Moeder van alle streken

Suso de Toro: Tik-tak (Tic-tac). Vert. Maarten Roest. Uitg. Balans, 237 blz. ƒ 34,90.

Een roman, schreef E.M. Forster ooit, is 'een fictionele tekst van minimaal honderdduizend woorden'. Aan die definitie voldoet het merkwaardige boek Tik-tak van de Galicische schrijver Suso de Toro (1956) waarschijnlijk net. Maar daarmee houdt de vergelijking met de traditionele roman wel op.

Het boek is opgebouwd uit zo'n honderd korte fragmenten - geschreven in de meest uiteenlopende stijlen - die op talloze manieren in elkaar grijpen. Ze herhalen dezelfde beelden, zetten elkaar voort of sluiten aan op elkaars thematiek. Het zijn, zo blijkt gaandeweg, aantekeningen van een zekere Nano, die zijn gemelijke mijmeringen illustreert met wrange getuigenissen van de vergeefsheid van het bestaan. Vooral de tijd (tik-tak) moet het bij hem ontgelden. Of ze nu voorbijsnelt, lijkt stil te staan of in kringetjes ronddraait, ze is - in Nano's woorden - 'de moeder van alle klotestreken' en ieder is van haar de dupe.

In vijf hoofdstukken ontvouwt Nano zijn droeve geheimen ('mysteries' zegt de Nederlandse vertaling), gemodelleerd naar de vijf droeve geheimen van de katholieke rozenkrans. Daaruit spreekt al iets van de pastiche- en citeerzucht van Suso de Toro, die de lezer niet alleen dwingt voortdurend door zijn eigen boek heen en weer te bladeren, maar ook de wereldliteratuur (van de Odyssee tot Rosalía de Castro) in het achterhoofd te houden. Als dit een roman is, dan is hij resoluut postmodern. Té resoluut, want het ligt er bij Suso de Toro allemaal wel erg dik bovenop.

Tik-tak werd oorspronkelijk geschreven in het Galicisch, een taal die - net als het Baskisch en het Catalaans - pas sinds kort officiële erkenning geniet en waarvan de literatuur grotendeels nog moet worden geschapen. Terecht heeft De Toro het folklorisme vermeden dat bij nationalistische literaturen zo gemakkelijk op de loer ligt. Hij zocht aansluiting bij het internationale literaire klimaat en kwam uit bij het postmodernisme. Maar de gretigheid waarmee hij dat omarmde, gaf het boek precies de provinciale bijsmaak waaraan hij zo graag wilde ontkomen. Wie te slaafs opziet naar de grillen van de Grote Wereld veroordeelt zichzelf nu eenmaal onherroepelijk tot een tweede garnituur. In de provincie weet men dat al eeuwen.

    • Ger Groot