Invallen kampen voor 'herstel rechtsorde'

Voor de derde maal in korte tijd heeft de politie invallen gedaan in verschillende woonwagenkampen. Van een landelijke aanpak is geen sprake zegt het openbaar ministerie. Politici toonden zich verrast door de acties.

ZOETERMEER, 6 JULI. Vlak langs zijn wagen loopt een smal weggetje. Giel wijst er naar vanuit zijn slaapkamer waar tientallen forse afbeeldingen van Jezus en Maria voor een bijzondere sfeer zorgen. “Daar kwam nooit een auto. Nu zeker een paar keer per week en altijd 's avonds laat of 's nachts. Ze stoppen dan, schijnen naar binnen en rijden met gierende banden weer weg”. Deze politie-surveillances maken hem heel nerveus, zegt hij, en dat is slecht voor zijn reuma.

Giel en veel andere bewoners van het woonwagenkamp aan de Bleiswijkseweg in Zoetermeer zijn nog steeds ontdaan over de grootscheepse invallen door de politie van drie maanden geleden. “Ze hebben me van bed gesleept, handboeien aangedaan en meegenomen. Ik zou een belastingschuld hebben van twaalfduizend gulden, maar later bleek dat het om mijn zoon ging”, zegt hij. Na de invallen begonnen “de pesterijen”, zoals de kampbewoners het noemen.

Lokale politici hebben geen boodschap aan de verontwaardiging van de woonwagenbewoners. De Zoetermeerse arts P. Jonas, fractieleider van de Socialistische Partij, een partij die toch regelmatig op de bres staat voor de zwakkeren in de samenleving, laat via een secretaresse weten dat zijn kennis over de invallen op het kamp niet verder strekt dan de krantenberichten daarover. De plaatselijke VVD-fractieleider F. Bendien zegt: “We gaan uit van gelijkwaardigheid we maken geen onderscheid tussen de ene of de andere groep burgers. Alle burgers hebben dezelfde rechten en plichten”. Aan die plichten schortte het volgens hem. “We probeerden al jaren vergeefs huurpenningen te innen”.

In Dordrecht omsingelde begin deze week een grote politiemacht het kamp 'De Tweede Tol' aan de Wieldrechtse Zeedijk. Wethouder W. Verbakel - onder meer verantwoordelijk voor woonwagenzaken - was, evenals bij de eerste politie-actie in mei, niet op de hoogte gesteld. “Ook deze inval”, zegt hij “is niet vanuit de gemeente gestimuleerd”. Het initiatief tot het optreden lag geheel bij het openbaar ministerie en de politie. Verbakel geeft toe dat “door een nonchalante houding van de gemeente in de afgelopen jaren ruimte is gecreëerd voor strafbare zaken”.

Volgens een artikel in het laatst verschenen nummer van het korpsblad van de politie Haaglanden keerde na de acties aan het Kalkwit en de Bleiswijkseweg de rust terug in de “alom gevreesde woonwagencentra”. De woonwagenbewoners daar hielden zich volgens de politie “al langere tijd op grote schaal bezig met verschillende vormen van criminaliteit”. Genoemd worden: bedreigingen en intimidaties, diefstal, heling, steunfraude, hennepteelt en belastingontduiking.

Deurwaarders hadden volgens de leider van het Zoetermeerse actieteam H. van Dolderen de centra al lange tijd opgegeven als plek waar zij schulden konden innen. Zij moesten er van doordrongen worden dat hier niet het binnenhalen van geld, maar “herstel van de rechtsorde” prioriteit had. “Het was natuurlijk niet te verkopen dat wél beslag zou kunnen worden worden gelegd op een bijstandsmoeder in de wijk Palenstein die de hondenbelasting niet had betaald, terwijl in de woonwagencentra per definitie geen enkele vorm van belasting werd betaald”. Voorafgaand aan de invallen werden tevens ambtenaren en politici er van overtuigd dat op korte termijn actie noodzakelijk was. Nadat één van de wethouders in Zoetermeer aangifte had gedaan, volgden de anderen en konden justitie en politie in actie komen.

“De politie heeft inderdaad een eind gemaakt aan een situatie waarvoor de gemeente jarenlang verantwoordelijk is geweest”, zegt J.P. Janse van de stichting Steunpunt Woonwagenbewoners Zuid-Holland. De politiewoordvoerder van het korps Haaglanden onderschrijft deze mening. Hij zegt dat er een paar jaar “feitelijk geen politie” op de kampen kwam. “Er is ook nooit vanuit de lokale politiek de vraag bij ons op tafel gelegd of deze situatie eigenlijk wel kon”.

Doordat gemeentelijke instellingen langs elkaar heen werkten en er nauwelijks controle werd uitgeoefend op de gemeentelijke uitgaven (sociale dienst, huursubsidies) kon uiteindelijk een onhoudbare situatie ontstaan. De politie restte weinig anders dan hier met 'overkill' een einde aan te maken. Maar dit gebeurde, volgens de woordvoerder, “op zo fatsoenlijk mogelijke wijze”. H.Couperus, fractievoorzitter van GroenLinks in Zoetermeer: “Niemand staat natuurlijk te juichen bij een grootschalig politie-optreden, zeker wij niet. Maar de politiek is toch geschrokken van wat door de politie is gevonden.”

De Dordtse wethouder Verbakel bestrijdt de kritiek van de kampbewoners dat de politiek zich niks meer aan hen gelegen laat liggen. “Ik wil in gesprek blijven. Deze mensen zijn aan de rand van de maatschappij terecht gekomen, maar hebben dat zelf ingevuld op een manier die niet kan.” Ook Couperus zegt dat de Zoetermeerse politiek zal proberen de contacten met kampbewoners weer te verbeteren, “mits zij alle afspraken nakomen. Want het is in het verleden te weinig het geval geweest dat zij zich daaraan hielden.” Inmiddels is op verzoek van de bewoners 'Slachtofferhulp' op de Bleiswijkseweg geweest voor nazorg en zijn de klachten over de gemeente en het politie-optreden naar de Nationale Ombudsman gestuurd.

    • Harm van den Berg
    • Hans Moll