Inzet Hermans''Sterfboek'; Proces om de plichten van de boekhandel

AMSTERDAM, 6 JULI. Moet een boekverkoper nagaan of de rechten van boeken die hij verkoopt goed geregeld zijn? Daarover is een conflict ontstaan tussen vijf Amsterdamse boekverkopers en de weduwe van de schrijver W.F. Hermans.

De vijf boekhandels (Martyrium, Allert de Lange, Athenaeum, Scheltema en De Standaard) hebben onlangs de afscheidsuitgave van de WFH Verzamelkrant te koop aangeboden, genaamd Sterfboek. Daarin zijn illegaal fragmenten van W.F.Hermans opgenomen. Volgens mevrouw Hermans is voor deze publicatie geen enkele toestemming verleend. Begin mei heeft ze daarom bij de boekhandels beslag laten leggen op de nog aanwezige voorrade. Zij eist nu van de boekhandels dat zij deze 'vrijwillig' afgeven.

Sterfboek, dat wordt aangekondigd als de allerlaatste uitgave van de WFH Verzamelkrant, bevat naast artikelen en beschouwingen over de vorig jaar overleden schrijver onder meer verschillende in facsimile afgedrukte brieven van Hermans, tekeningen en collages, foto's van zijn hand en twee jeugdverhalen uit 1939, overgenomen uit een oud nummer van Suum Cuique, de schoolkrant van het Barlaeusgymnasium. De omslag van het boek bestaat, zoals in het colofon wordt toegegeven, uit een collage die Hermans in 1964 heeft gemaakt. Als copyrighthouder worden in het colofon Tonnie Luiken, redacteur van de WFH-Verzamelkrant, genoemd 'en anderen'. De boeken worden verkocht voor vijfendertig gulden. De oplage zou driehonderd exemplaren zijn. De weduwe van Hermans vraagt nu van iedere winkel een schadevergoeding van 750 gulden voor de reeds gemaakte kosten bij het in beslag nemen en bovendien een toezegging dat er niet opnieuw exemplaren worden verkocht.

De boekhandels weigeren daar principieel op in te gaan. Zij vinden dat een boekverkoper niet verplicht is na gaan of de publicaties die hij verkoopt rechtmatig zijn en verwijzen naar de in het boek genoemde uitgevers van het Sterfboek. Zij vinden de zaak zo belangrijk dat ze hierover graag een uitspraak van de rechter willen.

De advocaat van mevrouw Hermans, mr. S.Klos, wijst erop dat elke boekverkoper de plicht heeft zich 'enigszins' te vergewissen of het materiaal dat hij verkoopt rechtmatig in het verkeer is gebracht. Zo niet, dan is hij verplicht de schade te dragen die door zijn nalatigheid is toegebracht. “Bij een eerdere gelegenheid was Tonnie Luiken de verspreider van onrechtmatig in de handel gebrachte uitgaven. De boekhandel had dus kunnen weten met wie zij te maken had.”

Of het daadwerkelijk tot een rechtzaak komt weet mr. Klos nog niet. Daarover gaat hij nu met de erven Hermans overleggen. Hij beseft dat er in dat geval hoge kosten moeten worden gemaakt voor een zaak die eenvoudig te regelen zou zijn.

    • Reinjan Mulder