EC treurt om ING's vertrek uit Cuba

AMSTERDAM/BRUSSEL, 6 JULI. De Europese Commissie is niet blij met de beslissing van Internationale Nederlanden Groep (ING) om zich onder Amerikaanse druk terug te trekken uit de financiering van de suikeroogst in Cuba.

Dat hebben bronnen bij de Commissie gisteren desgevraagd gezegd. ING maakte het besluit donderdag bekend. Het bank- en verzekeringsconcern vreest nadelige consequenties voor zijn operaties in de VSdoor de zogenoemde Helms-Burton Act die zakelijke betrokkenheid bij na 1.959 genationaliseerde eigendommen strafbaar stelt. Die wet is buiten de VS zeer omstreden.

Europese bedrijven die al anticiperen op de gevolgen van de Helms-Burtonwet kunnen volgens deskundigen in Brussel het de EU bemoeilijken om de zaak juridisch aan te vechten bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Door de Helms-Burtonwet wordt het onder meer mogelijk dat voormalige bezitters van Cubaanse eigendommen, veelal Cubaanse ballingen in de VS, claims indienen bij bedrijven die zaken doen die met die bezittingen in verband staan. Amerikaanse vestigingen van buitenlandse bedrijven vallen daar ook onder. Ook financiering door Amerikaanse instellingen van deze bedrijven valt onder de wet. De wet heeft ook tot gevolg dat bestuurders van overtredende bedrijven en hun directe familie de toegang tot de VS kan worden ontzegd.

De wet werd begin dit jaar aangenomen nadat het Cubaanse leger twee vlieguigjes met ballingen neerschoot, volgens Cuba boven het eigen territorium en volgens de VS in het internationale luchtruim. Doel is de Cubaanse economie verder te isoleren en zo het Castro-regime tot verandering te dwingen.

Drie bedrijven zijn tot nu toe aangeschreven door de Amerikaanse regering. Het Italiaanse telefoniebedrijf STET en het Mexicaanse Gruppo Domos, die deelnemen in het Cubaanse telefoniebedrijf, en het Canadese mijnbouwbedrijf Sheritt International dat betrokken is bij de winning van nikkel en olie in Cuba. ING heeft nog geen aanschrijving gekregen, maar eergisteren zeiden Amerikaanse functionarissen dat er in de loop van volgende week een nieuwe ronde aanschrijvingen uitgaat naar rond de dertig bedrijven, waaronder mogelijk ING, Mercedes en Siemens. Als zij niet binnen 45 dagen aan de wet voldoen, dan volgen sancties, zoals een verblijfsverbod in de VS.

In Brussel verwijt men ING “slappe knieën” omdat het zich al bij voorbaat uit de suikerfinanciering heeft teruggetrokken. “Dat is het doortrapte van deze Amerikaanse wet. Men probeert bedrijven al vast angst aan te jagen, en bereikt zo zijn doel zonder dat het tot procedures hoeft te komen,” aldus een deskundige bij de commissie. ING was niet bereikbaar voor commentaar.

Sinds de invoering van de wet regent het klachten. In Canada en Mexico, Amerika-partners in de Noordamerikaanse handelszone NAFTA zijn wetten in voorbereiding die het bedrijven mogelijk maken tegenclaims in te dienen. Alleen al in Mexico geldt dat 200 bedrijven. De Antiguaanse premier Lester Bird, voorzitter van de Caraïbische vrijhandelsorganisatie Caricom sprak vorige maand zelfs van 'nieuw kolonialisme'. De wet werd vorige week bekritiseerd bij de G7 in Lyon. Maar de VS hebben nog geen enkele concessie gedaan.

Kern van de kritiek is het extra-territoriale karakter, omdat de werking zich uitstrekt tot niet-Amerikaanse bedrijven. Een soortgelijke wet, die zich richt op Iran en Libië, is nog in behandeling in het Amerikaanse Congres. Binnen de EU is daardoor de beroering verder toegenomen. EU en VS hebben in het kader van de WTO tevergeefs geprobeerd tot elkaar te komen. Gisteren liep de hiervoor bij de WTO geldende termijn van 60 dagen af. Deskundigen stellen dat individuele lidstaten zelf actie kunnen ondernemen op terreinen waarvoor geen gemeenschappelijk Europees beleid geldt, bijvoorbeeld bij het verstrekken van visa.

    • Maarten Schinkel
    • Hans Buddingh'