Couzy

DE PRAATZIEKE EN daardoor veelbesproken bevelhebber van de landstrijdkrachten luitenant-generaal Couzy heeft gisteren geheel in stijl afscheid genomen. Terwijl hij in Amersfoort ceremonieel het bevel van de troepen overdroeg aan zijn opvolger, was de politieke leiding van het ministerie van Defensie demonstratief afwezig.

Die had daardoor alle tijd om in Den Haag de zoveelste afkeurende verklaring over Couzy op te stellen. Zodoende werd ook op Couzy's laatste dag de volledig verziekte verhouding tussen hem en zijn politieke superieuren treffend geïllustreerd.

Met zijn boek 'Mijn jaren als bevelhebber', dat tegelijk met zijn vertrek is verschenen, heeft Couzy een laatste steen in de Haagse vijver gegooid. Op niet mis te verstane wijze hekelt hij in zijn memoires de opeenvolgende ministers van Defensie. Wat in elk geval kan worden gezegd: Couzy is consequent gebleven. De klaagzang over de wispelturigheid van de politiek, zijn wrevel te weinig te worden gehoord, het staat allemaal recht overeind. Geheel in lijn met het verleden was ook de afkeurende reactie van minister Voorhoeve (Defensie) op de kritiek van Couzy.

Tot zover niets nieuws. Maar dat kan niet worden gezegd van Couzy's lezing van de gebeurtenissen die vorig jaar hebben geleid tot de val van de door Dutchbat verdedigde moslim-enclave Srebrenica. In een vraaggesprek voor de EO-televisie plaatste de generaal vraagtekens bij de rol die de Fransen in dit drama hebben gespeeld. En hoewel van Franse zijde de lezing van Couzy onmiddellijk werd tegengesproken, is de indruk versterkt dat het echte verhaal over wat er zich een jaar geleden in Srebrenica heeft afgespeeld, nog steeds niet is verteld. Dit zal zo blijven zolang een gedegen internationaal onderzoek uitblijft. Te vrezen valt overigens dat boodschapper Couzy de boodschap in de weg zit.

COUZY IS - weliswaar met het nodige rumoer - dan toch door de voordeur vertrokken. Zijn vele aanvaringen met de politieke top in aanmerking genomen, is dat feit op zichzelf bijzonder. Couzy benutte op zijn manier de ruimte die hem keer op keer door de politiek verantwoordelijken werd gelaten. Dat is hem te verwijten, maar de opeenvolgende ministers van Defensie des te meer. Zeker een hiërarchische organisatie als defensie is niet te besturen door middel van deze specifieke vorm van gedoogbeleid. Couzy is vele malen zijn boekje ver te buiten gegaan, maar even zovele keren durfde de politieke leiding niet de uiterste consequentie aan dit gedrag te verbinden. De gezagscrisis die bij de landmacht is ontstaan komt dan ook uiteraard voor rekening van die politieke leiding.