De ziekelijke Couperus

Lust & Gratie, 13de jrg. nr 50. Postbus 18199, 1001 ZB Amsterdam, 110 blz. ƒ 15. De Parelduiker 2. Uitg.Bas Lubberhuizen, 72 blz. ƒ 19,50.

Het ooit als 'lesbisch-cultureel' begonnen tijdschrift Lust & Gratie werd drie jaar geleden ingedeeld bij de zes best gesubsidieerde literaire tijdschriften van Nederland, maar waarschijnlijk niet omdat het opmerkelijk goed was. De beoordelingscommissie kon er van worden verdacht te hebben gekozen voor het blad omdat er 'een vrouw bij moest'. Nu gaat Lust & Gratie een stapje terug op de subsidieladder: de A-status of, zoals dat nu heet, 'kwaliteitsopslag' is het blad niet meer vergund. Gezien het niveau van Lust & Gratie joeg de A-status destijds vele wenkbrauwen omhoog, en nu laadt de geheel uit mannen bestaande nieuwe commissie vast de verdenking op zich vrouwonvriendelijk geoordeeld te hebben. Hoe dan ook, juist aan Lust & Gratie valt goed af te lezen hoe stimulerend een 'opkontje' van subsidie kan werken. Het tijdschrift is er de afgelopen drie jaar beslist op vooruit gegaan. Aan de onderwerpkeuze veranderde niets, maar de essays werden veel leesbaarder. Het leek alsof iedereen hogere eisen aan zichzelf ging stellen. Zal nu de verlaging van subsidie het omgekeerde effect hebben?

Het vijftigste nummer is gewijd aan de Amerikkanse schrijfster Djuna Barnes. Gek genoeg zonder de minste aandacht te besteden aan de nieuwe biografie van Barnes doo Joyce-biograaf Phillip Herring, door Anneriek de Jong (CS 12-1-96) getypeerd als 'sociologisch', 'bewonderend', en 'discreet'. Marja Brouwers, Ank Ridderbeks en Xandra Schutte vertellen in korte, persoonlijke essays wat hen zo aantrekt in het werk van Barnes. 'Niet de dames', zegt Brouwers, maar de taalkundige hoogstandjes, de obsessies met nacht en dood, en de soms harde humor - 'Djuna Barnes was niet kinderachtig'. Schutte noemt het boek Nightwood uit 1936 'dierbaar en eeuwig ondoorgrondelijk'. Klassieke cliché's over de liefde tussen vrouwen - narcistisch, onvruchtbaar - worden volgens Schutte in haar werk weersproken, en daarbij komt ze tot opmerkelijke vondsten: 'niet alleen de liefde tussen vrouwen is narcistisch. Alle liefde is lesbisch'.

Net als Brouwers signaleert Ridderbeks de grote invloed van Robert Burton en zijn zeventiende-eeuwse Anatomy of Melancholy. Ridderbeks is literatuurwetenschapster en filosofe, maar niet altijd even goed te volgen. Neem deze hink-stap-sprong over Burtons 'matigingsprediking': 'Maar matiging is moeilijk. Een vicieuze stapeling van verlangen op verlangen stop je niet zomaar, zoals je ook een lawine niet kunt stoppen als die eenmaal op gang is. Vandaar dat Barnes Burtons streven naar beheersing doordrenkt in een beheersen in. Een transformatie van het verlangen voor het te intens wordt. Barnes' strenge beheersingsesthetica valt te begrijpen binnen deze notie van de melancholie en is te omschrijven als Lust & Gratie.'

Om het leuke maar lastige werk van de schrijfster zelf te introduceren koos de redactie voor enkele brieven en een interview met een andere expat in Parijs, James Joyce. Barber van de Pol vertaalde het 'gesprek' tussen Barnes enJoyce - waarin fictie, herinneringen en feiten dooreen lopen, uit de bekende bundel I Could Never Be Lonely Without a Husband. Het vond plaats vlak voor de publicatie van Ulysses in Parijs. ' 'Het spijtige is', zei hij, terwijl hij zijn woorden eerder leek te kiezen om hun leeftijd dan om hun geschiktheid, 'dat het publiek een moraal in mijn boek zal eisen en vinden - of erger nog, ze vatten het op een serieuze manier op, en op het erewoord van een heer, er komt geen serieuze zin in voor'.'

In 1934 schreef Barnes vanuit New York aan haar levenslange correspondentievriendin Natalie Barney: 'Mijn schrijven is absoluut uit de tijd - jullie in Europa kunnen niet weten hoe uit, tenzij jullie alle recente boeken lezen - geschreven door halvegaren en in horrorstijl; handelend in goedkope en bloedige misdaden, verkrachting (gewoontjes en niet eens passioneel) karrenvrachten moorden, in een snelle staccato-stijl en zo makkelijk te lezen dat een idioot het boek kon afmaken in de loop van zijn dagelijkse waanzin. Brutaliteit (de toon is eerst gezet door Faulkner en nu door Erskine Caldwell) met een laagje vernis en zonder emotie - en je hebt het recept voor 'vooruitgang' in Amerika.'

Met ingang van dit nummer heeft Lust & Gratie zich ook voorgenomen in te gaan op actuele kwesties. Zo reageert Monica Soeting (filosofe en hoofdredacteur van Surplus) op een stuk in deze krant over de spectaculair gegroeide populariteit van de (auto)biografie in Nederland, en op uitspraken van Van Dis en Palmen over het verafschuwde 'biografisch lezen'. Soeting vindt biografisch schrijven en lezen alleszins acceptabel, net als alle gezonde belangstelling voor ik-geschriften.

Wie die tolerantie niet voelt, mijde De Parelduiker. Dit is de uiterst welkome opvolger van het literair-historisch geïnteresseerde Het Oog in 't Zeil, dat een paar jaar geleden door moeheid bij de redactieleden ter ziele ging en node gemist werd. Van enkele oude nummers verschijnen nu zelfs boekuitgaven en dat wil toch wel wat zeggen. De Parelduiker - de naam komt van Multatuli's 'Een parelduiker vreest den modder niet' - gaat met Thijs Wierema en enkele nieuwe enthousiastelingen voort op de mooie oude weg van het Oog. Het tweede nummer gaat over Couperus. Vooral over diens homoseksuele vrienden, het zo mager gedocumenteerde vette kluifje van de Couperusbiograaf. Eventuele onthullingen zal ik hier niet verklappen, de Parelduiker zèlf verdient alle mogelijke lezers.

Vermeldenswaard is het artikel van Ed Schilders over de katholieke recensent pater Gielen, die volgens hem van 1912 tot 1929 in Boekenschouw een grote invloed had op het lezerspubliek. Louis Couperus noemde hij 'een ziekteverschijnsel in onze literatuur', een 'ziekelijk verfijnde genieter en rustelooze zwerver zonder energie en mannelijk willen'. Het stuk van Schilders verdient een prijs. Om alle opgediepte curieuze citaten, en om de foto van de dikke pater Gielen temidden van enkele ruw in een kast gegooide besproken boeken en twee bergen kwaad weggesmeten literaire werken.

    • Margot Engelen