Stuntwerk van pianist Luganski

Concert: Radio Symfonie Orkest o.l.v. Kees Bakels, m.m.v. Nikolai Luganski. Programma: Tsjaikofski: Tweede Pianoconcert, Derde Suite. Gehoord: 3 juli, Concertgebouw Amsterdam.

Eigenlijk zijn er twee Tsjaikofski's. Er is de componist van meesterwerken als het Vioolconcert, de Zesde Symfonie en het strijksextet Souvenir de Florence. En er is de componist van onuitstaanbare, dus zelden of nooit uitgevoerde werken als de Concert Fantasia voor piano en orkest, het Derde Pianoconcert en het merendeel van de Suites voor Orkest. Vanuit programmatisch oogpunt was het een aardige gedachte om op het tweede concert van de Robeco Groep Zomerconcerten nu eens niet de sterke, maar juist de zwakke Tsjaikofski centraal te stellen met uitvoeringen van zijn Tweede Pianoconcert en de Derde Orkestsuite. Maar het resultaat bevestigde de opvatting dat sommige stukken van Tsjaikofski maar het beste in de doofpot kunnen verdwijnen.

Zelfs een uitzonderlijk pianotalent als de Russische Nikolai Luganski, die de gave bezit om alle noten die hij speelt een magische uitstraling te verlenen, slaagde er niet in van het onsamenhangende Tweede Pianoconcert iets innemends te maken. Dat het Radio Symfonie Orkest onder de geïnspireerde leiding van Kees Bakels alles op alles zette om Luganski zo empatief mogelijk te begeleiden, mocht ook niet baten. Tsjaikofski's Tweede Pianoconcert bleef klinken als een explosie van herrie met een minimum aan muzikaal gehalte, al stegen er af en toe ook betoverende passages op.

Luganski laveerde dapper heen en weer tussen onstuimige virtuositeit en tedere bel canto-lyriek, maar al zijn inspanningen bleven vergeefs, want Tsjaikofski's broeierige partituur belet zelfs de meest geslaagde thema's wortel te schieten. Ook in het nagenoeg als 'tripleconcert' gecomponeerde Andante, waaraan concertmeester Valentin Zhuk en eerste cellist Arturo Muruzabal met grote inzet een waardevolle bijdrage leverden, bleef het dweilen met de kraan open. Alleen de wervelende Finale, waarin Luganski zich met verbijsterend stuntwerk als geboren klavierleeuw manifesteerde, liet dankzij zijn relatief geslaagde opbouw een enigszins samenhangende indruk achter. De weerbarstige materie van Tsjaikofski's Derde Orkestsuite liet zich evenmin in een aangename luisterervaring omzetten.

Acceptabel klonken de sensueel vertolkte broeierigheid van de Valse mélancolique en het opzwepend uitgevoerde Scherzo. Ook van de Elégie en het afsluitende Tema con variazoni probeerden Bakels en het orkest op temperamentvolle wijze iets geloofwaardigs te maken, maar het was vergeefse moeite.

    • Wenneke Savenije