Kritiek op memoires van scheidende bevelhebber landmacht; 'Couzy zonder meer onbehoorlijk'

DEN HAAG, 5 JULI. Onder een poortje bij de Ridderzaal noemt minister Voorhoeve (Defensie) het boek 'Mijn jaren als bevelhebber' van de vertrokken bevelhebber van de Landmacht H. Couzy 'zonder meer onbehoorlijk'.

En vanuit Drenthe verstuurt de commissaris van de koningin en oud-minister van Defensie Ter Beek maar liefst vier velletjes fax met als boodschap: Couzy verkoopt lariekoek. “De bevelhebber neemt het te licht met de feiten of verkoopt leugentjes om bestwil”, schrijft Ter Beek.

Wat Voorhoeve steekt, is de mening van Couzy dat hij op 11 juli vorig jaar toen Srebrenica viel op de stoel van de militairen is gaan zitten. Couzy in hoofdstuk 7 van zijn boek: “ Dat was niet verstandig, omdat hij (Voorhoeve) het jargon niet kende, bepaalde definities niet op de juiste waarde kon schatten en nuances daardoor niet kon oppakken. (...) Hij voerde persoonlijk telefoongesprekken met militairen in Tuzla, Sarajevo, Zagreb en Srebrenica en noteerde zijn observaties vervolgens in een blauw schriftje dat hij onafscheidelijk bij zich droeg.”

“Voor Voorhoeve weerspiegelde de inhoud van dat schriftje vervolgens de waarheid, waar hij weken later nog op terugviel. In werkelijkheid had hij maar een deel van de feiten gehoord en waren sommige gegevens even later al weer achterhaald. (...) Hij ging er niet vanuit dat de betrokkene een dag later zijn mening alweer had moeten bijstellen. Voor Voorhoeve bleef de eerste inlichting de leidraad voor de opinievorming.”

En over Ter Beek: “Af en toe vroeg hij ons advies, maar niet vaak. Ik wist als bevelhebber nauwelijks waar de minister mee bezig was en wat zijn gedachten waren over belangrijke onderwerpen. Ik zag hem niet en hoorde hem nauwelijks. Ik kwam hoogstens eenmaal in de twee maanden bij hem, terwijl het noodzakelijk was veel vaker de horloges gelijk te zetten. (..) Ter Beek bleef zich opsluiten in een ivoren toren. (...) Ter Beek ging bewust de confrontatie uit de weg”. Eerder zegt Couzy dat gesprekken met Ter Beek op zichzelf uiterst plezierig zijn. “Zeker aan het eind van de middag. De minister toont zich dan een hartelijke en zeer charmante gastheer. De ijskast staat open, waar je naar hartelust uit kunt putten.”

Op het terrein van communicatie belooft Voorhoeve bij zijn aantreden in 1994 beterschap. Overleg met de bevelhebbers en chef Defensiestaf zou iedere twee weken worden gehouden. Couzy in zijn boek: “Tot onze verbazing moesten we de eerste keer plaatsnemen achter een keurig gedekte tafel, waarop bordjes met onze namen prijkten. De minister nam plechtstatig het woord en vertelde wat er die ochtend in zijn wekelijkse bespreking met zijn naaste adviseurs aan de orde was geweest.”

“Het was opzichzelf al opmerkelijk dat we maar eens in de twee weken bijeenkwamen. Zo hoorden we niet wat er die andere week werd besproken. Maar bovendien was de minister zo uitgebreid aan het woord dat er nog slechts een paar minuten voor ons overbleven om onze specifieke problemen op tafel te leggen. Er is geen bevelhebber die even in twintig seconden aandacht zal vragen voor een probleem dat hem zorgen baart. Het was aardig om te horen wat de minister met zijn adviseurs had besproken, maar het had verder niets met communicatie te maken.” Later schrijft Couzy werden de sessies vaak afgezegd. Hij wijt het gebrek aan communicatie niet alleen aan het ontbreken van goed overleg maar ook aan verschillen in beoordeling tussen de militaire en politieke top van Defensie.

“Voorhoeve besteedde zeer veel tijd aan Joegoslavië en Srebrenica. Hij toonde zich daarbij een intelligent en uitstekende analyserende minister. Maar op sommige momenten kamen de standpunten van de directeur van Clingendael weer boven (denktank op veiligheids- en buitenlands politiek terrein, waar Voorhoeve voor zijn ministerschap werkte. red.). Dan legde hij zijn theoretische meetlatjes langs een situatie. Ethisch was dat voor honderd procent, maar hij had beter moeten beseffen dat in militair opzicht ook andere feiten meespelen. Dat maakte het soms moeilijk elkaar goed te verstaan”, aldus Couzy, die nergens ontdekt dat communicatie een zaak van twee partners is.