Arabisch moet 'volwaardig' vak worden

Uit onderzoek blijkt dat het imago van de 'arbeiderstaal van allochtonen' slecht is. Arabisch als vak op de middelbare school.

“Wat moet je toch met die rare sliertjes op papier”, vroeg een leraar aan Fatima Eladik. Eladik beklaagde zich bij hem omdat de school vergeten was het vak Arabisch in te roosteren. Zowel het een als het ander is volgens haar tekenend voor de manier waarop er tegen deze taalles wordt aangekeken.

Arabisch is tien jaar een keuzevak in het voortgezet onderwijs, maar er is weinig reden tot feest bij dit tweede lustrum. Arabisch als moderne vreemde taal wordt op 49 middelbare scholen gegeven, terwijl er een kleine 700 scholen zijn met leerlingen van Mediterrane afkomst. Het ligt niet aan de leerlingen of hun ouders dat zo weinig schoolbesturen het in hun vakkenpakket aanbieden. Het imago van de 'arbeiderstaal van allochtonen' is slecht.

Dat is een van de conclusies uit een kleinschalig onderzoek naar de 'belemmeringen en de perspectieven van het Arabisch in het voortgezet onderwijs', gedaan in opdracht van het Samenwerkingsverband van Marokkanen en Tunesiërs (SMT). Het rapport 'Fata Morgana of volwaardig vak?' werd eergisteren aangeboden aan staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs).

De auteurs G. van Hooff en M. Ocak stellen dat schoolbesturen Arabisch zien als “de taal van de Islam, een emancipatieremmende godsdienst, die je maar beter op afstand kunt houden.” Leraren van andere keuzevakken als Duits of tekenen zien het als een bedreiging, en scholen zouden huiverig zijn om naar buiten te treden met een keuzevak Arabisch; “dat maakt het gezicht van de school zwarter,” aldus Van Hooff. Ook gebruiken scholen het argument dat het (hoog) Arabisch niet de moedertaal is van Marokkanen in Nederland die, meestal afkomstig uit het Rif-gebergte, Berbertalen spreken.

Het wordt kinderen en ouders vaak afgeraden om Arabisch te leren. “'Ze kunnen beter goed Nederlands leren' is het argument, net of het een het ander uitsluit,” zegt Eladik, bij de presentatie aanwezig als onderwijsconsulente van de Marokkaanse Adviesraad voor Onderwijs. “Het tegendeel is vaak waar.” Dat Arabisch taalgebruik de integratie van tweede generatie-allochtonen zou belemmeren vindt ze een “flauwekul-argument”. “Als je je interesseert voor je eigen taal en cultuur sluit je je toch niet automatisch af voor de Nederlandse samenleving? Ik wil weten wie ik ben, ik wil mijn vader kunnen vragen waar ik vandaan kom.”

Daarbij is het vak Arabisch goed voor de identiteitsvorming en het zelfvertrouwen. Leerlingen halen meestal hoge cijfers, en kunnen daarmee eventueel lage cijfers compenseren. En een groter zelfbewustzijn kun je, aldus Eladik, wel gebruiken om je te weren tegen opmerkingen als 'ben jij al uitgehuwelijkt', 'wordt jouw moeder ook onderdrukt', of 'alle Marokkaanse jongeren zijn crimineel'.

Arabisch is niet alleen voor allochtone jongeren, maar ook voor autochtone jongeren een interessant keuzevak, betogen de onderzoekers. Met 200 miljoen Arabisch-sprekenden is het een wereldtaal, en kennis ervan biedt toegang tot een rijke geschiedenis en traditie. De SMT wil dan ook “extra inspanningen” van de overheid. Er moet een examenprogramma voor havo en vwo komen, meer testen en instap-toetsen, en betere leermiddelen. Ook vraagt de SMT aandacht voor de dreigende sluiting van de enige opleiding voor tweedegraads docenten Arabisch van de Hoge School van Amsterdam. Maar vooral zou de overheid, “bijvoorbeeld met Postbus 51 spotjes” het imago van het Arabisch moeten verbeteren.

“Dat negatieve beeld, daar geloof ik niet zo in,” reageerde Netelenbos op deze wens. Volgens haar is het altijd moeilijk om gevestigde structuren te doorbreken. “Nieuwe keuzevakken als Spaans, Russisch, dans en drama hebben dezelfde problemen.” Op het ministerie worden eindexamenprogramma's en leermethodes ontwikkeld, “maar dan zal het ook van de uitgevers afhangen of die er een markt inzien,” vervolgt ze. Volgens de staatssecretaris verwacht de SMT te veel van de overheid: “Het is een keuzevak, ik kan het niet verplicht stellen. Ouders en leerlingen zullen zelf de medezeggenschapsstructuur op scholen moeten gebruiken om het vak ingevoerd te krijgen.” Maar volgens Eladik kun je dat van de meeste Marokkaanse ouders niet verwachten. Ze zijn vaak niet op de hoogte van de mogelijkheid, en als ze het al zijn, weten ze niet hoe ze de schoolleiding kunnen bewegen om Arabisch te doceren. “Laten we eerlijk zijn, zij zijn Nederland niet binnen gehaald omdat ze zo geschoold en welbespraakt waren.”

    • Edith Schoots