Bolkestein, wat nu?

Frits Bolkestein is een apart fenomeen in de Nederlandse politiek. Twee van zijn recente pleidooien - die voor een strikte handhaving van de vaderlandse identiteit en die voor een herwaardering van de moraal op christelijke grondslag - zijn, na ampele bespreking in de media, bijgezet in de tombe voor onbruikbare ideeën.

De plechtigheden hadden plaats respectievelijk in de Tweede Kamer en tijdens een bijeenkomst van Bolkesteins eigen partij. Heeft de politicus Bolkestein daarmee aan geloofwaardigheid ingeboet?

Aan die vraag moet een andere vraag voorafgaan: is Bolkestein een politicus van het in ons land gangbare type? De Nederlandse politicus is in eerste aanleg een ideologisch gedreven persoon die praktisch uitsluitend vanaf het platform van zijn partij opereert. Op Bolkestein is die karakteristiek niet of lang niet altijd van toepassing, zeker niet als hij over de moraal begint.

Voor een politicus is verder van belang gelijk te krijgen. Hier heeft Bolkestein dus gefaald. Mogelijk heeft hij alle gelijk van de wereld, maar hij heeft het nu niet gekregen op twee plaatsen die voor een politicus van belang zijn, de volksvertegenwoordiging en de eigen partij.

De leider van de VVD valt op door zijn nieuwsgierigheid. Dat brengt hem ertoe in potjes te roeren die al zó lang op het vuur staan, dat geen andere politicus er meer naar omkijkt - en die Bolkestein juist daarom lijken te intrigeren. Dikwijls vindt hij er iets dat de volksziel beroert. Aanvankelijk tot veler verrassing heeft hij de kiezer zo op zijn hand gekregen. Met succes heeft hij de aandacht gevestigd op de betaalbaarheid van de verzorgingsstaat, op het onvermogen van de samenleving een wassende stroom vreemdelingen behoorlijk op te vangen, en op de bodemloze put van de ontwikkelingssamenwerking.

Een politicus van het ongebruikelijke snit van Bolkestein loopt het risico van cynisme te worden beschuldigd. Hij wordt geconfronteerd met het verwijt van populisme, van het mobiliseren van ongenoegen, van het steeds weer 'opwerken' van problemen puur uit opportunistische overwegingen. Bolkesteins electorale voorspoed wordt hem niet gegund.

Maar wat te denken van de tegenslagen die hem nu hebben getroffen? Is zijn antenne ongevoelig geworden? Of zal de stembus hem straks opnieuw gelijk geven en hebben de Kamermeerderheid en het VVD-kader het bij het verkeerde eind gehad?

Het antwoord op deze vragen is moeilijk te geven, al was het maar omdat de onderwerpen die Bolkestein ditmaal heeft aangesneden naar verhouding nogal gecompliceerd zijn. De kwestie van het behoud van de nationale identiteit in een integrerend Europa is er zo een, zoals blijkt uit een paar recente opinieonderzoeken. Dr. Saris van de Universiteit van Amsterdam heeft de proef op de som genomen (NRC HANDELSBLAD van 2 juli) en hij heeft aangetoond dat verschuivingen in de vraagstelling over de Europese gezindheid van de Nederlanders tegengestelde uitkomsten oplevert. Dat was geen wetenschappelijke vondst, maar wel 'oranje' voor haastige conclusies in de orde van 'Bolkestein heeft gelijk' of 'Bolkestein heeft ongelijk'.

Twee voorbeelden. Tijdens het beleg van Srebrenica hebben Nederlandse bewindslieden zich ernstig zorgen gemaakt over de kans door de bondgenoten in de steek te worden gelaten. Tenslotte zat iedereen er namens de Verenigde Naties en er bestonden geen nauwkeurig omschreven verplichtingen voor de deelnemende landen om elkaar uit de nood te redden. Hooguit was er een belofte van de Amerikaanse regering om een eventueel vertrek van UNPROFOR geordend te laten verlopen. Maar voor alle betrokkenen was het duidelijk dat Dutchbat in de val zat, een val die slechts door de belegeraars kon worden geopend.

De Nederlandse deelname aan de VN-vredesmacht vloeide niet rechtstreeks voort uit een beslissing van de Europese Unie. Dat verhinderde 'Den Haag' niet om allereerst de belangrijkste Europese partners, het Verenigd Koninkrijk voorop, aan te spreken. Na een dergelijke ervaring is een pleidooi voor het behoud van het nationale vetorecht in zaken van Europese buitenlandse en veiligheidspolitiek voldoende geloofwaardig. Dat de Kamer zich toch ongevoelig toonde voor Bolkestein en in het Europese bestuur traditiegetrouw uitbreiding van beslissingen bij meerderheid wenste, tast de zinnigheid van zijn pleidooi niet aan. Wie de geregistreerde kennisachterstand van de Nederlanders ten opzichte van 'Europa' ernstig neemt, mag niet lichtzinnig heenstappen over het 'kennis-hiaat' in Nederland over de gebeurtenissen in en rondom Srebrenica.

Maar er zijn, anderzijds, situaties waarin het nut van supranationale zeggenschap niet meer behoeft te worden aangetoond. De Britse onbekommerdheid ten aanzien van de eventuele gevolgen van de 'gekke-koeienziekte' kon dankzij de bestaande bevoegdheden van de Europese Commissie worden gecorrigeerd onmiddellijk nadat de Britse regering zelf een verband had gesuggereerd met enkele sterfgevallen.

Vragen over het nut of het risico van supranationale en communautaire besluiten zullen worden beantwoord al naar gelang het voorbeeld dat de enquêteurs aan de ondervraagden voorleggen. Maar de keuze in het stemlokaal is iets anders dan het beantwoorden van een opiniepeiling. De kiezer maakt een bewuste gang, de geënquêteerde wordt onverwachts aangesproken op zijn inzicht en kennis van zaken. De categorie 'weet niet' haalt de stembus niet, maar zij is in de opiniepeiling een niet te verwaarlozen grootheid.

Of er in Nederland een diep democratisch gat gaapt tussen de politiek en de kiezers, zoals een van de onderzoekers heeft gesteld, blijft voorlopig onzeker. Niet alleen omdat de wijze van vragen de antwoorden beïnvloedt, maar ook omdat nog moet blijken of de gekozen probleemstelling straks het kiesgedrag zal beïnvloeden. Zelfs als de kiezer reserves koestert ten opzichte van de Europese integratie, zijn die reserves dan krachtig genoeg om zijn keuze te bepalen?

De vraag of Bolkestein aan geloofwaardigheid heeft ingeboet, kan op grond van de afwijzing van zijn ideeën respectievelijk in de Kamer en in de partijraad van de VVD alleen niet worden beantwoord. Afgewacht moet worden of de VVD-leider er op terugkomt en of zijn denkbeelden als het erop aankomt die van het kiezersvolk weerspiegelen. Dat laatste valt, gezien de ervaring, niet uit te sluiten. Vriend en vijand wacht misschien opnieuw een verrassing.

    • J.H. Sampiemon