Franklin belegt om protesten te laten doorklinken

NEW YORK, 6 JULI. De Franklin Research & Management Corporation is een Amerikaans fonds van activisten. Het fonds, dat Heineken als een van zijn doelwitten heeft uitgekozen, belegt in bedrijven om die door aandeelhoudersactivisme op het rechte pad te brengen. Franklin, gevestigd in Boston, wil dat Heineken zich terugtrekt uit Birma.

Franklin trekt geld aan van particulieren en belegt dat in bedrijven die zich sociaal verantwoordelijk gedragen. Het fonds met een omvang van 400 miljoen dollar, investeert ook in bedrijven om daardoor spreektijd aan te kunnen vragen op de jaarvergadering. Zo heeft Simon Billenness, analist bij Franklin, samen met andere activist-aandeelhouders tijdens twee achtereenvolgende jaarvergaderingen van Pepsico de aanwezigheid van dat bedrijf in Birma aangekaart. “Een derde van de vergadertijd was aan Birma gewijd”, zegt Billenness. Pepsico heeft zijn fabriek in Birma afgeblazen, maar ontkent dat dat te maken had met protestacties. “Het was een bedrijfseconomische beslissing”, aldus een woordvoerder.

Billenness vertelt dat Franklin - van de dertig werknemers laat het twee man full time actie voeren - ook aandacht heeft besteed aan de aanwezigheid van Chevron en Mobil in Nigeria en dat op jaarvergaderingen van die bedrijven aan de orde heeft gesteld. Bij Johnson & Johnson voerde Franklin actie om discriminatie op grond van seksuele geaardheid verboden te krijgen. Steeds vaker betrekt Franklin het Internet bij zijn pogingen om sympathisanten te bereiken. Bewustwording van de situatie in Birma leidde onder meer tot het opschorten van een vijfjarig contract ter waarde van een miljoen dollar tussen de Harvard University en Pepsico.

Voor het komend najaar verwacht Billenness hetzelfde te bereiken met Heineken. “Als de studenten in het najaar weer beginnen en ze komen meer te weten over Heineken en Birma, is er kans dat hetzelfde gebeurt als op Harvard”, zegt hij. Intussen hebben al wel zes steden (San Francisco, Oakland, Santa Monica, Berkeley, Ann Arbor en Madison) en één staat - Massachusetts - gezegd geen produkten meer te kopen van bedrijven die in Birma vestigingen hebben. “Heineken kan ook aan die lijst worden toegevoegd”, aldus Billenness.

Billenness zegt verheugd maar ook verrast te zijn door de Nederlandse belangstelling voor een eventuele anti-Heinekenactie. De brief waarin Franklin opheldering vraagt aan Heineken over activiteiten in Birma dateert immers al van juni 1995. “We hebben er nooit antwoord op gehad”, zegt Billenness. De ontmoeting met Michael Foley, directeur van Heineken USA, had vorig jaar plaats en leverde al evenmin iets concreets op. “Het laat eens te meer zien dat betrokkenheid bij activiteiten in Birma opeens in je gezicht kan exploderen.”

    • Lucas Ligtenberg