot op heuphoogte reeds de ultieme staat van euforie is. Mistroostig de overwinning tegemoet, zou het dan toch een ongeschreven wet zijn in het tennis? John McEnroe heeft ongetwijfeld al vijfduizend keer de middelvinger opgestoken in bars, restaurants en op de weg, maar nooit aan het net. Tennisgeluk galoppeert niet. Na het matchpoint zie je winnaar en verliezer altijd naar het net toedrentelen. Alsof er eerst nog een brok gêne moet worden weggeduwd voor ze elkaar de hand schudden. 'Sorry voor die aces, Pete.'

Zou er dan niemand op deze wereld rondlopen die Richard Krajicek een beetje kan betoveren voor zijn eigen spiegelbeeld? Ted Troost is het niet gelukt, zijn geliefde slaagt er ook niet in. Wie krijgt na een magistrale demonstratie in godsnaam het vuur of laten we zeggen een beetje normale gekte in het hoofd van deze lieve jongen? Ik zou zo graag eens een stralende lach in dat gezicht zien, of op z'n minst een glimlach zonder scherven. Sampras als een stropop wegmeppen en dan nog met een dodenmasker afscheid nemen van het publiek, het brengt de oervrolijkheid van deze natie in het geding. Lachen is in Nederland altijd een grondhouding geweest, meneer Krajicek. Hier is glorie en geluk nog zonder lek en gebrek, de wereld moet dat niet alleen weten, de wereld moet dat zien. Echte kampioenen imploderen niet, zij gaan juist in het dranghek hangen.

Zouden Cees Priem of Jan Raas niet die trieste nevel over Richard Krajicek kunnen breken? De Tour is het ideale decor om echo's van heimwee en ander zeer te bannen. Laat de gepolijste tennisser een paar dagen achter Blijlevens of Boogerd aanhengsten en ik weet zeker dat hij los komt van zijn oneindige blik. Jammer dat Krajicek de hallucinerende vreugde-uitbarsting van beide renners niet van nabij heeft meegemaakt. Genieten van succes is ook topsport. Renners, en zeker sprinters, kunnen als geen ander op wolken dansen. Een dag na zijn overwinning in Besançon was Blijlevens nog altijd dronken van zijn jump. Hij kakelde het hele peloton gek. Zo ver moet Krajicek op Wimbledon of Roland Garros niet gaan. Maar iets driftiger zoemen mag wel.

Van kokospalmen kan je geen saletjonkers maken. En het tenniswereldje zal zich altijd willen onderscheiden met een salonfähige ingetogenheid. Eens elite altijd elite. Tennissers weten zich van een andere orde. Zij hebben een gevoelig oog voor zwangere mevrouwtjes, wielrenners zien altijd het wijf. Geen mens die Krajicek zal vragen die beschaving in te ruilen. Maar hij moet zich daarom nog niet presenteren als de eeuwige weduwnaar die het liefst met schorre katten praat. Marco van Basten was in zijn gloriedagen ook niet zo'n vrolijke Hans, maar hij verraste soms wel met een schalks lef, provocatieve Schwung, en straathumor. En hij kon juichen.

Belgen hebben jaren moeten wennen een een droeve koning, ce roi triste. Koningen staan gelukkig ver van het leven. Kampioenen staan in het leven. Daarom: ce champion triste, bespaar ons dat juk, Richard!

    • Hugo Camps