Omroeporkesten

Het staat slechts in de tweede helft van één zin onder het kopje 'Oneigenlijke posten in de omroepbegroting' in het rapport van de commissie-Ververs: 'Bijvoorbeeld de departementale kosten voor Mediabeleid of de kosten voor het Muziekcentrum van de Omroep behoren gefinancierd te worden via de begroting van het betreffende ministerie'.

Dat lijkt alleszins redelijk: natuurlijk moet het departement van OCW zijn eigen kosten betalen. En dan doet het ook redelijk aan wat er pal achter staat: het betreffende ministerie moet ook het Muziekcentrum van de omroep financieren.

Is dat laatste wel zo redelijk? Waarom zou de omroep niet zijn eigen Muziekcentrum betalen? Wat is daaraan 'oneigenlijk'? De vier orkesten en het Groot Omroepkoor, ondergebracht in een sinds kort verzelfstandigd Muziekcentrum met Edo de Waart aan het hoofd, werken immers exclusief voor de omroep. Ze werken zeker niet voor het 'betreffende' ministerie van OCW.

De omroeporkesten zorgen deels voor de vulling van muziekprogramma's op radio en tv. Ze zijn rechtstreeks te vergelijken met andere programmaorganisaties, die zorgen voor quizzen, shows, nieuwsrubrieken en dramaprodukties. Die worden ook niet gefinancierd door 'het betreffende ministerie'. Zou de omroep in deze tijden van privatisering en terugtredende overheid dan muziek moeten gaan 'kopen' bij OCW? Het lijkt erop dat de commissie-Ververs weinig of geen kennis had van de huidige situatie en nauwelijks of niet heeft nagedacht over de consequenties van de aangedragen ideeën.

Want wat zou het gevolg zijn van een financiering van de omroeporkesten door het ministerie van OCW? De omroep, met een jaarbudget van 1.4 miljard, hoeft die vijftig miljoen per jaar dan niet meer te betalen. Ververs raadt aan dat voordeel te gebruiken om eventuele verhogingen van de omroepbijdrage uit te stellen.

Maar de kunstbegroting zou daartoe met vijftig miljoen per jaar omhoog moeten. Dat is een enorm bedrag: het huidige kabinet had bij zijn aantreden 60 miljoen extra beloofd en kwam daarvan al snel terug. 32 miljoen is nu het uiterste, terwijl de Raad voor Cultuur nog een krachtig pleidooi houdt voor 58 miljoen extra. Nog eens vijftig miljoen extra voor de omroeporkesten leidt tot bezuinigingen elders of vergt belastingverhoging.

Maar stel dat het toch zou gebeuren: dan worden de omroeporkesten vooral 'OCW-orkesten'. Die gaan dan concurreren met alle andere orkesten, zowel in de concertzalen als in de voortgaande discussie over de verdeling van de altijd schaarse subsidiegelden. Bij gebrek aan lokale binding en protectie van de lagere overheden, ligt een spoedige opheffing in het verschiet.

De omroep kan toch concerten van de gewone orkesten uitzenden? Ja, dat kan en dat gebeurt nu óók. Maar de omroep is meer dan een organisatie die microfoons ophangt, die heeft ook een eigen culturele taak. De omroeporkesten spelen vaak muziek die anderen niet ten gehore brengen. De Matinee op de Vrije Zaterdag, bijvoorbeeld, is mede dankzij uitzendingen in tal van andere landen, wereldberoemd. Dat zoiets wat kost is toch niet 'oneigenlijk'?