Europolproblemen

EUROPOL HEEFT OP de topconferentie van de Europese Unie in Florence een belangrijke horde genomen. De regeringsleiders bereikten een compromis over de netelige kwestie van een mogelijke rol voor het Europese Hof van Justitie. Dit wordt bevoegd uitspraken te doen over de uitleg van het Europolverdrag op verzoek van de nationale rechters. Op Groot-Brittannië na hebben de overige veertien hier nu in beginsel voor gekozen.

De uitwerking van het principeakkoord belooft nog wel enige haken en ogen op te leveren. Mag alleen de hoogste rechter van een land een vraag over Europol aan het Luxemburgse hof voorleggen of kan iedere rechter dat doen? Dat maakt nog wel enig verschil voor de praktische rechtsbescherming op het gevoelige terrein van de grensoverschrijdende politieinformatie. De minimale variant - alleen de hoogste rechter - zou wel eens de prijs kunnen zijn om de veertien bij elkaar te houden.

Inschakeling van het hof komt tegemoet aan een belangrijke wens van Nederland. Het Europese tij leek de laatste tijd een beetje tegen te zitten, maar nu is in Florence ook de mogelijkheid geopend het Europese Hof in te schakelen bij verdragen over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie en een Europees informatiesysteem voor de douane. Minder rooskleurig staat het overigens met het verwante probleem van de internationale rechterlijke controle op het Verdrag van Schengen over opheffing van de persoonscontroles aan de binnengrenzen van een aantal Europese landen. Het is een oude wens van Nederland het Europese Hof bij Schengen te betrekken. Er is een voorstel voorbereid dat nadrukkelijk op de agenda werd geplaatst voor de laatste bijeenkomst van het Uitvoerend Comité onder Nederlands voorzitterschap, vorige week. Dit gezelschap kwam niet verder dan een “dienstige discussie”.

DE TOP IN Florence betekent niet dat alles nu koek en ei is met Europol. Zal deze informatiecentrale opereren op grond van een strikt need-to-know-principe of dient zij juist open te staan voor raadpleging door de nationale politieinstanties? Afgezien van het privacy-aspect zou onbelemmerde toegang ernstig afbreuk kunnen doen aan het nut van Europol omdat de nationale politiediensten in de huidige situatie zeker niet bereid zullen zijn hun informatie met alle partners gelijkelijk te delen. Strikte regels maken het Europol als beherende instantie mogelijk een eigen agenda te ontwikkelen, met alle complicaties - met name voor het democratisch toezicht - van dien.

Dit is een symptoom van het onderliggende meningsverschil over de vraag of Europol een service-instituut moet blijven dan wel zich moet ontwikkelen tot een federale politie, zoals Duitsland voorstaat. Dat het compromis over het Europese Hof van Justitie “het laatste onopgeloste probleem” met betrekking tot Europol betreft - zoals het slotcommuniqué van de Florentijnse top het noemt - is dan ook te sterk uitgedrukt.