De opmars van de autoknager

Op een zonnige morgen stapt u neuriënd in uw nagelnieuwe Audi 100. Helaas, het vertrouwde geronk blijft uit. Geërgerd kijkt u onder de motorkap en aanschouwt een merkwaardige vorm van sabotage. De startkabel lijkt wel met vlijmscherpe tandjes doorgeknaagd en er is ook aan de elektriciteitskabels getrokken. Het ruitenwisserreservoir is lekgeknaagd. Zelfs het remsysteem vertoont sporen van bijtschade.

Blijkbaar is uw lommerrijke tuin met garage uitverkoren door een steenmarter.

De steenmarter is een slank, schuw, nachtelijk roofdier, zo groot als een kleine poes, met een lange flossige vossestaart en fraaie bruine pels. Op zijn gevarieerd menu staan muizen, in de lente jonge nestvogels en later in het seizoen ook bessen, appels en peren en ander valfruit tot diep in de herfst.

Favoriete rustplek is het nog warme motorblok van een geparkeerde auto. Maar soms wordt die ook het mikpunt van agressie. Rubberen slangen worden met speels gemak doorgeknaagd, stukken isolatiedeken onder de motorkap losgetrokken, koelwater-, lucht- en verwarmingsslangen door vlijmscherpe nagels lekgeprikt.

De eerste 'automarter' werd in 1978 in Zwitserland ontdekt, in 1986 kwamen uit dat land al 2.000 meldingen. Daarna volgden Salzburg, München en Stuttgart en volgens het vakblad Zoogdier rukt de automarter nu ook in ons land op. In december 1993 kwam de eerste melding uit Vaals, spoedig gevolgd door Heerlen en Maastricht. Aan het oostelijk front staan de 'automarters' voor de grens bij Kleef en verwacht wordt dat ze elk moment kunnen binnenvallen.

Volgens zoöloog dr. Sim Broekhuizen van het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek hoort de steenmarter van oorsprong thuis in bergachtige streken. Overdag kruipt hij weg in rotsspleten en andere donkere hoekjes. Oorspronkelijk kwamen in ons lage land alleen boommarters voor, zo blijkt uit vondsten van prehistorische botjes. Pas toen er meer nederzettingen kwamen verscheen ook de steenmarter, een cultuurvolger, net als de gierzwaluw. Broekhuizen: “Hij heeft 's winters meer last van de kou. Dan kruipt hij graag weg op een warme hooizolder, in een spouwmuur of kruipruimte of boven het plafond.”

Vaak bezit een dier wel 20 vaste 'dagrustplaatsen', waarvan hij er sommige vaak en andere minder vaak gebruikt. Het lijkt dan alsof er veel meer dieren zitten dan er echt zijn. Exacte aantallen zijn onbekend, de kans op een ontmoeting is minimaal.

Broekhuizen werkte enkele jaren met gezenderde steenmarters in de binnenstad van Nijmegen. Hij vond ze terug op de gekste plaatsen. Op de zolder van een lawaaiige school, in de kast van een al even drukke garage. “Het is een merkwaardig soort schuwheid. Ze zoeken niet zozeer de rust, maar worden niet graag overdag gezien. Het zijn uitgesproken nachtdieren, en zeer alert.”

Sommige mensen wonen jarenlang nietsvermoedend met een steenmarter onder één dak. Broekhuizen: “Als we zo'n gezenderd beest hadden gelokaliseerd, belden we wel eens aan om te vragen of we even binnen mochten kijken. Maar zelfs als we dan lieten zien hoe hij boven de wc lag te slapen, wilden mensen dat niet geloven. Ze dachten dat we van Banana Split waren.”

In de jaren zestig is de 'autochtone' steenmarter, wiens pels wel een weekloon van een landarbeider opbracht, grotendeels uit het westen van ons land verdwenen. Vanaf de jaren zeventig echter zijn de dieren in Oost-Europa weer flink in opmars en dat is ook in ons land te merken. Steenmarters komen nu in het oosten weer voor tot aan Leeuwarden en Steenwijk. Maas en IJssel vormen voorlopig nog barrières. Juist onder deze 'oostelijke' dieren vindt men de autoknagers. “Een vorm van aangeleerd gedrag”, oppert Broekhuizen. “Maar het blijft een raadsel waarom ze nu pas de auto ontdekken en waarom het fenomeen zich zo geleidelijk uitbreidt.”

Vaststaat dat de steenmarter een krachtig territoriuminstinct heeft. Het mannetje beheerst een gebied van ongeveer twee vierkante kilometer. Daarmee overlapt hij het leefgebied van twee of drie vrouwtjes. “Het zijn nogal snobachtige dieren”, aldus Broekhuizen, “Ze prefereren lommerrijke villawijken met grote tuinen. In zo'n piepklein arbeiderstuintje vol gewasssen grindtegeltjes komen ze niet.” Vermoedelijk verklaart dit de opmerkelijke voorkeur voor luxe auto's van het type Audi, Mercedes en BMW.

Staat zo'n auto binnen het territorium van de steenmarter geparkeerd, dan zet het dier daarin met behulp van ragfijne geurkliertjes onder zijn voetzolen zijn persoonlijk geurspoor af. Parkeert de nietsvermoedende bestuurder nu per ongeluk 's avonds regelmatig in het territorium van een andere steenmarter dan doet zijn auto daarbij de geur van een ander martermannetje op. Bij terugkeer op het thuisfront kan dat tot flinke agressie leiden, waarbij de territoriumhouder zich behoorlijk uitleeft. “Maar ze doen het ook gewoon voor de lol”, denkt Broekhuizen. “Het zijn speelse dieren, net jonge katten.” In Duitsland zijn al anti-marterroosters voor verschillende merken auto's in de handel.

    • Marion de Boo