Getrouwd met de rabbijn

Barbara Honigmann: Soharas Reise. Uitg. Rowohlt-Berlin, 120 blz. (geb.) ƒ 39,20.

Naïef en onontwikkeld zijn de sefardische joden volgens hun asjkenazische geloofsgenoten, als we de kritiek van mevrouw Kahn op haar buurvrouw serieus moeten nemen. Mevrouw Kahn, een asjkenazische Duitse, gaat prat op haar geletterdheid, haar atheïsme en haar ook verder verlichte ideeën. Mevrouw Serfaty daarentegen komt uit de Algerijnse stad Oran, waar men nog in wonderen gelooft, in magie en heiligen.

Mevrouw Serfaty is de titelfiguur en ik-vertelster uit de novelle Soharas Reise en inderdaad blijkt zij een simpele vrouw te zijn, een memme met hoofddoek omringd door jengelend kroost. Wassen kan ze en boenen, taarten bakken, sjabbat vieren en God prijzen in de synagoge. Weliswaar beleeft ze noch aan haar werk noch aan de zes vruchten van haar schoot veel plezier, maar ze is eraan verknocht zoals een man aan zijn oudste paar schoenen. En dat haar eigen man steeds op reis is, dat accepteert ze zonder morren. Hij doet het immers voor een nobel doel denkt zij, en wel om geld in te zamelen voor torascholen in de hele wereld.

Pas wanneer haar Simon er op een dag met de kindertjes vandoor gaat begint de suffige huisvrouw na te denken. Eenzaam achtergelaten in Straatsburg piekert ze over haar droevige lot. Waarom hebben de Arabieren joden zoals zij uit Algerije verdreven? Waarom trouwde ze in haar nieuwe land Frankrijk met een kerel van wie ze niet hield, een dodelijk ernstige zwartrok met een lange witte baard? Waarom lachte de buurvrouw hem uit toen hij zei dat hij de rabbijn van Singapore was?

Bij stukjes en beetjes komt de waarheid bovendrijven. De rabbijn wordt ontmaskerd als bedrieger en zijn schaakactie als het begin van een grootschalige joodse kindermafia. En de geboden en verboden die deze heilige zijn vrouw placht op te leggen hadden niets van doen met een vrome inborst maar alles met boosaardige repressie. Zodra ze dat beseft rukt Sohara haar hoofddoek af en daarmee tevens haar schaamte.

De vraag of Sohara Serfaty haar koters terug zal krijgen dwingt je almaar door te lezen, maar de spanning van een thriller heeft deze vertelling niet. Want belangrijker dan de zoektocht naar die verdwenen kinderschare is het zoeken van de moeder naar haar waarde als individu. Sohara's reis: dat is haar missie naar het land waar man en kinderen vermoedelijk zitten, en dat is veel meer nog haar moeizame ontwikkeling van onwetende orthodoxe naar wetende liberaal.

Barbara Honigmann (1949), een belijdend joodse Duits-Franse auteur, beschrijft die ontwikkeling op subtiele en redelijk geloofwaardige wijze. Het is alleen jammer dat je zo weinig om haar proza kunt lachen. Satirische scherpzinnigheid à la Irene Dische, eveneens een door de joodse identiteit geobsedeerde schrijfster, zou beter bij haar thema hebben gepast dan deze vaak al te respectvolle toon. In haar gebrek aan gevoel voor humor lijkt Honigmann op de bebaarde valse rabbi Simon - en dat kan toch haar bedoeling niet zijn geweest.