Gebroeders Flint met hommage aan Boon

Voorstelling: Krapuul, naar Louis Paul Boon door De Gebroeders Flint. Tekst: Stan Lapinski; muziek: Paul Prenen; regie: Lidwien Roothaan. Gezien 4/7 Machinegebouw Westergasfabriek.

Te zien t/m 4/8 aldaar.

Inl. 020-6211211.

Na Slauerhoff, Nescio, Dylan Thomas en Paul van Ostaijen De Gebroeders Flint nu ook Louis Paul Boon van literatuur tot theater verheven. Als steeds is er muziek bij, die de handeling begeleidt. De twee acteurs die de motor achter De Gebroeders Flint vormen, Stef van Eijnden en Felix Strategier, kozen nu voor twee romans van Louis Paul Boon: Vergeten straat en De voorstad groeit. In beide gaat het over de waarden van vroeger die door de helse machines van de nieuwe, moderne tijd worden bedreigd en vermalen. Een kleine stad (Aalst) groeit uit tot een metropool, maar van een gemeenschapsband tussen de bewoners blijft steeds minder over.

Louis Paul Boon is de schrijver van menselijke verhoudingen. In Krapuul bevindt zich een handjevol mensen in een verlaten fabriek aan de rand van de stad; er is de voormalige stoker die met een oliespuitje rondloopt (een prachtig-melancholieke rol van Frits Lambrechts). Hij heeft een dochter, Rosa, die ineens van meisje tot vrouw geworden is. Dan zijn er een kermisbaas die sfeervol op een draaiorgel speelt, een manke kunstschilder, een zot, een marktvrouw bij wie 'de kinderen altijd wegbleven', de fabrieksbaas en zijn mooie, jonge vrouw. In korte, filmische scènes krijgen we flarden van hun leven te zien, steeds meer, totdat geleidelijk aan hun werkelijke verhaal onthuld wordt.

Het decor van het Machinegebouw Westergasfabriek is een ideale plaats: de onthechting en verlatenheid van de personages ademen door alle kieren heen. Op het voortoneel staat een grote, afgedankte machine als een eenzame dynosarus. Het hart van het decor wordt gevormd door een tafel met citroenen en spitskolen; hier schildert de kunstenaar zijn stillevens. Hij is de verstoten zoon van de fabrieksdirecteur, op wie zijn minnares verliefd is. Deze verhouding, die allang niet meer geheim is, zorgt voor pijnlijke, dramatische wendingen. De kunstenaar vindt uiteindelijk de dood, vermoord door de jaloerse Rosa.

De fragmentarisch gepresenteerde verhaallijnen in de voorstelling geven zich niet meteen prijs. Dan krijgt de uitvoering iets van een carrousel, waarbij figuren te voorschijn komen en weer verdwijnen. Halverwege komt alles samen, en dan wordt het echt mooi. Lidwien Roothaan regisseert met enige distantie tot het realisme van Louis Paul Boon. In haar stijl beweegt ze zich naar het surrealisme, naar de droomgewijze sfeertekening en de poëzie van de verschoptheid. De muziekcomposities van Paul Prenen ondersteunen het drama, indringend en ook dwingend. Zeker als de vier instrumenten tegelijk speelden - piano, saxofoon, cello en trompet - dreigde de jagende, grillige muziek de stemmen van de acteurs te overheersen. Onvergetelijke scènes vormde de cello die, als soloinstrument, met de tekst van de acteurs meezong. Dan smolten muziek, theater en literatuur tot een geheel samen.

Zoals De Gebroeders Flint de literatuur tot theater maken, ontstaat een nieuw genre: het verhaal over de eenzame mens in de wijde wereld - een treffende hommage aan Louis Paul Boon en zijn compassie voor de kleine mens.

    • Kester Freriks