Zelfmedicatie van apen met kruidentuin

APELDOORN, 5 JULI. Dertig zwangere buiken zijn geteld bij de kolonie van tachtig doodshoofdaapjes. Een goed teken, aldus Wim Mager, directeur van de Apenheul in Apeldoorn. Want een zwangere aap is een tevreden aap, en tevreden apen zijn lief voor het publiek. De een plukt nieuwsgierig in een permanentje, de ander zoekt naar koekkruimels in een kinderwagen.

De Apenheul bestaat 25 jaar, wat deze week werd gevierd met de opening van een nieuw doodshoofdaapjes-verblijf door prinses Margriet. Mager begon ruim een kwart eeuw geleden met één dwergaap, een witpluimoeistitie. Dat werden er twee toen een vriend genoeg had van zijn oeistitie - die in die tijd nog gewoon in de dierenwinkel te koop waren. Toen waren er al gauw vier. De uitzonderlijke geboorte van een apentweeling in gevangenschap wekte bij de toen 19-jarige technisch-fotograaf een levenslange belangstelling voor apen en halfapen. In een overgeschoten stuk bos aan de rand van Apeldoorn stichtte hij de 'heul' waar de apen vrij rondliepen tussen de bezoekers. Een ongebruikelijke stap in een tijd waarin apen nog in kale dierentuinkooien opgesloten werden.

De achterdocht in de dierentuinwereld was groot. Het publiek zou de beesten doodvoeren met koek en snoep, de apen zouden bezoekers aanvallen en ze zouden ontsnappen uit het park. “Iedereen wordt bij binnenkomst persoonlijk verteld dat de apen een glucose-intolerantie hebben en doodgaan als ze teveel suiker binnenkrijgen”, legt Mager uit. “En dat werkt.” Ook worden de loslopende apen nauwelijks gepest. “Juist omdat er geen tralies tussen zitten; daardoor voelt de mens zich niet boven het dier verheven en hoeft hij niet te laten zien wie de baas is.”De Apenheul, die inmiddels ruim een half miljoen bezoekers per jaar trekt, groeide uit tot een tuin met 400 apen, verdeeld over 20 soorten: mensapen als de gorilla en de gibbon, grijpstaartapen als de wolaap en dwergapen. Binnenkort arriveren de eerste dwergchimpansees, of 'bonobo's', die het meest 'menselijke' gedrag vertonen en dankbare objecten zijn voor wetenschappelijk onderzoekers uit binnen- en buitenland.

“Het is hier geen pretpark”, benadrukt Mager. Natuureducatie en soortenbehoud door middel van recreatie, dat is volgens hem de doelstelling van de stichting Apenheul. “Die vormen de rechtvaardiging om wilde dieren in huis te hebben.” Mager is trots op de gorillagroep die woont op het lommerijke gorilla-eiland. Met 17 apen is dit een van de grootste in gevangenschap levende groepen, waarvan de vijf volwassen vrouwtjes niet alleen baren, maar hun kinderen ook zelf verzorgen. Hun imposante leider Bongo ondergaat de aandacht van zijn harem stoicijns. Hij is gewend aan belangstelling, of het nu van vrouwtjesapen, schoolkinderen, wetenschappers of cameraploegen is.

Gorilla's zijn te gevaarlijk om vrij tussen het publiek te lopen. De wolapen, althans de minder agressieve vrouwtjes en jongkies, lopen wel vrij rond. Ze willen wel eens een knauw uitdelen als ze geaaid worden, want aaien, zo waarschuwen de bordjes, ervaart een wolaap als een onderdrukkend gebaar.

Het zijn stressgevoelige dieren, die zelden goed aarden in gevangenschap. Wereldwijd zijn er maar drie dierentuinen met wolapenkolonies. Ook in de Apenheul stellen ze hun verzorgers voor problemen. Toen enkele jaren geleden de ene na de andere wolaap onverklaarbare koorts kreeg en stierf, kon alleen een alternatieve genezer uitkomst bieden. Hij legde in hun domein een kruidentuin aan met brandnetel, munt en valeriaan waar de wolapen naar behoefte uit konden plukken. “Een vorm van zelfmedicatie”, zegt Mager, terwijl een wolaap een bosje bieslook eet.