Voorgoed een legende; De kunstverzameling van Nikolaj Chardzjijev

Onlangs overleed in Amsterdam Nikolaj Chardzjijev, kenner en verzamelaar van het werk van Malevitsj, Mandelstam, Chlebnikov en andere Russische avant-gardisten. Zijn verzameling, die hij in het geheim moest opbouwen, was in Rusland legendarisch en zal dat wel altijd blijven. Niemand weet wat Chardzjijev precies bezat toen hij in 1993 naar Amsterdam kwam en dus ook niet hoeveel er sindsdien uit zijn collectie is verdwenen.

Aan het Amsterdamse Stadionplein heeft zich de afgelopen drie jaar een klein Russisch drama afgespeeld, waarvan de preciese toedracht voorgoed in nevelen gehuld zal blijven. Naar pas vorige week bekend werd, overleed daar op 10 juni, een half jaar na zijn vrouw, op 93-jarige leeftijd de Russische kunstverzamelaar Nikolaj Chardzjijev. Chardzjijev was een groot kenner en verzamelaar van de Russische avant-garde uit het begin van de eeuw. Vele kunstenaars heeft hij persoonlijk gekend en hij verzamelde hun schilderijen, tekeningen, manuscripten, eerste drukken. Zijn kennis van de Russische avant-garde was fenomenaal. Hij was bevriend met Anna Achmatova, Kazimir Malevitsj, Daniil Charms, David Boerljoek, Osip Mandelstam. Zijn grote hartstocht was het werk van de zwerver-dichter Velimir Chlebnikov, van wie hij in 1940 een bundel met niet eerder uitgegeven werk gepubliceerd wist te krijgen, wat in het holst van de Stalintijd een klein wonder was. Chardzjijevs verzameling was in Rusland legendarisch. Maar niemand zal ooit weten wat Chardzjijev precies bezeten heeft en zo neemt de collectie na zijn dood langzamerhand mythische proporties aan.

In de Sovjet-Unie - het lijkt wel eeuwen her - was avant-gardekunst verboden waar. De eerste Malevitsj-tentoonstelling na de beginjaren van de Russische revolutie vond pas in 1989 plaats. Verzamelen van verboden kunst was ketterij, heimelijk verzet tegen de vooruitgang, burgerlijke onzin en levensbedreigend voor de communistische machthebbers. Verzamelen was, met andere woorden, een hachelijke bezigheid.

Toch zijn er tientallen mensen geweest die het culturele erfgoed uit de rijke periode van omstreeks de eeuwwisseling hebben gered en gekoesterd. Er is heel wat afgetobd in kleine kamertjes, volgestopt met schilderijen en verboden papierwaar. Er was altijd de dreiging van de buurman, die, als hij je een loer wilde draaien, gerust even naar de wijkagent kon lopen om je aan te geven. De reflex om alles bliksemsnel weg te stoppen als er onaangekondigd bezoek kwam. De vrees voor diefstal, het ontbreken van verzekeringen, de wetenschap dat de kunstwerken alleen aan een kleine kring intimi bleven voorbehouden. Chardzjijev en zijn vrouw Lidia Tsjaga durfden ten langen leste niet meer samen de deur uit, omdat ze de onder het bed verstopte kunstschatten niet alleen durfden te laten.

Rood kwadraat

Van zo'n leven word je vreemd. En volgens de verhalen was Chardzjijev dat ook. Een knorrige, achterdochtige man, die ook voor zijn vrouw af en toe dingen verborg. En zo wist zelfs in Rusland niemand wat hij nou eigenlijk precies in huis had. Hij had tekeningen en schilderijen van Malevitsj, Popova, Rozanova en Larionov, documenten, handschriften en foto's van de dichters Chlebnikov en Mandelstam, en de kunstenaars Tatlin en El Lissitzky. Zo beschreef zijn vriend de literatuurwetenschapper Michail Meilach vorige week in een necrologie in het Parijse emigrantenweekblad De Russische Gedachte de woning van Chardzjijev: 'Vanaf het midden van de jaren zestig bezocht ik Nikolaj Ivanovitsj (Chardzjijev - LS) als ik naar Moskou kwam altijd een paar keer in zijn woning aan de Kropotkinskaja, waar de muren waren behangen met schilderijen van Matjoesjin, Popova en Rozanova en met tekeningen van Tsjekrygin en Larionov, en boven de deur het Rode kwadraat van Malevitsj hing.'

Toen de levensavond naderde, begon Chardzjijev zich zorgen te maken over de toekomst van zijn collectie. De Russische autoriteiten, communistisch of post-communistisch, riepen zijn diepe wantrouwen op, evenals de veiligheid van de Russische musea. Een Amsterdamse professor in de slavistiek bood een oplossing: als Chardzjijev naar Nederland zou komen, zou zijn collectie veilig zijn. Wist Chardzjijev veel. Dat de export van zijn collectie illegaal was, zal hem worst geweest zijn: zijn hele leven was illegaal geweest. Er werd contact gelegd met Galerie Gmurzynska, een in Keulen gevestigde kunsthandel, gespecialiseerd in Russische avant-garde. Gmurzynska had wel oren naar de collectie en er werd een deal gesloten. Er werden lijsten gemaakt, er werd ingepakt en verscheept.

In november 1993 kwamen Chardzjijev en zijn vrouw in Amsterdam aan, waar ze met behulp van de professor een huis kochten, waarin ze zich verschansten tegen de boze buitenwereld. Een deel van de collectie kwam aan in Amsterdam, een deel belandde in Keulen bij Galerie Gmurzynska, als betaling voor de smokkel, een deel werd geconfisqueerd door de Russische douane en verdween in een Moskous literair archief.

Teloorgang

Chardzjijev raakte in paniek over de teloorgang van de collectie die hij zijn hele leven had weten te beschermen. Zijn achterdocht richtte zich nu op alles en iedereen die in de buurt van zijn opnieuw in dozen en mappen opgeslagen kunstwerken kwam. Vriend en vijand, goedwillenden en kwaadwillenden, allen werden over één kam geschoren. Als je de verhalen mag geloven hebben er de afgelopen tijd velen om het gebarricadeerde huis op de Stadionkade gecirkeld: ambtenaren van het Russische ministerie van cultuur, die druk op hem uitoefenden om de collectie terug te sturen naar het moederland. Medewerkers van Galerie Gmurzynska, die meer wilden dan de zes werken van Malevitsj die ze voor het luttele bedrag van 2,5 miljoen dollar van Chardzjijev hadden gekocht. Mensen die zich opwierpen als beschermengelen.

November vorig jaar overleed Chardzjijevs vrouw. Meteen daarna werd de Stichting Chardzjijev-Tsjaga opgericht, die zich ten doel stelde de collectie te inventariseren en na de dood van de eigenaar te beheren. Onmiddellijk verschenen over deze stichting in de Russische pers de meest wonderbaarlijke verhalen. Zo zou een van de leden van de stichting Chardzjijevs vrouw van de trap hebben geduwd, waarna zij overleed, zo tikte het weekblad Moskou Nieuws zonder blikken of blozen op uit de mond van een van de ongure types die bij de Stadionkade rondhingen. De zegslieden van de Russische krant werden vervolgens door de stichting beschuldigd van poging tot afpersing. De stichting schakelde de Nederlandse politie in. Geruchten en verzinsels stapelden zich op en ook de stichting bleef zich in een mysterieus stilzwijgen hullen.

Russische vrienden van Chardzjijev beklaagden zich erover dat het praktisch onmogelijk was tot de van alle kanten afgeschermde excentriek door te dringen. En Chardzjijev zelf lag boven op bed te weeklagen tegen ieder die het horen wou. Meilach: 'De hele afgelopen winter loog men tegen mij dat Chardzjijev niet toerekeningsvatbaar was en niemand wilde zien. Begin april hield ik het niet uit en kwam zonder bericht vooraf naar Amsterdam. Mijn komst bracht de nieuwe 'heren' in een toestand van shock, maar ze moesten mij wel toelaten tot Chardzjijev, hoewel de bezoeken strikt gedoseerd werden en plaatsvonden onder hun controle. Nikolaj Ivanovitsj was niet in goeden doen, maar de reactie op zijn weldoeners was typisch Chardzjijev: 'die mensen zijn me vreemd... en hoemeer ze bij me in de smaak proberen te vallen, hoe onaangenamer ik ze vind.'''

De dood van Chardzjijev werd door de stichting niet gemeld. Toen deze krant, in navolging van de Russische pers, meldde dat Chardzjijev op 10 juni was overleden, verscheen er de volgende dag een overlijdensadvertentie, ondertekend door een notaris. Wat is dat voor gedrag? Angst voor Russische criminelen? Intimidatie? Overdreven voorzichtigheid? Parijse en Moskouse vrienden van Chardzjijev spreken er schande van dat ze zelfs niet gewaarschuwd zijn voor de begrafenis.

Zo treurig eindigde het leven van Nikolaj Chardzjijev. En de collectie? Bestaat zij nog? Wat gaat ermee gebeuren? Alleen de stichting kan nu nog antwoord geven.