Oostenrijker Kropf wint lastig improvisatieconcours op orgel

Concert: Finale Improvisatieconcours in het kader van het Internationaal Orgelfestival. Gehoord: 4/7 Grote of Sint-Bavokerk in Haarlem. Radio: 9/7 Radio 4 NCRV.

De Oostenrijkse organist Karl-Bernhardin Kropf heeft gisteravond de 41ste editie van het prestigieuze Haarlemse improvisatieconcours op zijn naam gebracht. Samen met Jan-Pieter Karman (Nederland), Wolfgang Hörlin (Duitsland) en Neil Wright (Engeland) was hij uit de twee openbare voorronden als beste naar voren gekomen. In de eindstrijd zegevierde hij.

De vier finalisten hadden de opdracht gekregen ongeveer een kwartier te improviseren op twee door componist Peter-Jan Wagemans voor deze gelegenheid geschreven thema's. De vorm mocht een ieder zelf bepalen. De thema's bleken zwaar; het was of men een tafelrede moest verzinnen op een onderwerp voor een doctoraalscriptie.

'Thema I' was een ingenieus gewelfde constructie, lastig in akkoorden te gieten en niet makkelijk tegen andere stemmen aan te zetten. Kropf citeerde het in zijn improvisatie kaal en eenstemmig, dat werkte prima. Verder grepen de organisten vooral de markante kwintsprong aan, om toch nog enige kiemkracht te ontwikkelen.

In 'Thema II' had Wagemans een drietal gedachten aaneengeregen, waarvan de eerste twee vooral tot vingervlug passagewerk aanleiding gaven. De derde gaf een grondslag van obstinate repeteernoten, die nogal dubbelzinnig was genoteerd in een open einde, dat bij alle executanten de fantasie flink prikkelde.

Kropf schiep er een soort pulserende streep mee, die hij steeds voeding gaf en nieuw leven inblies door weergaloos te spelen met de puntjes, streepjes en boogjes die Wagemans boven de noten had gezet. Karman gaf het motief met forse akkoorden een bijna monomane nadrukkelijkheid. Het vloeide voort uit zijn grote vormvastheid: de Nederlander, organist van de Grote kerk in Driebergen, ging overzichtelijker te werk dan alle anderen.

Vrijheid is niet bij voorbaat een opbouwend gegeven. Wat bij Kropf en Karman tot kernachtige beslissingen had geleid, werd bij Weiherer en Wright in doelloze rapsodieën uitgesponnen. Scherp staken sommige ritmische banaliteiten tegen de omgeving af en vooral Wright liep in zijn improvisatie tegen merkwaardige stilistische zwerfstenen op. Even leek hij zelfs te zijn beland in een recitatief van César Franck. Maar dan met duizend fouten.

Alle finalisten verdienden 2000 gulden met hun prestatie. De winnaar uit Oostenrijk mocht 10.000 gulden in ontvangst nemen. De jury, dit jaar bestaande uit organisten Bernard Bartelink (Nederland), Wolfgang Hörlin (Duitsland), Loïc Mallié (Frankrijk), Lionel Rogg (Zwitserland) en componist Guus Janssen, liet bij het bepalen van het eindresultaat de verrichtingen van de deelnemers in de voorronden meewegen.