Regeren vanuit het bed

Tina McElroy Ansa: Gemene streken (Ugly Ways). Vert. Paul Schaaps. Uitg. In de Knipscheer, 318 blz. ƒ 49,50

'Het is een grof schandaal dat je eerst moet sterven voordat je ziet hoe je kinderen werkelijk over je denken.' Een moeder die na haar overlijden nog zó krengig klinkt, dat moet wel een bijzonder portret zijn geweest. Van Malief Lovejoy klopt dan ook alleen het allereerste stukje van haar naam. Zij is de hardvochtige vrouw van een voetveeg van een man en de liefdeloze moeder van drie bloemen van dochters, zwarte schoonheden uit het diepe Zuiden van Amerika. Geslaagde dochters: de een heeft twee florerende schoonheidssalons, de tweede is een hoge ambtenaar en de derde een nationale tv-presentatrice.

Allerdrie zijn ze uitermate ongelukkig en dat hebben ze te danken aan hun moeder, die aan het begin van de roman Gemene streken van Tina McElroy Ansa zojuist is overleden. Tijdens de voorbereidingen op de begrafenis, die uitgebreid en hatelijk vanuit de kist becommentarieerd worden door Malief zelf, komen de zussen erachter dat de jongste zwanger is en tot overmaat van ramp van plan lijkt haar baby te willen behouden. En dat terwijl ze toch gezamenlijk een dure eed hebben gezworen om nimmer zwanger te worden 'en kinderen te krijgen alleen maar om hen te verstoten op de wijze waarop Malief dat met hen had gedaan'.

Malief blijkt halverwege haar huwelijk met een zwarte mijnwerker opeens, al of niet opzettelijk, gek te zijn geworden en haar gezin volkomen aan zijn lot over te hebben gelaten. Zij lag op een strategische plek op bed en regeerde van daaruit het huishouden, bekte man en dochters af en stond slechts 's nachts op om te gaan tuinieren. Een dochter parafraseert Maliefs moederliefde als 'Ik houd van je maar ik haat hoe je bent', en als volwassen vrouwen zijn ze nog altijd niet in staat even met hun moeder te telefoneren zonder daarna ogenblikkelijk briesend stoom af te blazen bij een van de twee anderen. Ze houden wel van haar, maar ongeveer zoals de gehangene zijn touw leert liefhebben.

McElroy Ansa verklaart ons in haar roman niet wat Malief tot een zekere waanzin dreef, niet wat haar man tot sloof maakte, niet goed waarom haar dochters haar pas de waarheid durven zeggen als ze haar lijk afgelegd hebben. De moederlijke wreedheden in dit boek moeten maar voor zichzelf spreken. Tegen de meisjes, nog klein: 'Als ik en je paps gingen scheiden, met wie zou je dan meegaan? Kies. Je kunt in dit leven nu eenmaal niet de kool en de geit sparen.'