Snelle groei bij telefonie via Internet

Telefoneren met de hele wereld via het Internet begint 'big business' te worden. De markt voor Internettelefonie zal volgens International Data Corporation (IDC) groeien van 70 miljoen dollar dit jaar tot ruim 500 miljoen in 1999. De telefoonindustrie ziet het met lede ogen aan en dringt aan op maatregelen.

Eind 1994 doken ze voor het eerst op: softwareprogramma's waarmee gebruikers van het wereldomspannende computernetwerk Internet elkaar konden bellen. De geluidskwaliteit was abominabel, er kon er maar één tegelijk het woord voeren en de verbinding kon alleen tot stand komen als beide gesprekspartners op het Internet waren aangesloten. Tante Agaath kon niet worden gebeld. Tegen elkaar schreeuwen via twee kokertjes met een dun draadje daartussen - daar had het nog het meest van.

Ruim een jaar later is de situatie drastisch veranderd. Er liggen inmiddels tientallen belprogramma's voor het Internet in de winkel die een redelijke tot goede geluidskwaliteit garanderen. En heeft men nu nog dezelfde software nodig om een gesprek te kunnen voeren, in de toekomst zullen de programma's volledig uitwisselbaar zijn. Ook kunnen straks normale telefoonnummers gebeld worden.

Toegegeven, het is nog een nichemarkt, maar dat zou volgens het Amerikaanse marktonderzoekbureau International Data Corporation wel eens kunnen veranderen. IDC taxeert de markt voor Internettelefonie op 560 miljoen dollar in 1999. Vorig jaar bedroeg de omzet in belprogramma's nog niet eens 3,5 miljoen dollar.

Internettelefonie kwam vorig jaar pas goed van de grond toen een Amerikaans-Israelisch bedrijfje genaamd VocalTec een gratis demoversie van het programma Internet Phone via Internet verspreidde. Wie een PC had met een geluidskaart, een microfoon en een koptelefoon kon met andere gebruikers van het Internet praten. En dat was nieuw: voor die tijd was rechtstreeks contact via Internet alleen mogelijk via zogenoemde Internet Relay Chat-kanalen, een soort elektronische babbelboxen, waarbij beurtelings commentaar kan worden ingetikt. Dat de demoversie van Internet Phone het gesprek na zestig seconden abrupt beëindigde namen velen op de koop toe. Zoveel hadden wildvreemden elkaar ook weer niet te vertellen.

Lang niet iedereen was overigens blij met de komst van de software. Velen vreesden dat de belprogramma's de toch al geringe netwerkcapaciteit flink zouden belasten, maar dat blijkt mee te vallen. Het stemgeluid wordt zoveel mogelijk gecomprimeerd over het net verstuurd. Alle programma's ondersteunen nu zelfs full duplex-verkeer: men kan rustig door elkaar praten, al moet de PC hiervoor wel worden aangepast.

Eind vorig jaar waren er volgens IDC een half miljoen actieve bellers op het net. Die gebruikten de belprogramma's hoofdzakelijk om tegen veelal lokale gesprekskosten met familieleden en kennissen te communiceren. De besparingen op de telefoonrekening kunnen wel tot 69 procent oplopen, zeker als het om internationale gesprekken gaat. Velen hebben dan ook flink wat geld voor deze programma's over. VocalTec is met een aandeel van negentig procent vooralsnog marktleider, maar moet wel steeds meer marktaandeel inleveren. Een ander populair programma is WebTalk van Quarterdeck, een Californisch bedrijf onder leiding van de Belg Gastion Bastiaens. De gratis demoversie kan een maand onbeperkt gebruikt worden. Het Amerikaanse bedrijfje Netscape, marktleider op het gebied van navigatieprogramma's voor Internet, nam eerder dit jaar voor veel geld het bedrijf InSoft over dat een eigen belprogramma CoolTalk heeft ontwikkeld. Het is de bedoeling dat CoolTalk volledig zal worden geïntegreerd met de Netscape Navigator, een programma dat gratis wordt verspreid op het Internet.

Dat er geld aan dit soort programma's is te verdienen staat als een paal boven water. Camelon, de fabrikant van de Digiphone, zette in het laatste kwartaal van het boekjaar 1996 2 miljoen dollar om, terwijl over 1995 nog een verlies van 1,5 miljoen dollar werd geleden. VocalTec waagde onlangs zelfs de gang naar de beurs.

Het succes van Internettelefonie hangt volgens IDC van een aantal factoren af. Zo zijn de programma's nog niet echt gebruikersvriendelijk. Veelal verloopt de communicatie via een soort telefooncentrales of servers op het Internet. Inmiddels zijn er programma's waarmee netgebruikers elkaar rechtstreeks kunnen bellen; men hoeft alleen elkaars email-adres in te vullen. Het grootste nadeel van de huidige belsoftware is volgens IDC het gebrek aan standaarden. De verschillende programma's zijn niet 'on speaking terms'. Men heeft aan beide kanten van de lijn hetzelfde programma nodig. Op initiatief van Netscape is onlangs een nieuwe standaard afgesproken, maar die wordt nog niet door iedereen ondersteund.

IDC denkt dat de toekomst van Internettelefonie echter vooral bepaald zal worden door de houding van de telefoonbedrijven. Aanvankelijk werd Internettelefonie nauwelijks als een serieuze bedreiging gezien. Dat is het op dit moment ook nog niet. Een kleine zes procent van alle Internetgebruikers telefoneert regelmatig via Internet met vrienden en kennissen. Maar het aantal gebruikers zou volgens IDC wel snel kunnen toenemen. De schattingen variëren van 16 tot 63 miljoen in 1999. Die groei zal volgens IDC vooral worden gestimuleerd door nieuwe toepassingen, met name voor de zakelijke markt.

Echte concurrentie voor de telecombedrijven ontstaat als via Internet ook normale telefoonnummers kunnen worden gebeld. Technisch is dit al mogelijk. Het Amerikaanse bedrijf IDT levert aan ruim 10.000 ondernemingen software waarmee via Internet een aangepaste telefooncentrale kan worden gebeld. IDT rekent daarvoor vaste tarieven die, vergeleken met die van de officiële telecombedrijven, zeer laag zijn. De genadeklap zal evenwel worden toegebracht door IBM. Dit computerbedrijf demonstreerde op beurzen in Hannover en San Jose een Web-telefoon waarmee eveneens normale nummers kunnen worden gebeld. IBM is van plan om in 41 landen 575 telefooncentrales in gebruik te nemen, computers die echte nummers kunnen bellen. De telefoon zal gratis worden verspreid en worden meegeleverd met het besturingssysteem OS/2 Warp. Of gebruikers ook voor de gesprekskosten moeten betalen is nog niet duidelijk.