Vrees van Frans gezag jubileert

De raarste krant van Frankrijk is ongeveer de enige die geld verdient. Met een betaalde oplage tussen 400.000 en 500.000 kan Le Canard Enchaîné zich een soeverein soort onafhankelijkheid veroorloven die zeldzaam is in de Franse pers. Vandaag bestaat het 'satirisch' weekblad, dat wordt gemaakt door een besloten mannenclub, tachtig jaar.

PARIJS, 5 JULI. Woensdag was het weer zo ver: Le Canard Enchaîné lag in de kiosk om de gewone Fransman te informeren over de heersende klasse. Minister Toubon van Justitie en Jean Tibéri, Chiracs opvolger als burgemeester van Parijs, werden breeduit over de knie gelegd. Toubon de misdienaar van 'Enterre Net' (een modern soort doofpot). Jean Tibéri als vriend van de magistraat die weer een rechtszaak tegen hem seponeerde. Mevrouw Tibéri die voor een bevriende gemeente een adviesje schreef à 60.000 gulden.

Een wirwar van koppen, soms zonder artikel, cartoons met een venijnig realiteitsgehalte. En woordspelingen, veel woordspelingen. De formule is even geniaal als onnozel. Acht pagina's slecht papier, geen advertenties en geen reclame voor zichzelf, bijna nooit foto's, de lelijkste opmaak van de wereld, alleen maar snippers waarheid. Tekst plus tekeningen.

Cynisch opgeschreven feiten uit de kringen die ons willen doen geloven dat zij republieken, ministeries en grote bedrijven leiden uit nobele motieven. Dodelijke inkijkjes, zelden ontkend door de blozende autoriteit in kwestie. 51.000 mensen zijn er op geabonneerd, 450.000 kopen de gids van het gezonde wantrouwen wekelijks in de kiosk.

Canard-berichten over de diamanten van Bokassa kostten president Valéry Giscard d'Estaing in '81 zijn herverkiezing, zoals eerder de gaullist Chaban Delmas zijn weg naar het hoogste door het blad zag geblokkeerd. In '79 pleegde de als integer bekend staande minister van Arbeid Robert Boulin zelfmoord na onthullingen over zijn villa in Saint-Tropez.

Zoals Pierre Bérégovoy, de laatste socialistische premier, zich langs de waterkant in Nevers van het leven beroofde nadat Le Canard (en Le Monde) hadden laten zien hoe hij zich financieel had verstrikt.

Mitterrand reageerde met een bijtende aanval op de pers na de dood van zijn trouwe dienaar Bérégovoy: “Alle verklaringen van de wereld zullen niet rechtvaardigen dat men de eer van een man aan de honden heeft kunnen voeren.” Het was een verbluffende omkering van de feiten en de schuldvraag, passend in een lange traditievan persintimidatie.

Premier Juppé kondigde deze week, na alle tegenwerking van hogerhand die de justitie in de affaires rond Chirac, Tibéri en de sociale woningbouw in Parijs heeft ondervonden, verontwaardigd aan dat de wet verscherpt moet worden om het 'vermoeden van onschuld' van verdachten te versterken.

Franse autoriteiten hebben altijd nieuwsgierig en vertoornd uitgekeken naar Le Canard Enchaîné. Zij lezen er veel nuttigs in over hun concurrenten.

In zijn eerste hoofdartikel, op 10 september 1915, schreef oprichter Maurice Maréchal waar zijn lezers op mochten rekenen: “Le Canard Enchaîné zal de vrijheid nemen om na zorgvuldig onderzoek alleen rigoureus onjuiste berichten te plaatsen. Iedereen weet dat de Franse pers, zonder uitzondering, zijn lezers sinds het begin van de oorlog uitsluitend onverbeterlijke juiste berichten brengt. Wel, het publiek heeft daar genoeg van. Het wil fout nieuws..Dat zal het krijgen.”

Misselijk van alle indoctrinatie met oorlogspropaganda die de Franse bladen in de Eerste Wereldoorlog hun lezers serveerden, hadden Maréchal en zijn medestanders besloten geen enkele voorlichter meer te raadplegen en op zoek te gaan naar de feiten. Of bij gebrek daaraan de officiële leugens te hekelen. Na vijf nummers werd de pacifist Maréchal opgeroepen voor militaire dienst en hield het blad op te bestaan.

Op 5 juli 1916 werd het blad opnieuw geboren. Weer als 'De Geketende Eend', een in het café tot stand gekomen titel, die verwijst naar de altijd gezond gebleven eet- (en drink-)lust van de redacteuren èn de Franse term voor nep-nieuws, een 'canard'.

Nu was het een blijvertje. De staatscourant van de gemiddelde, niet-bekrompen Fransman bleef sindsdien klinken zonder subsidie of vreemd kapitaal te hoeven dulden. Gedurende vier oorlogsjaren kwam het blad niet uit, maar vanaf de bevrijding in 1944 spotte het er weer op los, altijd wat makkelijker als rechts aan de macht was dan links.

De verlossende komst van De Gaulle in 1958 redde de Canard van een gestage achteruitgang tijdens de Vierde Republiek. De generaal was eindelijk een tegenstander van niveau.

Tijdens de eerste ambtsperiode van president Mitterrand hadden veel redacteuren er moeite mee de regering die zij zelf hadden gewenst, kritisch te volgen.

Hoofdredacteur Claude Angeli: “Toen in 1994 Pierre Péans boek over de jeugd van Mitterrand uitkwam, heb ik gezegd: we hebben ons werk niet gedaan toen hij in '74, '81 en '88 kandidaat was.

Dat hij de 'francisque' (onderscheiding van het collaborerende regime van generaal Pétain, red.) had aangenomen was bekend. Maar de mate van zijn betrokkenheid bij Vichy hadden wij niet uitgezocht.''

Angeli verwijt zich niet echt dat ook de Canard niet heeft gezien dat Mitterrand veertien jaar onwaarheid heeft doen spreken over zijn prostaatkanker.

“Paris Match bracht in '81 een tweeslachtig verhaal over Mitterrands pancreas. Sindsdien zijn er altijd geruchten gebleven. In 1988, het jaar van zijn herverkiezing heb ik hem twee keer gezien. Hij zag er oud uit, maar niet cancereus”, zegt Angeli, die zelf meer heeft van een gerijpt hoofd boekhouding dan van een bevlogen bestrijder van het grote onrecht in de wereld.

“We hebben ons voor mijn gevoel meer laten manipuleren in de zaak van zijn dochter Mazarine. Van haar bestaan wist iedereen al jaren, en ook waar zij met haar moeder woonde. We zijn de fout in gegaan door niks te publiceren toen Mitterrand hen liet verhuizen naar een appartement dat aan de staat toebehoorde. Dat gebeurde zogenaamd om veiligheidsredenen, maar het werd daarmee natuurlijk toch een staatszaak. Op het grensgebied tussen politiek en privé zijn wij altijd slecht op ons gemak ...”

Terwijl de Canard van voor de Tweede Wereldoorlog meer satirisch was, is de redactie zich na de herverschijning steeds meer gaan richten op wat tegenwoordig onderzoeksjournalistiek heet.

“Vooral hard werken”, aldus Angeli. “We krijgen wel eens wat toegespeeld, maar het kan tijd vergen om het hele verhaal te pakken te krijgen. Gelukkig hebben we de middelen om te reizen, om feiten te verzamelen. Informatie stelen doen we niet, maar gebruik maken van door anderen slinks verkregen gegevens wel, als het belang van de zaak het rechtvaardigt. Het belangrijkst is tenslotte de illegale realiteit die wij willen beschrijven.”

De legale realiteit van het blad zelf wil de hoofdredacteur niet zo graag beschrijven.

Volgens het rechts liberale maandblad L'Esprit Libre zou Le Canard een zeer gezonde winst maken, 180 miljoen francs op de bank hebben staan en zijn oudgedienden, die op een ingewikkelde manier aandeelhouder zijn, tot 50.000 gulden per maand betalen - een zelfde bedrag dat Peugeot-directeur Calvet met 180.000 werknemers volgens een Canard-primeur toucheerde.

Angeli wil alleen maar zeggen: “Wij zijn gewoon gesalarieerd, en hebben geen belang bij de winst van het bedrijf.”

Haast nog moeizamer komt er uit dat de redactie, die zich door coöptatie aanvult, nog nooit aanleiding heeft gezien een vrouw in haar gelederen op te nemen. “Maar we hebben meer vrouwelijke dan mannelijk losse medewerkers.”

Alleen mensen die elders hebben bewezen het vak door en door te beheersen komen in aanmerking voor een redacteurschap. De teamgeest is hecht, al was het maar omdat de druk van buiten groot is. Le Canard Enchaîné vervult een vitale rol als drukventiel van de Franse democratie. Dat vereist sterke monteurs.

De belangrijkste Canard-zaak na Bokassa? “De appartementen van Chirac, Juppé, Tibéri en de fraude met de sociale woningbouw in Parijs. Dat is een reuzezwendel, het gaat om enorme bedragen.”

Ziet Angeli punten van zwakte in Le Canard's vervulling van deze hoge roeping? “Ik vind dat we soms een beetje te oppervlakkig zijn. Ik ben niet zo gek op humor. Humor wordt vaak gebruikt om een gebrek aan feiten af te dekken.”

    • Marc Chavannes