A-èfteeha

Het kan nog, al zal het op het nippertje zijn. Wie nu letteren gaat studeren, of eerstejaars is, kan in het jaar 2001 een literair-historische doctoraalscriptie van de eerste orde afleveren. Daarvoor hoeft ze of hij (maar ik heb het gevoel dat het eerder een ze zal zijn) alleen maar zeer nauwkeurig de loopbaan van A.F.Th. te volgen.

En dan is er nòg een manier: het volgen van de verslaggevers die A.F.Th. volgen. Voor beide onderwerpen zijn precedenten. Er is een beroemd boek, geschreven door Theodor White, The Making of a President. Dat gaat over J.F.K. En dan heb je het klassieke The Boys on the Bus van de Amerikaanse journalist Timothy Crouse. Hij beschrijft het leven van de verslaggevers die de kandidaten voor het presidentschap op hun verkiezingscampagne volgen. Een hard leven voor de journalisten, wat blijkt uit de volgende zin: Most of us die in their late forties or early fifties. Maar afgezien daarvan: in zekere zin is de postmoderne bestseller een zelfgenererende soort. Eerst is er een bestseller, daaruit ontstaat een bestseller waarin wordt verklaard hoe dat zo is gekomen, een daaruit ontstaat weer een familie van bestsellertjes waarin de overweldigende belangstelling voor een en ander wordt beschreven en verklaard. Op de cacaobus staat het plaatje van een verpleegster die een cacaobus met een verpleegster draagt.

Mooie boeken van A.F.Th. - daar niet van. In de Nederlandse literatuur zijn nog een paar schrijvers in leven die door Menno ter Braak zijn gecanoniseerd: de dichter Louis Lehmann en de essayist Hans Gomperts. Door het toenmalig gezag gezegend. Misschien zal A.F.Th. het niet weten, maar hem is een jaar of wat geleden iets vergelijkbaars overkomen. Het was op de persconferentie ter gelegenheid van de presentatie van het boekenweekgeschenk, In de mist van het schimmenrijk, geschreven door W.F. Hermans. De plechtigheid voltrok zich in het Amstel Hotel. Na afloop sprak ik de auteur, we hadden het over niets belovende, weinig belovende en veelbelovende jonge schrijvers. De tandeloze tijd had al naam gemaakt maar na zulke dikke boeken moest je natuurlijk afwachten of er nog meer zou komen. Hermans zei: 'Van der Heijden, die kan het, let maar eens op.' Bij deze is zijn uitspraak voor de geschiedenis bewaard.

Intussen is A.F.Th. aan zijn Grand Tour bezig. Met grote aandacht heb ik de advertentie van zijn uitgever, Querido, gelezen. 'Zo is een zomer nog nooit begonnen' luidt de kopregel. Dan het portret van de schrijver en de beginletters van zijn voornamen en de dienstregeling. Nergens zijn achternaam. De televisieserie Dallas is beroemd geworden door een held van wie alleen de verslaafden de achternaam weten maar allen de voorletters kennen: J.R. (Dzjee-àhr). Nog tijdens zijn presidentschap werd Kennedy dikwijls JFK genoemd, zonder punten, Dzjee-èfkee. Als je nu naar New York gaat vraagt een bereisde roel je: Noework of dzjee-èfkee? De beroemde initialen zijn, om het literair uit te drukken, van het presidentschap losgezongen. Zo zal er een mijlpaal zijn bereikt als straks iemand de boekwinkel binnenloopt en zegt: 'Mag ik die boeken van A-èfteeha'.

De literatuur wordt niet meer geïndustrialiseerd maar is het allang; een voldongen feit. Het is dus te laat om je nog af te vragen of dat goed of verkeerd is. Het voetbal is ook geïndustrialiseerd, zo is het nu eenmaal, en voor sommige spelers is dat uitstekend terwijl anderen er treurig van zijn geworden. Onvermijdelijk zal ook in de letterkunde de periode van de merchandising aanbreken. Welk schrijfgerei, zullen de aankomende schrijvers willen weten, kan ik het best gebruiken om zo vlug mogelijk een meesterwerk van twee maal 700 pagina's in de etalage te krijgen. Het gerucht wil dat A.F.Th. het met een vulpen en een schrijfmachine doet. Aan zulke info hebben we niets. Welk merk! Daar gaat het om. Pelikaan, Waterman, Mont Blanc, Adler,Remington, oude Woodstock?

Dat men dit wil weten beschouw ik als een goed teken. Wie schrijftalent heeft kan het met alles. Bij Albert Heijn kon je destijds drie blokken grauw kladpapier voor een rijksdaalder kopen, en een Bic clic (beste ballpoint aller tijden) voor 80 cent. Puur schrijfgenot en toereikend voor een half deel Tandeloze tijd. Maar dan ging de telefoon: Bill Gates. Is het waar, A.F.Th., dat u zweert bij Windows 95? Voor een half miljoen dollar wil de auteur dat wel verklappen. Het mooist is het als het gereedschap niet meer de naam van de vervaardiger maar die van de gebruiker draagt. Dan is er nog meer geschiedenis geschreven en daar gaat het om.

    • H.J.A. Hofland