Archeologen onderzoeken Romeinse grens

ROTTERDAM, 5 JULI. Voorafgaand aan een aantal grote infrastructurele projecten in Nederland zoals de Betuwelijn, de stadsuitbreiding ten westen van Utrecht en de dijkverzwaringen zal eerst uitgebreid archeologisch onderzoek worden verricht.

De bouwprojecten worden allen langs de Rijn aangelegd. Dit is voormalige grens van het Romeinse rijk van 47 na Christus tot het midden van de derde eeuw. Het archeologisch onderzoek concentreert zich op deze Romeinse grens, of limes.

De Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), de Vrije Universiteit van Amsterdam en de provincies Zuid Holland en Utrecht hebben voor het eerst de krachten gebundeld om de limes de komende tien jaar grondig in kaart te brengen. Het onderzoek zal toegespitst worden op de minder bekende aspecten van de Romeinse grens, zoals het dagelijks leven in de buurt van de legerkampen. De onderzoekers willen te weten komen hoe geromaniseerd de gebieden waren die iets verder ten zuiden en ten noorden van de grens lagen.

Opgravingen bij Leiden, Vechten en Tiel, die de afgelopen maanden begonnen zijn, vormen de aanzet van het limes-project. Op deze plaatsen zijn kampdorpen opgegraven. De vondsten zijn uitstekend geconserveerd, omdat ze onder water gelegen hebben. Vooral de honderden stukjes van Romeinse harnassen en van gebruiksvoorwerpen als schoenen en eetgerei zijn interessant, omdat daaraan goed af te lezen is hoe Romeins de bewoners aan de uiterste grens van het rijk nog waren. Momenteel onderzoeken archeologen hoe de uitrusting van de grenssoldaat er uitzag.

Het onderzoek naar Romeinse dakpannen krijgt binnen het limes-project bijzondere aandacht. Archeologisch onderzoek naar deze stenen is altijd een ondergeschoven kindje geweest, omdat datering aan de hand van aardewerk eenvoudiger is. Sommige dakpannen hebben een stempel van een legeronderdeel, maar de meeste bieden geen aanknopingspunt. Deze pannen moeten worden gedateerd aan de hand van de kleisoort en de manier van bakken. Over het transport van dit bouwmateriaal is weinig bekend. Er is tot noch toe maar één dakpanfabriek uit de Romeinse tijd ontdekt. De vraag is of de Romeinen hun dakpannen centraal bakten of dat ze langs de hele Rijn fabriekjes hadden.

Het Europese Verdrag van Malta, dat volgens archeologen dit jaar nog in de Nederlandse wetgeving zal worden opgenomen, regelt een ruimere financiering van archeologisch onderzoek. Het verdrag werkt volgens het principe 'de graver betaalt'. Instanties die op Nederlande bodem willen bouwen, zijn binnenkort verplicht in de kosten van het archeologisch onderzoek bij te dragen. Overheidsinstanties lopen vooruit op deze wetgeving. Het ministerie van verkeer en waterstaat draagt bij aan de kosten van de opgravingen onder de Betuweroute. De NS willen niet zeggen om hoeveel geld het gaat, maar een medewerker van de ROB schat het bedrag op enkele miljoenen guldens.

Bij het aanleggen van de Betuwespoorlijn zal rekening gehouden worden met archeologische resten die niet worden opgegraven.