'RIOD geen opslag oud papier'; Nieuwe directeur over instituut

AMSTERDAM, 5 JULI. De nieuwe directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD), de Amsterdamse hoogleraar Nederlandse geschiedenis sinds de Middeleeuwen, J.C.H. Blom, loopt over van enthousiasme. “Het is een schitterende baan bij een prestigieus instituut. Er ligt een collectie waar je u tegen zegt.

erste jaar zal ik niet aan eigen onderzoek toekomen, maar zodra het kan wil ik beginnen met een internationaal vergelijkende studie naar de bezettingsgeschiedenis in de bezette landen van West-Europa.''

Blom studeerde in 1968 af aan de Rijskuniversiteit Leiden en maakte in 1970 de overstap naar de Universiteit van Amsterdam waar hij in 1983 tot hoogleraar werd benoemd. Zijn oratie 'In de ban van goed en fout?' maakte veel tongen los. Blom rekende af met de gangbare benadering van de Tweede Wereldoorlog. Het begrippenkader goed en fout, zo stelde hij, is onvoldoende om de gebeurtenissen te begrijpen. Hij introduceerde de term accomodatie. “Bij geschiedschrijving moet het gaan om het begrijpen en verklaren van gebeurtenissen, niet om het kwalificeren ervan. Maar mensen willen zelden een wetenschappelijk onderbouwde verklaring lezen, zij willen horen of iets goed of fout is geweest. De verklaring waarom uit Nederland het hoogste percentage joden is weggevoerd, beweegt het publiek niet. Het roept: het is schandelijk dat dit gebeurd is.”

Zijn wetenschappelijke belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog werd in 1976 gewekt toen hij op verzoek van zijn promotor, de Leidse hoogleraar I. Schöffer, een bijdrage schreef voor een congres over oorlog en samenleving. Hij onderzocht de betekenis van de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse samenleving in de twintigste eeuw en concludeerde dat de oorlog tot een veel minder grote breuk had geleid dan altijd was verondersteld. De vooroorlogse verhoudingen op politiek, religieus en maatschappelijk gebied waren in de jaren '50 goeddeels hersteld.

De afgelopen jaren is veel gespeculeerd over de toekomst van het RIOD. Het zou zich volgens de buitenwacht moeten omvormen tot een instituut voor hedendaagse geschiedenis, een gedachte die aan Blom niet is besteed. “Als je de collectie verruimt wordt het hier een opslagplaats voor oud papier. Trouwens, ik kan moeilijk op rooftocht gaan om de collecties die elders liggen, bijvoorbeeld bij het Rijksarchief of het Internationaal Instituut voor Sociale Gescheidenis, hier te krijgen.” Wel is hij voorstander van verruiming van het onderzoeksterrein, maar zonder de kern - de Tweede Wereldoorlog en de voor- en nageschiedenis daarvan - los te laten. “Maar de cirkels rond de oorlog zullen ruimer worden. Ik wil ook meer internationaal vergelijkend onderzoek en meer uitwisseling tussen het RIOD en de Europese zusterinstituten en universiteiten.” Hij zal niet schromen fondsen te werven, noch zal hij sponsors de deur wijzen. “Dat doen musea toch ook niet?”

Een van de onderzoeksprojecten die Blom op het oog heeft, moet uitmonden in een nieuw samenvattend werk van de geschiedenis van Nederland tijdens de bezettingstijd in een brede context. Het werk van L. de Jong wordt niet herschreven, zegt hij met nadruk, maar aan een samenvatting daarvan met daarin verwerkt nieuwe onderzoeksresultaten bestaat volgens Blom behoefte. “Het zal een ontmoedigend, want veel werk zijn.”

Het RIOD staat aan de vooravond van de verhuizing naar een groter pand aan de Herengracht. Dan zal het tijdperk voorbij zijn waarin studenten en andere onderzoekers op zolder in een hoekje zaten te werken. In het nieuwe gebouw komt een studiezaal en er komen computers met behulp waarvan bezoekers snel wegwijs worden in de bibliotheek en het archief. Blom: “Binnen het RIOD lopen mensen rond die blindelings de weg weten in het archief. De kennis die in hun hoofden zit moet in computers worden opgeslagen en wel voordat de medewerkers met pensioen zijn.”

Hij verwacht niet dat het instituut nog de hand zal weten te leggen op nieuw archiefmateriaal uit Oost-Europa. Drie jaar geleden kreeg het RIOD de beschikking over veel materiaal dat in Moskou lag opgeslagen over de Nederlandse vrijwilligers voor de Waffen-SS. Het hoofd van het RIOD-archief, drs. H. de Vries sprak van de mooiste buit sinds jaren. Blom: “Er zal zeker nog meer in Moskou liggen, maar het is de vraag of het wordt gevonden.”

Dichter bij huis, in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, ligt voorlopig het na-oorlogse Parool archief. Over de toekomstige plaats van dit deel van het archief moet nog worden beslist. Het oorlogsarchief van deze krant bevindt zich in het RIOD. Blom watertandt bij de gedachte dat het hele Parool-archief naar de Herengracht komt. “Dat zou een prachtig welkomscadeau zijn.”

    • Anneke Visser