Zwemmen leren in de Donau; Jazzmusicus Joe Zawinul over zijn eerste symfonie

Toetsenist Joe Zawinul werd bekend als leider van de jazz-rockgroep Weather Report. Sindsdien is hij steeds veelzijdiger geworden. Hij produceerde onder meer een cd van de Malinese zanger Salif Keita en onlangs verscheen zijn eerste symfonie, Stories of the Danube. “Eigenlijk heb ik nooit iets anders gespeeld dan wereldmuziek”. Zawinul treedt op op het North Sea Jazz Festival.

Joe Zawinul and the Czech State Philharmonic Orchestra Brno o.l.v. Caspar Richter: Stories of the Danube (Philips Classics, 1996) The Zawinul Syndicate speelt op vrijdagavond 12 juli in het Tuinpaviljoen op het North Sea Jazz Festival.

Joe Zawinul heeft een klassieke symfonie geschreven, maar liever spreekt hij van 'een stuk voor groot orkest'. Zijn platenmaatschappij laat zich de primeur echter niet zo makkelijk ontgaan. Op de voorzijde van de cd verzekert een stickertje dat het toch echt om Zawinuls Eerste gaat. Stories of the Danube, zoals de compositie heet, is dat ook. Zij het dat sommige fragmenten, zoals gebruikelijk in de jazz, geheel of gedeeltelijk zijn geïmproviseerd. “Ik heb drie dagen achter mijn keyboard gezeten. Toen had ik de grote lijn in mijn hoofd”, zegt Zawinul laconiek, “maar het kostte me maanden om alles noot voor noot op papier te krijgen.”

In het Amsterdamse hotel waar hij logeert, wekt Zawinul de indruk zich uitstekend te kunnen vinden in zijn nieuwe componisten-rol. Met een potloodje in de hand en met zijn honkbalpet op zit hij gebogen over grote vellen muziekpapier: een compositie voor strijkkwartet die af moet voor een optreden in het Italiaanse Pescara. Staat Zawinul niet veel liever op het podium, in plaats van in alle stilte nootjes uit te zoeken? “Componeren is óók muziekmaken”, antwoordt Zawinul. “Zoveel verschil is er niet.”

Jazz-musici wagen zich maar zelden aan werk voor of met een symfonie-orkest. Ze zijn kleine bezettingen gewend - en zelfs een bigband is nog niets vergeleken met een volwaardig orkest. Toch is Zawinul, met zijn jarenlange muzikale ervaring en compositorische brille, de aangewezen persoon voor zo'n project. Zijn spel op uitgebreide synthesizers, zijn hoofdinstrument, is altijd 'orchestraal' geweest. Hij had alleen nog een zetje nodig, en dat zetje kwam van het Anton Bruckner Haus in Linz, in zijn geboorteland Oostenrijk.

“De organisatie in Linz hoorde werk van mij”, zegt Zawinul, “en wilde méér. Ik heb ze een bandje gestuurd. Daarover waren ze zo enthousiast dat ze me de compositie-opdracht gaven.” De eerste uitvoering had plaats bij de opening van het muziekfestival van Linz in 1993, als onderdeel van de Linzer Donauklangwolke, een grootschalig openluchtconcert. Een Oostenrijkse criticus sprak bij die gelegenheid van 'een exquise aurale ervaring'. Daarna werd de symfonie uitgevoerd in Basel en in Rio de Janeiro. Op het programma staan concerten in Londen en New York. Op het North Sea Jazz Festival 1996 is geen plaats voor een symfonie-orkest, dus daar treedt Zawinul op met zijn vertrouwde band, The Zawinul Syndicate.

“Al lang speelde ik met het idee om een groot stuk te schrijven met als leidraad de Donau - de rivier waarin ik als kind heb leren zwemmen”, vertelt Zawinul. “Ik woon al jaren in Amerika, maar de geschiedenis van het Donaugebied boeit me. De Donau is de langste rivier van Europa, hij loopt van het Duitse Donaueschingen door Oostenrijk, Slowakije, Hongarije, voormalig Joegoslavië, Bulgarije en Roemenië. Maar met geografie alleen heb je nog geen verhaal. Daarom heb ik historische aspecten in mijn muziek verwerkt. Hetbelangrijkste is de samenkomst van uiteenlopende culturen in het Donaugebied, met name de christelijke en de Arabische.”

De rivier leent zich bovendien goed als muzikale metafoor. “Ik beeldde me in dat ik als een steen op de bodem lag en de eindeloze stroming boven me voorbij zag trekken. Zo wilde ik mijn muziek ook laten gaan. In de eerste delen van de symfonie treedt dan ook geen enkele herhaling op, geen twee maten zijn precies hetzelfde.”

Jachtig

Stories of the Danube, voor de cd-opname uitgevoerd door het Tsjechisch Nationaal Orkest Brno, bestaat uit zeven delen waarin zowel Turkse muziek als Weense romantiek doorklinkt en, in een deel over de Tweede Wereldoorlog, historische radio-fragmenten. In de finale verzoenen de Donauvolkeren zich. Behalve klassiek-symfonische passages, bevat Stories of the Danube jachtige melodielijnen en ostinati die kenmerkend zijn voor Zawinuls jazzmuziek.

Josef Zawinul (1932) komt uit een dorpje bij Wenen en is van Hongaarse, Tsjechische en Sinti-afkomst. Op jonge leeftijd speelde hij volksmuziek op accordeon, later volgde hij een klassieke opleiding voor piano in Wenen. Toen hij eind jaren vijftig de jazz ontdekte, vertrok hij naar Amerika, vastbesloten om het daar te gaan maken. Dat lukte. Eerst speelde hij onder andere piano bij Cannonball Adderley, daarna bij Miles Davis, die zijn nieuwe elektrische jazzconcept voor een groot deel aan Zawinul te danken had. Zijn grootste roem behaalde Zawinul als leider-toetsenist van Weather Report, de succesvolste jazz-rockgroep uit de jaren zeventig, met hits als 'Mercy mercy mercy' en 'Birdland'.

De afgelopen jaren betrekt Zawinul steeds vaker niet-Westerse muzikanten bij zijn muziek. In The Zawinul Syndicate zijn prominente rollen toebedacht aan de Turkse zanger/percussionist Arto Tuncboyaciyan, en de drummer Paco Sery uit Ivoorkust. Zijn interesse voor uitheemse invloeden blijkt uit cd-titels als Lost Tribes (1992), Black Market (1976) en Immigrants (1988). Eén van Zawinuls gimmicks - die hij ook af en toe in Stories of the Danube gebruikt - is de zogenaamde vocoder, een stemvervormer. Hiermee pleegt hij klanken voort te brengen die lijken op een zelfgemaakte wereldtaal, hoewel ze niets betekenen. Het is een uiting van Zawinuls overtuiging dat muziek, als universele taal, volkeren dichter bij elkaar kan brengen.

“Eigenlijk heb ik nooit iets anders gespeeld dan wereldmuziek”, zegt Zawinul. “Weather Report maakte ook gebruik van vreemde geluiden en ritmes. Interessante kunst komt altijd voort uit uiteenlopende bronnen.”

Zawinul heeft onbewust het beste genomen van twee werelden, de klassieke en de niet-klassieke, de 'westerse' en 'niet-westerse'. “De eerste keer dat ik heb zitten zwoegen op een klassiek stuk was toen mijn vriend en collega Friedrich Gulda me vroeg of ik met hem de Haydn-variaties van Johannes Brahms wilde doen. Dat is een moeilijk stuk voor twee piano's en orkest. Ik was voldaan toen ik het onder de knie had, maar ik wist ook dat het uitvoeren van klassiek repertoire niet mijn stiel was.”

Aan de andere kant van het spectrum staat Zawinuls samenwerking met de Malinese zanger Salif Keita - de 'gouden stem van Afrika'. “Keita belde me op en vertelde dat hij in zijn jeugd naar mijn platen had geluisterd. In Mali! Dus ik was erg ingenomen met zijn verzoek om zijn cd te produceren.” Op die cd, Amen (1991), bracht Zawinul naast Keita en diens mede-muzikanten, bovendien Carlos Santana èn zijn oude Weather Report-compaan Wayne Shorter bijeen.

Onlangs werd bekend dat Weather Report, dat in 1986 na 16 jaar uit elkaar viel, mogelijk wordt heropgericht. “Het idee kwam van Wayne Shorter”, zegt Zawinul, niet bijster enthousiast. “We hebben nog geen concrete plannen.” Zawinul ziet er in elk geval niets in om alleen maar oude stukken te spelen. “Dat tijdperk is afgesloten. We zullen hard moeten werken aan nieuwe stukken.”

Speelgoed

Onder toetsenisten die in de jaren zeventig op synthesizer experimenteerden, zoals Chick Corea en Herbie Hancock, is het tegenwoordig en vogue om terug te keren naar piano. Zawinul, die zelf 22 keer door internationale critici werd uitgeroepen tot beste toetsenist, moet hier niets van hebben. “Geef mij maar een keyboard. Wat andere pianisten doen moeten ze zelf weten. Volgens mij zijn er gewoon maar weinig goede keyboardspelers. Veel pianisten denken: het ziet er uit als een piano, dus dat doe ik wel even. Maar de enige overeenkomst tussen een piano en een synthesizer is dat beide een rij zwarte en witte toetsen hebben. Voor de rest zijn het compleet verschillende instrumenten. Een synthesizer is geen speelgoed. Het is een serieus instrument.”

Ook de stelling dat er eigenlijk niets gaat boven de pure, natuurlijke weergave van een vleugel, vindt Zawinul onzin. “Ik zou tegen die pianisten willen zeggen dat ik al na één stuk moe wordt van hun instrument. Dan verlang ik naar die hele familie van geluiden die in mijn keyboard zit.”

Zawinul begon ooit op accordeon, en nog steeds, vertelt hij, heeft hij een stuk of tien bespeelbare accordeons in huis. “De accordeon beschouw ik als een voorloper van de synthesizer. Een accordeon heeft knoppen en registers, waarmee je het geluid kunt veranderen.

“Als kleine jongen zag ik eens in een café een kapot biljartlaken liggen. Daar heb ik een stukje van meegenomen. Thuis lijmde ik het op de klankkast van mijn accordeon. Daardoor gaf hij een mooi, nasaal geluid. Later raakte ik geïnteresseerd in het Hammondorgel. Daarna was het een kleine overgang naar elektronische toetsen en alle randapparatuur die er in de loop der jaren is bijgekomen.”

Wat Zawinul aldus vermag, is te horen in de verschillende intermezzi in Stories of the Danube. “Ik vind het belangrijk om mee te musiceren met het orkest. Veel orkestleden hadden moeite met ritmische patronen, zoals syncopen, die typerend zijn voor jazz en in de klassieke muziektraditie niet veel voorkomen. Tijdens de opnames kon ik hen ter plekke aanwijzingen geven. Vooral voor de jongere blazers en strijkers bleek mijn muziek een zware opgave te zijn.”

Was het een soort thuiskomst, om na zoveel Amerikaanse jaren, voor Oostenrijks publiek een symfonie uit te voeren? “Als je goed luistert is Wenen in mijn werk altijd aanwezig gebleven”, zegt Zawinul. “Niet het Wenen van de Weense wals en de operette, maar dat van de volksmuziek en het zigeunerleven.”

    • Viktor Frölke