Schedelbreuk maakt van Skibby ander mens

Jesper Skibby was de grote animator in de laatste kilometers in Besançon. Hij deed kilometers kopwerk om zijn ploeggenoot Jeroen Blijlevens uit de wind te houden.

BESANÇON, 5 JULI. In de grauwe middelmaat van het wielerpeloton is Jesper Skibby een welkome verschijning. Hij lacht veel, gaat waar mogelijk in de aanval en is altijd goed voor een relevante opmerking. Althans, zo was de oude Skibby. Sinds zijn geestelijke inzinking van drie maanden geleden heeft de renner van TVM de keerzijde van het harde metier leren kennen. “Ik ben mezelf tegengekomen en voor de buitenwereld een ander mens geworden. Ik ben meer ontspannen.”

Skibby praat weer opgewekt en fietst weer bijna even hard als vroeger. Toch is het vreemd een dergelijk extravert karakter zo ingetogen in de rennersbus te zien stappen. Volgens zijn assistent-ploegleider Ad Wijnands hoeft de 32-jarige Deen niet meer weg te lopen voor zijn problemen. “Wij zijn er om hem te helpen en rust te geven. Zo te zien gaat het de goede kant op.”

Na de Waalse Pijl, eind april, raakte Skibby onwel in zijn Belgische woning. Zijn vrouw vond hem liggend op de grond. “Zij dacht dat ik dood was. Mijn dochtertje dacht dat ik wilde spelen.” Volgens de medische verklaring was Skibby gevallen door een lichte aanval van epilepsie, als gevolg van zijn schedelbreuk in 1993. In de Tirreno-Adriatico was hij destijds zwaar ten val gekomen in de eindsprint.

Volgens de begeleiders van TVM had zijn uitglijder te maken met stressverschijnselen die de renner al eerder parten speelden. In december vorig jaar was hij betrokken bij een auto-ongeluk, daarna volgden een voorhoofdsholteontsteking en een achillespeesblessure. De fysieke tegenslagen werden hem te veel. De vriendelijke Skibby maakte ruzie met kennissen en collega's. Een vriend adviseerde hem naar een psycholoog te gaan. Hypnose en meditatie moesten Skibby tot bedaren brengen.

“Ik heb lang nagedacht of ik zou stoppen. Alleen bij honderd procent zekerheid wilde ik blijven fietsen. De artsen hebben me die garantie gegeven. Epilepsie is een normale reactie na een schedelbreuk. Het komt maar een keer voor. Als er één procent onzekerheid was geweest, zou ik zijn afgestapt. Daarvoor is mijn gezondheid te veel waard.”

Skibby praat bijna vloeiend Nederlands, met hetzelfde olijke accent als zijn voetballende landgenoten Arnesen en Lerby. Hij woont in het Belgische Mol. Zijn hart is voor een deel oranje gekleurd. “In Den Bosch voelde ik me bijna Nederlander. Iedereen klapte voor me.”

De samenwerking met TVM dateert van 1989. Drie jaar eerder had hij tot groot ongenoegen van zijn vader - zelf winnaar van de bronzen medaille bij het WK in 1966 - de ouderlijke woning ingeruild voor een flatje in Frankrijk, waar hij zich bij een amateurploeg mocht aansluiten. De ruzie liep zo hoog op dat vader en zoon elkaar gedurende een half jaar volledig negeerden. Skibby overweegt na zijn loopbaan terug te keren naar zijn vaderland. Deense bedrijven benaderden hem voor pr-functies. Zelf heeft hij nog geen beslissing genomen over de nabije toekomst. “Het liefst blijf ik nog een paar jaar fietsen.”

Skibby won in zijn lange profloopbaan minder koersen dan verwacht. Ritzeges in de Giro, Vuelta en de Tour bleken het hoogst haalbare. In de grote klassiekers kwam hij steeds tekort. Wielerkenners verklaren zijn bescheiden erelijst door zijn gebrekkige koersinzicht. Bij TVM houden ze het op onrustig fietsen en veel tegenslag.

De laatste jaren heeft hij zich ontwikkeld tot een leider die zijn ploeggenoten wegwijs maakt in het peloton. Gisteren hielp hij Blijlevens aan de overwinning. Hij durft zich weer in de massa te vertonen. Wijnands: “Hij kan zichzelf vermoorden, zo diep kan hij gaan. Jesper heeft kwaliteiten die andere jongens jaloers maken.”